Veel daklozen hebben behoefte aan rust en aan een plek om na te denken over hun leven. Het straatpastoraat biedt ruimte voor deze bezinning. Mariska Putters werkt sinds 2006 namens de Protestantse Diaconie Amsterdam als straatpastor. Haar standplaats is het 'Krekelhuis' op het Amstelhofterrein. Mariska legt contacten met daklozen, zowel in groepen als één op één. Ze zoekt hen op, op de plekken in de stad waar zij te vinden zijn. Ook bezoekt ze hen in de gevangenis of in het ziekenhuis en houdt ze kerkdiensten voor daklozen.
Het straatpastoraat is er niet alleen voor, maar vooral ook ván de daklozen zelf en wil hun eigen initiatieven ondersteunen. Eén van deze initiatieven is het daklozenkoor 'De Straatklinkers'. Het koor bestaat sinds 2004. Wekelijks zijn er repetities in het Krekelhuis. Andere groepsactiviteiten zijn: een theaterproject, meditatie op dinsdagochtend, een religiekring en elk jaar een paar uitstapjes.
Het straatpastoraat werkt nauw samen met het drugspastoraat, dat zich specifiek richt op (veelal dakloze) druggebruikers.
Op de site
www.diaconie.org/straatpastoraat staat een link met een korte film (4 minuren) die een intens beeld geeft van het straatpastoraat Amsterdam. Zeker de moeite van het bekijken waard.
Uit: kerkblad Horizon
‘Een voor een komen mensen binnen voor de ’straatlunch’ die we maandelijks organiseren. De ruimte vult zich met lawaai en onrust, terwijl Mariska – de straatpastor – onverstoorbaar doorgaat met soep koken. Mensen praten druk door elkaar. Iemand heeft een stoel meegebracht op z’n bakfiets. Ergens gevonden, net als de tafel die hij laatst meebracht. Zijn bijdrage aan het straatpastoraat. Iemand anders grijpt vast naar het brood en begint te eten.
De rumoerige sfeer past bij het straatpastoraat en bij de mensen voor wie het project is bedoeld. Waar daklozen mee kampen is dat ze een dak ontberen, niet alleen letterlijk, maar ook als symbool voor een plek om zich terug te trekken; een emotionele plek om zich thuis te voelen. Wanneer je zo’n plek niet hebt, betekent dat een ingrijpende onzekerheid. Voortdurend moet je op zoek naar eten, een plek om te slapen, een mogelijkheid om je te wassen en die onzekerheid bepaalt ook je sociale netwerk. Als je geen dak hebt, ben je op jezelf aangewezen. Dakloosheid is een alledaags drama, dat zich niet afspeelt achter gesloten deuren, maar in de permanente openbaarheid, op straat, zichtbaar voor iedereen.’