De cijfers
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn er in Nederland 18.000 daklozen. Het CBS heeft gegevens van opvangcentra gekoppeld aan de gemeentelijke basisadministratie. Ook hebben de statistici gekeken naar een lijst met alle daklozen die een uitkering krijgen en naar gegevens van verslavingscentra. Door alle gegevens naast elkaar te leggen en de 'overlap' te bepalen, is een tot nog toe verborgen gebleven bevolkingsgroep in kaart gebracht. De 18.000 daklozen vormen iets meer dan 0,1 procent van de Nederlandse bevolking.
Minder daklozen
Toch zijn er in de vier grote steden, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, steeds minder mensen die dag en nacht op straat verblijven en geen vaste slaapplaats hebben. Dat blijkt uit de laatste rapportage van het Trimbos Instituut over de aanpak van dakloosheid. De rapportage ging over het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang. Dit plan wordt sinds 2006 in de vier grote steden uitgevoerd en heeft ertoe geleid dat aanmerkelijk minder mensen op straat leven. Duizenden mensen hebben een beter (integraal) hulpaanbod gekregen en de overlast is merkbaar afgenomen.
Drempels
Luc Tanja, pastor bij Straatpastoraat Amsterdam beaamt dit. “Het beleid van de gemeente is erop gericht om daklozen onder dak te krijgen. En dat lukt ook. Het gevolg is wel dat de problemen achter de voordeur terechtkomen. Het wordt voor ons moeilijker om ‘daklozen’ te vinden en te helpen. Of je nu dakloos bent of een huisje hebt, het leven blijft zwaar voor deze mensen. ‘Zorgmijders’, dat is het oordeel dat vaak geveld wordt. Maar dat is niet helemaal terecht. De drempels naar werk en hulpverlening zijn te hoog. Eigenlijk zouden die drempels afstapjes moeten zijn, zodat mensen vanzelf naar binnen rollen. Bij het Straatpastoraat beginnen we met het doorbreken van het isolement. We proberen bruggen te slaan en soms gebeurt het dat we iemand kunnen begeleiden naar werk.”
Arm of dakloos?
“Armoede is een dubbelzinnig verschijnsel. Iedereen is tegen armoede. Tegelijkertijd wil bijna iedereen rijk zijn, maar dat is kennelijk onmogelijk. Er zijn veel armen en weinig rijken, de meeste mensen in Nederland zwemmen daar zo’n beetje tussenin. Er zijn enkele duizenden mensen in Nederland puissant rijk, en er zijn enkele duizenden in Nederland puissant arm. De laatste groep is zo arm dat zij geen dak boven het hoofd heeft. Wij noemen hen niet de armen, maar de daklozen, wat op zichzelf al opmerkelijk is.”
“Arm is een ouderwets woord. Dakloze is een modern woord. Aan armoede is niets onfatsoenlijks, dat hebben wij al vroeg geleerd. Ieder kind kent het sprookje van het meisje met de zwavelstokjes. Een door en door goed meisje, maar doodgevroren aan het raam, waarachter een twinkelende kerstboom stond. Het meisje was het slachtoffer van de omstandigheden. Geen terrein is zo omvangrijk als ‘de omstandigheden’.”
“Daklozen zijn mensen die letterlijk overal buiten vallen. Zij hebben geen adres. Dus waar moet hun post heen? Of krijgen zij geen post? Zonder adres wil geen bank en geen verzekeringsmaatschappij je hebben als klant. Jouw recht op uitkering komt op de tocht te staan. Waar stuurt de Nederlandse staat je AOW naar toe als je geen adres hebt om naar toe te sturen? Kun je de AOW nog ophalen op het postkantoor? Daklozen, zwervers, stadsnomaden, woorden voor mensen zonder huis en zonder adres. En zonder de vanzelfsprekende voorzieningen die gewone burger wel heeft.”
Drie fragmenten uit: Daklozen, Essay door Max Pam in het onderzoeksverslag
Daklozen in Amsterdam. HVO-Querido, 2004.