Sluit dit venster

Achtergrondinformatie

Onderzoek SCP naar sociale uitsluiting
Het jaar 2010 is uitgeroepen tot Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft onderzoek gedaan naar de omvang en achtergronden van sociale uitsluiting bij kinderen in Nederland. ‘Kunnen alle kinderen meedoen?’ heet het rapport dat in april 2010 verscheen. Hier kunt u het rapport downloaden. Uit het onderzoek blijkt dat 11 % van alle kinderen tussen de 5 en 17 jaar leeft in een situatie van sociale uitsluiting. In 2011 zal het SCP een vervolgrapport publiceren over de langetermijneffecten van sociale uitsluiting en armoede bij kinderen.

Onderzoek naar leefomstandigheden kinderen in asielzoekerscentra
Ook de situatie van kinderen in asielzoekerscentra werd vorig jaar onderzocht. De resultaten staan in het rapport ‘Kind in het centrum’, een gezamenlijke uitgave van Stichting Kinderpostzegels Nederland, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en UNICEF Nederland. Het onderzoek maakt duidelijk dat er veel moet gebeuren om de situatie van de kinderen in asielzoekerscentra in overeenstemming te brengen met het Kinderrechtenverdrag.

Een van de onderzoekers, Karin Kloosterboer, schrijft op de website Kind in azc:
“De meeste mensen zijn allang vergeten dat deze kinderen in Nederland wonen. Het zijn reacties die ik vaak hoor als ik iemand over het onderzoek vertel. En het klopt, je hoort er bijna nooit meer iets over. De volwassenen die er wel van weten en die verantwoordelijk zijn voor deze kinderen, zijn al die tijd vergeten te vragen hoe het met de kinderen gaat, hoe zij zelf denken over hun situatie en wat zij zelf willen. Vergeten kinderen zijn het.

Dan zijn er ook nog mensen die wel weten dat er zes- tot achtduizend normale kinderen jarenlang onder abnormale omstandigheden opgroeien, maar die vinden dat de ouders daar verantwoordelijk voor zijn. Misschien zou dat in andere omstandigheden een logische gedachte zijn, hier niet. De ouders zijn vaak geheel uitgeput na jarenlang wachten, machteloos toezien en sussen. De eigenwaarde van deze ouders is naar een absoluut dieptepunt gezakt: ze kunnen zich niet redden in het Nederlands en moeten zich bij de dokter, in de trein of in de winkel laten bijstaan door hun tienjarige zoon of dochter die wel goed Nederlands spreekt. Ze mogen hier wel werken maar dat blijkt meestal praktisch onmogelijk omdat ze te hoog opgeleid zijn of omdat er geen werk te vinden is of omdat ze niet wisten dat ze mochten werken. Feitelijk wachten ze. Jaar in, jaar uit.

De meeste ouders voelen zich ontzettend schuldig tegenover hun kinderen over wat ze hen hebben aangedaan door hierheen te komen. Ook als ze geen andere keuze hadden dan te vluchten. “Ik kan het niet aanzien dat mijn kind zo ongelukkig is”, vatte een ouder het bondig samen. Ze vragen hun kinderen niet meer hoe het met ze gaat, want ze kunnen niets doen aan de situatie waarin ze verkeren. Behalve wachten en hun kind vertellen dat die ook moet afwachten. En hopen. Maar hoe groot is de rek van een kind? Hoe lang kun je wachten? Totdat je jeugd voorbij is? En dan maar vergeten wat er gebeurd is?

Het kan anders, dat is zeker. Het is verassend hoeveel goede ideeën de kinderen zelf hebben. Heel goed kunnen ze onderscheiden wat belangrijk is en wat luxe, waar nu iets aan moet gebeuren en wat nog wel kan wachten. Daar moeten we iets mee doen. We kunnen deze kinderen niet vergeten.”


Kinderrechtenverdrag
Op twee na hebben alle landen van de wereld het Verdrag voor de rechten van het Kind geratificeerd. Nederland onderschreef het verdrag in 1995. Hiermee verplichtte Nederland zich om de rechten van alle kinderen die onder Nederlandse rechtsbevoegdheid vallen te waarborgen. Daartoe behoren ook de kinderen die in Nederlandse asielzoekerscentra wonen. De officiële samenvatting van enkele artikelen uit het Kinderrechtenverdrag luidt:

ART. 3 Belangen van het kind
Bij alle maatregelen die kinderen betreffen dient het belang van het kind voorop te staan. Wanneer de ouders van het kind, of anderen die verantwoordelijk zijn, hun verplichtingen niet nakomen, zal de Staat het kind voorzien van de nodige zorg.

ART. 27 Levensstandaard
Elk kind heeft recht op een levensstandaard die toereikend is voor zijn lichamelijke, geestelijke, intellectuele, morele en maatschappelijke ontwikkeling. Ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid voor het bieden van een toereikende levensstandaard aan hun kinderen. De Staat zorgt er voor dat ouders de verplichtingen voortvloeiend uit deze verantwoordelijkheid kunnen nakomen, en dat ook daadwerkelijk doen. Daarbij kan de Staat onder andere voorzien in materiële bijstand aan de ouders en hun kinderen.

ART. 39 Passende zorg voor slachtoffers
De Staat is verplicht kinderen die het slachtoffer zijn geworden van gewapende conflicten, foltering, verwaarlozing, mishandeling of exploitatie een passende behandeling te bieden die hun herstel en herintegratie in de samenleving bevordert.