Sluit dit venster

Achtergrondinformatie

Colombia is 28 keer zo groot als Nederland en heeft ruim 43 miljoen inwoners. Het is een redelijk modern land met grote steden en een prachtige afwisselende natuur: stranden, prairies, oerwoud en groen begroeide bergen. Het land exporteert koffie, bananen, bloemen, steenkool, olie, goud en nikkel, maar is ook de grootste exporteur ter wereld van cocaïne. Belangrijke nieuwe exportproducten zijn biobrandstoffen, zoals biodiesel en ethanol. Colombia exporteert veel producten naar Nederland en werkt hard aan een goed ondernemersklimaat en een politiek stabiel imago.

Groot vluchtelingenprobleem
Sinds de jaren zestig voltrekt zich echter een stille ramp in dit land. Colombia is na Sudan het land met de meeste interne vluchtelingen ter wereld. Tien procent van de eigen bevolking is op de vlucht in eigen land vanwege geweld van de linkse guerrilla, de rechtse paramilitairen en het regeringsleger. De overheid beschermt de bevolking onvoldoende tegen de schending van mensenrechten is geregeld deelgenoot in het conflict. Deels is dit conflict ook een strijd om grond. Vakbondensleiders worden onderdrukt en vermoord. Mensen die tegen het regime zijn worden beschuldigd samen te werken met de guerrilla en worden daarmee vogelvrij verklaard.  

Geschiedenis
Tot 1500 was de bevolking van Colombia niet één groot Indiaans rijk, maar leefden er zelfstandige groepen van enkele honderden tot tienduizenden mensen onder één leider (zoals de Muisca’s, de Tayrona’s en de Zenú). Vanaf 1500 verkenden de Spanjaarden de Colombiaanse kusten. Men ging o.a. op zoek naar goud en smaragd. Rond 1550 waren de Spanjaarden de baas op de hoogvlaktes. Rond die periode werd ook Bogotá gesticht. Men voerde slaven in uit Afrika om in de goudmijnen te werken. Zij zijn de voorouders van de huidige Afro-Colombianen. Colombia heeft invloeden uit drie werelddelen: bijna elke Colombiaan heeft indiaans, Spaans én Afrikaans bloed in de aderen.

Onafhankelijkheid
Op 20 juli 1810 brak er een volksopstand uit tegen de Spaanse bezetting. De jonge Venezolaanse kolonel Simón Bolívar, een idealist uit een familie van landeigenaren wist Colombia te bevrijden. Zijn reizen in Europa hadden hem bewust gemaakt van het onrecht in Zuid-Amerika. Spanje erkende de Colombiaanse onafhankelijkheid pas in 1880. Bolívar liet het bestuur over aan generaal Santander en streed zelf verder voor de bevrijding van Venezuela (1821), Ecuador (1822), Peru (1824) en Bolivia (1825). Het lukte hem niet deze landen samen te voegen tot de Verenigde Staten van Zuid-Amerika. De huidige president Hugo Chavez van buurland Ecuador ziet zichzelf als reïncarnatie van Simón Bolívar en zou graag baas zijn in zo’n grote Zuid-Amerikaanse regio.