Lezingen uit Micha in de adventstijd
De profeet Micha wordt traditioneel gelezen in de Kerstnacht: ‘Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen’ (Micha 5,1). Ditmaal staat de hele Adventstijd onder het beslag van Micha. De lezingen zijn zo gekozen dat ze heel wel samenklinken met de graduale psalm, het epistel en het evangelie van het Gemeenschappelijk Leesrooster (A-jaar). Ze komen dus in plaats van de daar aangegeven Jesajalezingen.
Advent betekent ‘aankomst’. Wij vieren de Adventstijd in drieledige zin: als de komst van Christus in verleden, heden en toekomst. Zijn komst in de geschiedenis kan gemarkeerd worden met die kersttekst van ‘Betlehem in Efrata’ (Liedboek Gezang 131). Zijn komst in het heden (in de ziel, de mystiek, de liturgie, de ethiek), klinkt vooral door in de lezingen van de derde en de vierde zondag van Advent: ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.’ En: ‘Maar ik, ik blijf uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God die mij redding zal brengen.’. Het sterkst echter klinkt in de profeet Micha de toekomst door in profetieën van herstel: ‘Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan’ (tweede zondag van Advent) en gericht: ‘een tijd van verschrikking’ (eerste zondag van Advent).
In het Nieuwe Testament wordt de Betlehemtekst met graagte aangehaald (Matteüs 2,6), maar het meest uitgebreide Micha-citaat klinkt in de woorden van Jezus, over hoe zijn komst een crisis teweeg brengt, verdeeldheid oproept, verschil maakt (Micha 7,6; Matteüs 10,21.53-36; Lucas 12,53).
Lezingen:
28 nov. Micha 2
5 dec. Micha 4,1-8
12 dec. Micha 6,1-8
19 dec. Micha 7,1-7.18-20
24 dec. Micha 5,1-4a
Micha en Colombia
Micha verzet zich vooral tegen de bovenlaag van de bevolking: grootgrondbezitters en machthebbers, die zich aan onrecht schuldig maken. Deze thematiek sluit zeer goed aan bij de huidige situatie in Colombia, waar tien procent van de eigen bevolking op de vlucht is geslagen voor het geweld in eigen land. Deze ruim 4 miljoen inwoners hebben te lijden van het geweld van linkse guerrilla, rechtse paramilitairen en het leger. Mensen worden verjaagd van hun grond en belanden in de sloppenwijken rond de grote steden. Eenderde van de vluchtelingen zijn Afro-Colombianen. Afrodes komt op voor hun rechten en zet zich in dat de Afro-Colombianen uiteindelijk weer terug kunnen keren naar hun oorspronkelijk woongebied in de kustprovincie Chocó.
Hoop voor kinderen in de knel
Met kerst staan de lezingen van Jesaje 52: 7-10 en Psalm 98 centraal. Deze bieden hoop dat God zal zorgen dat het recht uiteindelijk zal zegevieren. De kinderen van de Colombiaanse vluchtelingen groeien op in moeilijke omstandigheden, omdat hun ouders hun grond en bestaansmiddelen moesten achterlaten en hen daardoor onvoldoende toekomstmogelijkheden kunnen bieden. Colombia heeft een zeer goede grondwet. De rechterlijke macht doet vaak uitspraken die gunstig zijn voor de vluchtelingen, omdat zij volgens de wet het recht aan hun kant hebben. Toch geeft de Colombiaanse overheid vaak onvoldoende gehoor aan hun roep om recht.
Psalm 98:9 – …. want hij is in aantocht als rechter van de aarde. Rechtvaardig zal hij de wereld berechten, de volken oordelen naar recht en wet.
Gebeden en gedichten
> Lees meer> Sluiten
Gedichten en gebeden
Iemand die me nodig heeft
God, geef me een mens,
al is het er maar één
die er is voor mij,
die van mj houdt,
die mij neemt zoals ik ben.
Geef me een mens
al is het er maar één
die er is voor mij,
niet omdat ik als arm geboekstaafd sta,
of omdat ik doorga als verloren zoon,
maar omdat ik een mens
een mens zoals ieder ander ben.
God, geef me een mens,
al is het er maar één,
die van mij houdt
die mij nodig heeft
en die ik nodig heb.
Latijns-Amerika
Uit: Unseren täglichen Reis gib uns Heute.
Uitgesloten worden
Uitgesloten worden,
Geen mensen om je heen,
Ballingschap.
leven in den vreemde
Een schreeuw,
Hoor mij, zie mij aan!
Uitgesloten worden,
Geboorte,
Een nieuw begin
Een schreeuw
Hier ben ik!
Zie mij, hoor mij aan!
Ik mag er zijn.
Berend Borger
God heeft me opgetild
Op een nacht, de meest afschuwelijke nacht uit mijn leven,
Hebben ze ons alles afgenomen: ons huis, onze dieren, onze ouders.
Spottend en smalend zijn ze met hun jeeps weggereden.
Alleen bleef ik over met mijn twee kleine broertjes.
Die nacht kwamen gewapende mannen, met twintig waren zij.
Ze hadden mutsen over hun hoofd getrokken, hun wapens maakten me bang.
Mijn vader weigerde hun eten en drinken te geven, ze schoten hem neer.
Mijn moeder boog zich beschermend over ons heen, ze schoten haar neer.
De schoten echoden in mijn oren, het bloed plakte in mijn haar.
Ze staken het vuur in het strodak en joegen de vlammen aan.
Ze slachtten onze schapen, onze geiten en onze kippen.
Ze namen het vlees mee als proviand op hun rooftocht.
Daar stonden wij alleen op de wereld.
We daalden de weg af de meest nabijgelegen stad.
Dag en nacht spookten die vreselijke beelden me door mijn hoofd.
Ik kreeg geen hap door mijn keel, ik kon de slaap niet vatten.
Toen stak God zijn reddende hand naar ons uit.
Hij heeft met opgetild en in een groot huis gebracht,
Waar mensen zijn die helpen, troost geven en warmte,
Waar ik en mijn twee broertjes onze tranen konden drogen.
Die afschuwelijke nacht staat in mijn hart gegrift.
Nooit zal ik de schoten, de smaak van het warme bloed vergeten.
Duizenden mensen kennen dit geluid, deze smaak.
Wij schreeuwen tot God dat Hij ons van geweld bevrijdt.
Lied van een meisje uit Peru, slachtoffer van de oorlog tegen cocaboeren, 1998.
Geen koning meer (naar psalm 72)
Er zou een koning moeten komen
die je geen koning meer noemen kan,
Eerder een rechtvaardig wijs man.
Dan zou er een leider van komen
die geen strakke leider meer is
eerder een vriendelijke herder.
Dan dalen wolken vrede over het land
zoals regen ruist op de weiden.
Dan bloeien trouw en eerlijkheid in de stad
zoals nevel strijkt langs het veld in de morgen.
Er zou een koning moeten komen
die opkomt voor wie miskend zijn
en helpt wie geen hulp heeft.
Dan zou er een raadsman van komen
die vrijspreekt wie vastzit
en vrede een plaats geeft.
Dan komt overeind wie onder ligt,
de laagbetaalde wordt de armoe uitgetild.
Dan krijgt kans van leven,
wie geen leven meer heeft
zoals graan golvend langs de heuvels gaat.
Karel Eykman
Kyrielied ‘Om de mensen’ (uit Zingerdenwijs)
Om de mensen, godverlaten, vluchtelingen, doodswoestijn,
om de woede, om de tranen roepen wij: Je zou er zijn.
Om de haat en om de oorlog, de verbittering, de pijn,
Om die eindeloze cirkel vragen wij: Zul Jij er zijn?
in een mens die helend leefde, in een woord, in brood en wijn,
in ’t verlangen dat wij delen, zeg Jij ons: Ik zal er zijn.
Tegen onrecht, tegen honger, tegen grootspraak, valse schijn,
vieren wij de hoop op morgen, vragen wij: Zul jij er zijn?
In de mensen die volharden, trouw en onbevangen zijn,
in wie opstaan, in wie troosten, weten wij: Je zult er zijn.
Kyriëgebed
Vanwege alle pijn, bij mensen groot en klein,
Heer, wil bij ons zijn (2x)
Vanwege groot verdriet, Gij zijt toch die het ziet,
Heer, vergeet ons niet (2x)
Vanwege zoveel nood, in het klein en in het groot,
Heer, verjaag de dood (2x)
(Uit: Dienstboek, een proeve, Schrift, maaltijd, gebed. blz. 780)
Samen dromen
Cuando uno sueña solo
Solo queda un sueño
Pero cuando soñamos en común
Esto es el inicio de una nueva realidad
Wanneer je in je eentje droomt blijft alleen de droom.
Maar als we samen dromen is dat het begin van een nieuwe werkelijkheid.
Lied 79 De vrede van Christus (Uit: Hoop van alle volken)