Sluit dit venster

Projectinformatie

Op de vlucht in eigen land
Tien procent van de Colombiaanse bevolking is op de vlucht in eigen land voor het geweld van de rechtse guerrilla, de linkse paramilitairen en het leger. Eenderde van deze vluchtelingen bestaat uit Afro-Colombianen met Afrikaanse voorouders. Ze belanden van het platteland in de sloppenwijken rond grote steden.

Jongeren sterker maken
In de sloppenwijken op de berghellingen rond Bogotá voert de organisatie Afrodes activiteiten uit voor 280 Afro-Colombiaanse gezinnen, met name voor jongeren. Hetzelfde werk doet ze voor 205 gezinnen in Cartagena, 450 in Quibdo en 75 gezinnen in Buenavetura. Zij bieden jongeren culturele en educatieve activiteiten om de Afro-cultuur in leven te houden en op deze manier verzet te bieden tegenover politiek geweld, jeugdbendes en etnische discriminatie. De jongeren maken deel uit van een groep en worden minder kwetsbaar voor de bedreigingen van gewapende groepen.

Afro-Colombianen
Tien procent van de Colombianen zijn Afro-Colombianen. Zij zijn de afstammelingen van Afrikaanse slaven die in de 17e eeuw naar de kusten van Colombia zijn gebracht om daar te werken op bananen- en suikerriet plantages en in de goudmijnen. De meeste Afro-Colombiaanse vluchtelingen zijn afkomstig uit de Atlantische en Pacifische kustprovincies, waaronder Chocó, waar ze als boeren of vissers werkten in een vruchtbaar gebied vol rivieren. Chocó is echter rijk aan bodemschatten. De strijdende partijen hebben hun oog op deze provincie laten vallen, die hen veel geld oplevert om de oorlog te financieren en ter zelfverrijking. De inwoners worden met veel geweld zonder enig respect voor de mensenrechten verjaagd. Eenderde van de vluchtelingen zijn Afro-Colombiaans.
 
Sloppenwijken van Bogotá
In het zuiden tegen de berghellingen van Bogotá waar de verharde weg en voorzieningen als stroom en water ophouden begint Soacha, de stad van de vluchtelingen. In wijken die mooie namen hebben als Esperanza (Hoop), Paradiso en Oasis, hopen zij bescherming te vinden voor hun gezin en werk om een inkomen te verwerven. Maar het leven is hard en uitzichtloos, vooral voor de jongeren. De meesten gaan tot hun twaalfde jaar naar school, maar een vervolgopleiding is vaak niet mogelijk door gebrek aan voorzieningen of geld. Werk is er niet. Dus hangen ze de hele dag rond op straat of voor de televisie. Door armoede en gebrek aan alternatieven worden ze gedwongen deel uit te gaan maken van gewapende groepen.