Akua Labik: ziet het leven weer zitten
Charity Adongmah: gaat weer naar school
Gado Alhassan: van straatmeisje tot kapster
Reisverslag Geke Leistra (november 2009)
Akua Labik

Mijn naam is Akua Labik. Ik kom van Kobeda in de Brong Ahafo regio van Ghana. Mijn ouders zijn allebei boer. Ik ben de vijfde van acht kinderen. Ik hielp mijn ouders op het land. Iedere keer als ik wat geld verdiende waarmee ik graag een vak wilde leren, dan hadden mijn ouders dat geld weer nodig voor iets anders. Ik raakte er door gefrustreerd. Toen een handelaar in houtskool ons dorp bezocht op zoek naar kinderen om in de hoofdstad Accra te werken, leek me dat wel wat.
Ik ging met haar mee naar Accra. Ze bracht me bij een vrouw voor wie ik suikerriet moest verkopen. Ik kreeg geld om suikerriet in te kopen. Mijn winst was afhankelijk van hoeveel ik verkocht. De vrouw hield mijn winst bij zich. Als ik te weinig verkocht, hield ze het tekort in op mijn eerder verdiende geld. Op een dag werd ik door een hond gebeten. Ze bracht me naar het ziekenhuis en betaalde de rekening van mijn ingehouden geld. Ik verdiende lange tijd daarna niets, omdat ik eerst de ziekenhuiskosten moest afgelossen.
Op een dag ontmoette ik een vrouw van Lifeline, die me vertelde over het project. Ik informeerde mijn werkgeefster hierover, maar zij ontmoedigde mij en bedreigde me. Ik wilde me van haar bevrijden en een vak leren, maar ze wilde me niet laten gaan. Ik nam contact op met de sociaal werkster. Zij schakelde de hulp in van twee collega’s, die mij bevrijdden van deze vrouw en ook zorgden dat ik mijn verdiende geld terug kreeg. Ze namen contact op met mijn ouders. Die weten nu weer waar ik ben.

Bij Lifeline werd ik opgevangen door de zorgzame stafleden. Ik kon met mijn pijn bij hen terecht. Zij verzekerden mij dat zij mij zullen helpen om mijn pijn te vergeten en om een nieuw leven op te bouwen, waarbij ik onafhankelijk ben. Ik kon vier verschillende vakken uitproberen. Ik heb ze alle vier gedaan en voelde dat het kappersvak mij het beste ligt. Een sociaal werkster adviseerde me en hielp me erdoor als ik het niet zag zitten.
Ik ben zó blij! Ik heb mijn ouders gebeld om hen te vertellen hoe goed het nu met me gaat. Zij waren ook heel blij om dat te horen. Ik kan met alle gemak haren vlechten, knippen, wassen,l …. Ik wil Lifeline bedanken dat ze me gered hebben, gevoed hebben en verzorgd hebben toen ik ziek was. Dat ze me de kans hebben gegeven om een vak te leren zodat ik een toekomst kan opbouwen voor mijzelf en mijn familie. Zonder uw hulp zou ik weggerot zijn in de handen van deze vrouw. God zegene u! Wilt u alstublieft niet stoppen dit werk te steunen, want nog veel meer kinderen willen gered worden. Reik hen de hand.
terug
Charity Adongmah

Charity Adongmah werd in het jaar 2000 geboren. Haar vader overleed twee jaar na haar geboorte, haar moeder vier jaar later. Hun doodsoorzaak is onbekend. Na de dood van haar ouders ging Charity met haar broertje bij haar oudere zus in de hoofdstad Accra wonen in de sloppenwijk Konkomba. Ze woont in een klein houten hutje bij haar zus, diens man en twee kinderen, met zes personen in totaal. Er is slechte ventilatie en geen toilet of drinkwater in het één-kamer-hutje. Er is veel kans op ziekte of brand.
Charity heeft vier andere familieleden die in het dorp naar school gaan en verzorgd worden door haar oudere zus. Ze komt uit een polygame familie. Haar vader was met vier vrouwen getrouwd. Charity’s moeder had zeven kinderen. Het is onbekend hoeveel kinderen de andere drie vrouwen hebben. Charity’s zus verkoopt brood. Haar zwager werkt als drager op de Agbogblosie markt. Haar zus verdient 2 cedi’s per dag (bijna € 1,-), haar zwager 5 cedi’s (bijna € 2,50).
Vier jaar geleden werd Charity naar het kindercentrum gebracht. Ze ging iedere dag naar school bij het kindercentrum van Agreds en leerde daar goed. In februari 2008 werd ze toegelaten op de prestigieuze Richard Akwei School, die erg goed bekend staat. De school vraagt een eigen bijdrage. Het blijft voor haar zus wel moeilijk om die te kunnen opbrengen.
terug
Gado Alhassan
Gado Alhassan werd van de straat gehaald in Accra en naar Lifeline gebracht, waar ze het kappersvak leerde en slaagde. Ze liep stage in een kapsalon van Agreds en werkte daar enige tijd. Toen haar bazin er mee stopte nam Gado de leiding over. Afgelopen jaar heeft Gado de kapsalon goed en efficient geleid met weinig supervisie.
Gado zegt hierover: “Ik ben grootgebracht door een tante, die me nooit de kans gaf naar school te gaan. Ik moest jarenlang voor haar werken, totdat ik besloot om ergens anders te gaan werken en aan mijn eigen toekomst te bouwen. Ik besloot naar Accra te gaan waar het gras groener leek. In Accra bracht een vrouw me bij iemand waar ik twee jaar lang onder slechte omstandigheden voor werkte zonder hem ooit te ontmoeten.
Ik ging terug naar huis, maar daar was het niet veel beter. Dus ik ging toch weer terug naar Accra. Ik werkte als drager toen ik werd gered door een medewerker van Lifeline.In het begin had ik het heel moeilijk, maar ik vatte moed en zette door. Ik heb er geen spijt van, want ik kan nu een vak uitoefenen waarmee ik mijn eigen inkomen kan verdienen. Ik kan op eigen kracht een kapsalon runnen. Ik red het zelfs om wat geld te sparen! Ik koop daar spullen van om volgend jaar mijn eigen kapsalon te starten. Ik wil Agreds en de mensen die Agreds steunen bedanken voor de hulp. Ik ben erg blij!”
terug
Reisverslag Geke Leistra, Oosterkerk Haarlem

Zaterdag 7 november 2009 ben ik naar Ghana vertrokken en voor maandag staat een bezoek aan Lifeline, het project voor straatmeisjes dat de Oosterkerk in Haarlem steunt, op mijn programma. Twee jaar geleden, vlak voordat we als Oosterkerk dit project begonnen te ondersteunen, ben ik er ook op bezoek geweest. Hoe zal het er nu zijn?
Bij aankomst loop ik de grote ruimte binnen waar het leren en werken gebeurt. Het komt mij allemaal weer bekend voor. Mij was verteld, dat in oktober een grote groep meisjes is afgezwaaid en er maar weinig meisjes zouden zijn. Tot mijn verrassing zit er toch al weer een groep bij elkaar voor de eerste kennismaking. Ik word ontvangen door Grace Kombian, een van de sociaal werkers. Ze werkt er sinds 2003 en vertelt in haar kantoor over het project.
Bij Lifeline kan voor vier beroepen gekozen worden: kapster/haarvlechten, kleding maken, batikken en bakken. De meisjes maken eerst met alle vier beroepen kennis en kiezen dan voor een van de vier. Er zijn acht sociaal werkers werkzaam, waaronder de meisjes worden verdeeld. Ze helpen de meisjes, adviseren en ondersteunen hen. Ook werken er nog vijf leerkrachten, twee koks, een chauffeur en een toezichthouder bij Lifeline. Naast deze begeleiding is er medische hulp en screening op hiv/aids, hepatitis en testen op zwangerschap en bloedtype. Zonodig wordt er doorverwezen naar het ziekenhuis.

Er kunnen honderd meisjes bij Lifeline geplaatst worden. Momenteel zijn er vijfendertig meisjes en met twintig wordt er nog een intakegesprek gevoerd. Ze komen van oktober tot december binnen en worden in die tijd geholpen met het verwerken van wat ze hebben meegemaakt en met het zich aanpassen aan het leven in Lifeline. Van januari tot september is dan het echte leren. Als een meisje niet zo goed kan leren, wordt ze geholpen door iemand die beter is. In de avonden en weekenden is er weinig vertier voor de 'meiden', ook is er geen televisie. De meisjes die voor kapster en kleding maken hebben gekozen, kunnen nog een aanvullende opleiding doen. Ze gaan dan naar andere plaatsen en werkplekken om meer te leren. Daar betalen ze zelf een deel van.
Voordat de meisjes Lifeline verlaten, doen ze een examen. Bij het afzwaaien krijgen ze benodigde materialen mee om zelf in hun onderhoud te kunnen voorzien zoals naaimachine of oven en ook bijvoorbeeld suiker, olie en meel waarmee ze kunnen gaan bakken. Het grootste probleem is het vervoer terug naar het noorden van het land, waar veel meisjes vandaan komen. Nu wordt hiervoor een bus gehuurd, maar een eigen bus zou mooi zijn. Die kan dan ook voor andere doeleinden gebruikt worden zoals excursies.
Lifeline bestaat nu tien jaar. Afgelopen seizoen waren er honderd meisjes en daarvan zijn er in 2009 zevenentachtig afgestudeerd. Dertien verlieten Lifeline voor die tijd, soms door druk van buiten. In 2008 waren er zevenentachtig meisjes, die allemaal geslaagd zijn. Vijf meisjes van de kapstergroep van 2009 zijn al begonnen met werken. Ook is pedicure aan het kapstervak toegevoegd. Behalve het kantoor in Accra, heeft Lifeline nog een kantoor in het noorden en twee integratiekantoren. De mensen hiervan helpen bij de integratie, staan de ouders van de meisjes bij en informeren hen.

Na de informatie van Grace ga ik naar de groep meisjes, want ik mag hen nog iets geven. Kinderen van de Oosterkerk hebben namelijk vriendschapsbandjes voor de meisjes gemaakt en die wil ik nu graag uitdelen. Bijzonder om dit als teken van verbondenheid te kunnen doen. Ook de foto met de kinderen uit de Oosterkerk geef ik en die krijgt een plaatsje aan het prikbord. Een meisje dat afgestudeerd is, is bezig deeg te maken. Daar gaat ze koekjes van bakken om die later te verkopen. Ze heeft een schrift vol met recepten en laat mij dat zien.
Dan bezoek ik de schoolklassen voor peuters, kleuters en wat grotere kinderen. Hun ouders werken vaak de hele dag op de markt en de kinderen worden hier bij Lifeline opgevangen. Ze krijgen een maaltijd en nu de kans iets te leren. Er zijn 250 tot 300 kinderen, verdeeld over zes groepen, dus zo'n vijftig per klas. Ze willen graag op de foto en daarvoor gek doen. Ik zie dat er nu ook een speelterrein met enkele speeltoestellen voor de kinderen is. Maar omdat het midden op de dag is, wordt daar nu niet gespeeld. Er volgt nog een verdere rondgang door het gebouw waaronder de keuken, eetzaal, wasgelegenheid en slaapzaal. Tenslotte komen we weer terug bij de kinderen. Voor hen is het nu tijd om te eten, wat in de klas gebeurt. Op de gang kan water gehaald worden om te drinken. De kleinsten liggen al op matten in het lokaal en doen hun middagslaapje of liggen mooi om zich heen te kijken.
Een poosje later neem ik afscheid van Grace en de anderen. Het is goed dat het mogelijk is een project te bezoeken en het met eigen ogen te zien. Dan gaat het weer leven en kan je het overbrengen op anderen.