Sluit dit venster

Achtergrondinformatie

Hiv/aids in Zuid-Afrika
Het gaat goed met de bestrijding van hiv/aids. In de sub-Sahara (zuidelijk Afrika) daalde het aantal nieuwe besmettingen van 2,2 miljoen in 2001 tot 1,8 miljoen in 2009. In sommige landen, waaronder Zuid-Afrika, daalde dit getal zelfs met meer dan 25 procent.

Maar de cijfers zijn nog altijd zo hoog dat hiv/aids de Zuid-Afrikaanse maatschappij sterk ontwricht. In 2009 waren 5.600.000 inwoners van Zuid-Afrika besmet met aids en overleden er 310.000 mensen aan deze ziekte. Zuid-Afrika telt 1.900.000 aidswezen, 17,8 procent van de volwassenen lijdt aan aids. Met deze cijfers, afkomstig van de Verenigde Naties, staat Zuid-Afrika in de top vijf van landen met het grootste hiv/aidsprobleem ter wereld.

Nieuwe gezinsstructuren
Door de aidsepidemie worden families uitgedund. Weeskinderen kunnen vaak niet meer door hun ooms en tantes worden opgevangen. Er ontstaan nieuwe gezinsvormen. Zoals gezinnen die alleen uit kinderen bestaan en gezinnen die door grootmoeders geleid worden. Deze kinderen en hun grootmoeders hebben veel te verwerken. Niet alleen het verlies van hun geliefden, maar ook een langdurig ziekbed, armoede, verhuizing… Deze nieuwe gezinnen kampen met veel problemen.

Afhankelijkheid
Natuurlijk maken de grootmoeders zich grote zorgen over hun kleinkinderen. En hun zorgen worden groter als ze zich bedenken dat deze kinderen helemaal van hen afhankelijk zijn. Meestal is er geen andere volwassene in de buurt die de zorg kan overnemen.

Armoede
Het overheidspensioen dat bedoeld is om de eigen ziektekosten en het levensonderhoud te dekken, moeten grootmoeders nu gebruiken voor de verzorging van hun kleinkinderen. Soms onderhouden ze ook nog andere werkloze familieleden van hun magere pensioentje.

Opvoedingsproblemen
De leeftijdsverschillen in het nieuw gevormde gezin zijn groot, meestal ongeveer zestig jaar. Kinderen zijn vaak al uit hun evenwicht door het gemis van hun eigen ouders. Grootmoeders moeten hun aandacht verdelen over veel kinderen, soms uit meerdere gezinnen. Dit maakt dat veel kinderen zich onbegrepen en alleen voelen en gedragsproblemen ontwikkelen. Grootmoeders reageren hierop met harde hand. Uit onmacht, maar ook omdat ze dit vroeger zo geleerd hebben. Nieuwe opvoedkundige inzichten hebben ze zich niet eigen gemaakt.

Opleidingskloof
Bovendien is er sprake van een groot verschil in opleiding. Veel grootmoeders zijn nooit naar school gegaan en moeten nu hun schoolgaande kleinkinderen helpen met huiswerk. Ze hebben weinig kennis over hiv/aids en hebben vaak last van oude vooroordelen over deze ziekte.

Rouwverwerking
In een gezin waar iedereen worstelt met vragen over ziekte en dood is een open communicatie erg belangrijk. Maar veel grootmoeders komen uit een cultuur waar niet over deze onderwerpen gesproken werd. Met een kind willen ze al helemaal niet een gesprek over ziekte en dood aangaan. Gevoelens van rouw worden al te vaak weggedrukt.