Sluit dit venster

Persoonlijke verhalen

Christenen hebben het niet makkelijk in het Midden-Oosten. Veel hoger opgeleide christenen trekken naar het westen. De achterblijvers vormen een kwetsbare en versplinterde minderheidskerk in een omgeving die meer en meer wordt gedomineerd door moslims. Wat is een adequate reactie van slinkende kerken op de islam: isolement of juist betrokkenheid? Vier studenten aan de NEST vertellen hierover.

Issam 
Gladys 
Sabouh 
Saliim

Issam, 30 jaar, uit een presbyteriaanse kerk in Aleppo, Syrië
“Harmonieuze omgang met moslims is voor mij altijd vanzelfsprekend geweest. Van mijn vele vriendschappen met moslims is er een die stand houdt tot op de dag van vandaag. Mijn mooiste herinnering is dat in ons dorp op een gegeven moment moslims meehielp met de bouw van een Grieks-orthodoxe kerk! Ik kom graag in de moskee en voel me daar als Arabisch protestant erg thuis. Er zijn geen beelden, maar wel een serene sfeer en schitterende oosterse decoraties. De enorme toeloop van moslims op vrijdagmiddag en op feesten raakt me, temeer daar onze kerken steeds verder leeglopen.

Mijn kritiek op de islam is dat het een huis is zonder uitgang: je kunt er binnengaan, maar je niet bekeren tot een andere godsdienst. De Koran heeft voor mij hetzelfde gewicht als de apocriefe boeken. Historisch gezien interessant en een bepaalde mate van openbaring sluit ik niet uit. Ik heb een sterke bewondering voor Mohammed en bewonder zijn bijdrage aan de Arabische beschaving. Hij bracht zijn generatie terug tot de dienst aan de ene God.

Iedere zomer neem ik deel aan een conferentie over bruggen bouwen tussen christenen en moslims. Ik zie het als een uitdaging het evangelie te delen met moslims met een maximaal respect voor de islam. Als predikant zou ik vooral inzetten op sociaal werk met en ten dienst van moslimse medemensen. Ik droom er niet zozeer van dat veel moslims zullen toetreden tot mijn of een van de andere kerken. Maar wel dat velen van hen Christus leren kennen en met Hem op weggaan. Ik zie ook het gevaar van verdere islamisering en ben ervan overtuigd dat kerken zich niet langer moeten isoleren, maar zich juist betrokken en bewogen opstellen en hun contacten met moslims verbreden en verdiepen.”
terug

Gladys, 23 jaar, lid van een presbyteriaanse kerk in Noord-Libanon
“Mijn ouders hadden vriendschappelijke omgang met verschillende islamitische families. Als kind raakten we op die manier vertrouwd met elkaar. Ik heb zeer intense vriendschappen gehad met verschillende islamitische meisjes. De logeerpartijen tijdens de Ramadan zal ik nooit vergeten. De stroming van het soefisme fascineert mij. Hun muziek, meditatieve inslag en focus op een doorleefde relatie met God spreekt me aan. Iets daarvan vind ik ook terug bij bepaalde charismatische sprekers op islamitische tv-zenders. Maar wat me dan afstoot is het gebrek aan gezonde zelfkritiek bij veel moslims en een neiging tot activisme.

Ik ben opgevoed met de overtuiging dat Christus de enige weg is en heb me altijd afgevraagd hoe dat dan zit met moslims? Hoe kan Christus in hun leven werken? Als ik die vraag stelde in de kerk, kreeg ik steevast als antwoord dat op ons de plicht rust om hen het evangelie te verkondigen. Ik had daar als kind een slecht gevoel bij, omdat de getuigenisplicht mijn vriendschappen zou belemmeren. De studie theologie heeft me geholpen om hier meer ontspannen in te staan.

Ik deel mijn leven met moslims en mag daarin het licht van Christus laten schijnen. De laatste jaren heb ik met veel plezier deelgenomen aan interreligieuze conferenties en van daaruit enkele workshops georganiseerd in mijn eigen dorp. Verschillende gemeenteleden uit mijn kerk zijn betrokken bij de interreligieuze dialoog. Ik zou anderen willen aanmoedigen om te bouwen aan diepe vriendschappen over religiegrenzen heen. Mijn grootste angst is dat het christendom binnen dertig of veertig jaar uit Libanon is verdwenen. Maar ik hoop van harte dat velen dezelfde vreugde ontdekken die ik beleef in Christus.”
terug

Sebouh, 23 jaar en kandidaat-priester in de Armeens-orthodoxe kerk van Libanon
“Ik ben opgegroeid in een dorp dat bestaat uit Armeense christenen. De omliggende dorpen zijn overwegend islamitisch. Tijdens mijn tienerjaren raakte ik bevriend met een meisje uit een moslimfamilie. Zij is een zeer vroom mens. We komen bij elkaar thuis, bezoeken elkaar op de feesten en hebben dikwijls geloofsgesprekken. Mijn moeder is lang bang geweest dat ik op deze manier ooit met een moslimmeisje zou willen trouwen.

Wat me sterk aanspreekt in de islam is de stijlvolle en respectvolle manier waarop mannen en vrouwen met elkaar omgaan. Daar kunnen wij als christenen echt van leren. Die consensus en eenheid is ook een sterk punt ten opzichte van het versplinterde christendom. Ik beschouw de bijbel als het enige heilige boek, maar voel me niet geroepen een waardeoordeel uit te spreken over de Koran. Omdat Christus de eerste en de laatste is, kan ik het profeetschap van Mohammed niet erkennen, zeker omdat hij de essentie van het christendom ontkent. Ik zie het als mijn opdracht waar mogelijk het evangelie te delen en uit te leggen.

Werken aan een goede verstandhouding met het oog op vreedzaam samenleven vind ik heel belangrijk. Over het algemeen is er een volledig gebrek aan communicatie tussen christenen en moslims waardoor hardnekkige vooroordelen ten opzichte van elkaar blijven bestaan die gevoed worden door de christelijke en islamitische tv-stations. Ik zou mijn gemeenteleden willen stimuleren om vriendschappen met moslims op te bouwen. Het is het cement voor een goede samenleving. Door vriendschappen kan het licht van Christus schijnen.”
terug

Saliim, 31 jaar, op weg naar een predikantschap in een Anglicaanse dorpskerk op de Westbank in Palestina.
“Mijn familie en dorpsgemeenschap zijn gereserveerd ten opzichte van moslims. Ik heb vooral op de middelbare school en universiteit veel gesprekken gevoerd met moslims, maar eerlijk gezegd levert het niet veel op. In een bekeringsgerichte opstelling zie ik al evenmin heil. Wat mij betreft houden we een zekere afstand en werken we waar mogelijk samen aan gedeelde belangen. Zo heb ik verschillende keren samen met moslims samen opgetrokken in het leiding geven aan kinderkamp in ons geboortedorp. Het zou al prachtig zijn als we er in slagen in vrede samen te leven.

In mijn kerk speelt de presentie van moslims eigenlijk geen enkele rol. De meesten weten nauwelijks iets van de islam en zijn kritisch over het gedrag van moslims. Als predikant wil ik vooral veel aandacht besteden aan degelijk onderwijs in de kerk zodat mijn gemeenteleden stevig in hun schoenen staan. Ik zou graag een actieve rol spelen in het publieke debat zodat ook de christelijke visie op tal van terreinen gehoord wordt. Er valt van alles te verbeteren op het vlak van relaties en ik ben bang dat er over enkele decennia enkel nog wat christelijke gebouwen zijn overgebleven. Maar ik hoop van harte dat christenen en moslims leren samenleven.”
terug