In 1951 werd in de conventie van Genève vastgelegd wie vluchtelingen zijn en hoe landen met vluchtelingen moeten omgaan.
Vluchtelingenverdrag van Genève
Officieel heet dit Verdrag het Verdrag betreffende de status van Vluchtelingen.
In het Verdrag is afgesproken dat alle vluchtelingen recht hebben op bescherming. Dit Verdrag is gesloten in Genève (Zwitserland) in 1951 en was eerst alleen bedoeld voor mensen, die waren gevlucht door gebeurtenissen tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog. Maar door de toevoeging van een zogeheten Protocol in 1967 is het Verdrag ook van toepassing op mensen die na die tijd hun land zijn ontvlucht. Inmiddels hebben bijna 150 landen het Verdrag ondertekend.
Wanneer is iemand een vluchteling?
In artikel 1 van het Verdrag staat wanneer iemand een vluchteling is en dus recht heeft op bescherming: “Een vluchteling is iemand die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit vrees voor vervolging, niet wil vragen.”
Uitgenodigde vluchtelingen
Vluchtelingen komen op verschillende manieren naar Nederland. Nederland nodigt jaarlijks 500 vluchtelingen uit. Dit gebeurt op voordracht van de UNHCR (de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties). Het gaat dan bijvoorbeeld om vluchtelingen uit vluchtelingenkampen die bijzonder risico lopen.
Asielzoekers
Ook komen jaarlijks grote groepen mensen in Nederland die asiel aanvragen. We noemen hen ‘asielzoekers’. Niet iedere asielzoeker is een vluchteling in de zin van het verdrag. Vaak gebruikt men de term economische vluchteling, als het gaat om mensen die vanuit de armoede in hun land van herkomst geen perspectief meer zien in eigen land, en proberen om dit perspectief hier wel te vinden.