Kerk in Actie-medewerkster Florette Koning is in Colombia. Zij bezoekt organisaties die hulp bieden aan vluchtelingen in Bogotá. Tien procent van de Colombiaanse bevolking is weggevlucht voor het jarenlange geweld in eigen land. Lees haar dagboek tijdens haar reis.
Bezoek aan diverse organisaties in Bogotá
Florette Koning is communicatiemedewerkster bij Kerk in Actie. Zij bezoekt Colombia om verhalen te horen over het werk in Colombia dat komende kerst centraal zal staan voor Kinderen in de Knel. Zij is van 22 mei t/m 4 juni in Colombia. De eerste week volgt ze Spaanse taallessen in Cartagena. De tweede week bezoekt ze de partnerorganisaties van ICCO en Kerk in Actie in Bogotá. Op 30 mei zijn er presidentsverkiezingen in Colombia. De dagboeken zijn te printen via het printsymbool rechts in de roze balk.
Dagboeken van Florette Koning
Zaterdag 22 mei
Zondag 23 mei
Maandag 24 mei
Dinsdag 25 mei
Woensdag 26 mei
Vrijdag 28 mei
Zaterdag 29 mei
Zondag 30 mei
Maandag 31 mei
Dinsdag 1 juni
Woensdag 2 juni
Donderdag 3 juni
Vrijdag 4 juni
Zaterdag 5 juni
Artikelen van Florette Koning in de krant:
25 juni: Reformatorisch Dagblad
25 juni: Friesch Dagblad (pdf-bestand)
Zaterdag 22 mei 2010
Spanning voor de reis
Een reis naar Colombia is toch spannend als het eenmaal zo ver is. Het land van Pablo Escobar en de cocaïne. Het land waar de Nederlandse Tanja Nijmeijer vecht bij de Farc. Het land waar Ingrid Betancourt ontvoerd werd. Ik heb vóór mijn vertrek veel boeken gelezen (misschien iets té veel?) over de drugshandel en het geweld in dit land. Het stemt me niet vrolijk. Tijdens de vlucht lees ik in de krant dat er 239 kilo cocaïne is onderschept in de Rotterdamse haven. Hoeveel schepen zullen er momenteel onder mij door varen met dit ‘witte goud’ aan boord?
Geheime missie
Vlak voor mijn vertrek benadrukt mijn collega dat ik vooral moet zeggen dat ik toerist ben: bij de douane, bij mijn gastgezin en bij de taallessen. Ik kan vertellen dat ik voor de kerken werk, dat we kinderprojecten steunen, maar niet dat we vooral werk voor vluchtelingen steunen. De dag voor mijn vertrek besluit ik daarom om mijn dagboek pas bij veilige thuiskomst online te zetten. Ook neem ik al mijn voorbereidende paperassen niet mee om eventuele lastige vragen bij de douane te voorkomen. De belangrijkste stukken neem ik tijdens mijn vlucht van Amsterdam naar Parijs nog snel even door en laat ze achter in een Parijse vuilnisbak. Hoe zal het zijn om in een land te leven waar men elkaar niet kan vertrouwen?
Vluchtelingenproblematiek
De huidige president is acht jaar aan de macht. Hij heeft erg ingezet op het bestrijden van de rijke en sterke linkse guerrillagroep Farc. Hij is razend populair om zijn harde aanpak. Maar ook hij heeft de eindeloze stroom vluchtelingen niet kunnen stoppen. Inmiddels is ruim tien procent van de bevolking op de vlucht geslagen voor het geweld. De meesten van hen zijn in de sloppenwijken van de grote Colombiaanse steden beland. Kerk in Actie biedt vooral hulp aan vluchtelingen in de hoofdstad Bogotá. De overheid geeft hen onvoldoende bescherming en hulp. Kerk in Actie steunt vluchtelingen om hen daarop aan te spreken. Dat wordt niet op prijs gesteld. De organisaties die ik volgende week in Bogotá zal bezoeken, worden geregeld bedreigd door rechtse paramilitaire groepen, die soms samenwerken met de overheid.
Verkiezingen
President Uribe mag dan populair zijn. Een herverkiezing zit er na twee termijnen niet meer in. Volgende week zal ik de verkiezingen in Colombia meemaken. Ook dat is spannend. Twee kandidaten houden een nek-aan-nekrace: de minister van Defensie van de huidige regering en een ex-burgemeester van Bogotá. Die laatste wordt nu al bedreigd. Iedere verandering van de macht levert hier spanningen op, omdat te veel spelers bang zijn hun macht te verliezen. Er zijn hier in het verleden al heel wat presidentskandidaten vermoord, waardoor men hier ooit zei: “Wie wordt de volgende president? Degene die de aanslagen overleeft!”
Het leger
Ik zit weliswaar bij het raampje, maar negen uur lang naar oceaan kijken word je snel zat. Ik heb zowaar twee eilanden en veel witte stippen (boten) gespot. Ik ben blij dat het me lukt om mijn eerste Spaanstalige gesprekje aan te knopen met mijn buurvrouw. Onderwerpen als guerrilla en drugshandel blijken onontkoombaar te zijn. Deze 37-jarige Colombiaanse blijkt namelijk uit een militaire familie te komen. Pa en echtgenoot bij het leger, geeft zelf les aan militairen. Ik had me nog niet echt in die kant van de zaak verdiept. Hun voornaamste taak is het bestrijden van de Farc, waardoor ze vaak maanden van huis zijn. Dat is vaak ontwrichtend voor het gezinsleven. Veel militairen krijgen relaties met andere vrouwen.
Mijn buurvrouw is om die reden na drie jaar van haar man gescheiden. Haar eigen ouders zijn na 25 jaar huwelijk uit elkaar. Haar moeder werkt voor de VN.
Ik vraag verbaasd: “Als chemicus?”
“Ja, voor de bestrijding van de drugshandel!”
Zelf geeft ze militairen les in het aanpakken van die drugshandel. Ik zag al met een schuin oog dat ze interessante literatuur aan het lezen was. Ze was haar lessen aan het voorbereiden. Toch woont ze zelf in Spanje met haar zoontje en nieuwe man (een Spanjaard) en woont haar broer in Argentinië. Ze reisde zes keer naar Israël voor studie. Ik vroeg niet verder, maar had al eerder gehoord over de connecties tussen Colombia en Israël. Wapens en expertise rond geweld brengen hen blijkbaar samen. Toch prees mijn buurvrouw het leven in Colombia uitbundig: mooi land, fijn klimaat, lekker eten en vriendelijke, vrolijke en behulpzame mensen.
Overeenkomsten
Op de vlucht van Bogotá naar Cartagena zit ik naast een 16-jarig meisje, die met 14 vrienden een weekje op vakantie gaat in Cartagena. Ze is erg enthousiast dat ze naast me zit. “Is die kleur ogen echt?” Ze buigt zich naar me toe, houdt haar mobiel voor onze hoofden en vraagt of ze een foto mag nemen. Ze gaat zeven uur per dag naar de middelbare school en wil graag actrice worden in haar favoriete soapserie. Ze eet chips en kauwgom, is in de weer met haar mobiel. Ze houdt van muziek en van volleybal. Ik denk aan mijn eigen kinderen en zie meer overeenkomsten dan verschillen. Voor haar is Colombia een fijn land om te leven. En het geweld? Ze weet niet anders.
Mooie kanten van Colombia
Zo zie ik ook nu al een ander kant van Colombia. Ik hoop die mooie en vrolijke kant ook te zien tijdens mijn week taalles in Cartagena aan de Atlantische Oceaan. Nog steeds komen er toeristen naar Colombia vanwege de zonnige kusten en de prachtige gevarieerde natuur. Ook komt hier heerlijke koffie vandaan én last but not least de fairtrade bananen die bij de Plus-supermarkten te koop zijn!
terug
Zondag 23 mei
Gastgezin
Inmiddels veilig aangeland bij mijn gastgezin: Nelly, een gescheiden vrouw met drie volwassen kinderen, dertigers die inmiddels al eigen gezinnen hebben. Bij aankomst snel gaan slapen om in een goed ritme te komen met zeven uur tijdverschil. Ondanks de drukkende tropische warmte en het lawaai buiten op straat toch redelijk goed kunnen slapen. Het hondje heeft dezelfde naam als mijn dochter, wat wel hilarisch is.
Kerkdienst
Ik word wakker met forse regen. Dat had ik hier niet verwacht. Ik besluit met mijn gastvrouw mee naar de kerk te gaan. In de bus neem ik de nieuwe indrukken van Cartagena in me op. De kerk blijkt drie jaar geleden opgericht door haar schoonzoon. Ik tref dus ook het gezin van haar dochter in de kerk. Zo’n zeventig mensen komen hier wekelijks samen in een klein zaaltje met een bovenverdieping. De ruim twee uur durende dienst doet evangelisch aan. Bij ons is het Pinksteren, maar hier blijken ze dat niet te vieren. Hier is het blijkbaar iedere zondag Pinksteren. Veel zingen, handen omhoog, laat je hart spreken, maar ook een uitvoerige preek over de vruchten van de Geest. Laat in je doen en laten zien dat je een goed mens bent. Stel je vertrouwen op God, maar wees zelf ook te vertrouwen.
Is mijn Spaans al zo goed dat ik dit kan volgen? Nou nee, maar Nelly’s dochter zit naast me en vertaalt in het Engels. Haar zoontjes vinden het ook geweldig om Engels met mij te oefenen.
De kinderen zijn ineens verdwenen en blijken in een zaaltje boven een bijbelverhaal te horen en drama te doen. Vlak voor de collecte laten jongeren een ludiek filmpje zien waar ze allemaal geld aan uitgeven. Afgesloten met een oproep dat je dus best wat kunt missen voor het goede doel. Uitbundige muzikale begeleiding en een koortje met synthesizer, gitaar en drumstel.
Aan het eind worden alle witte plastic tuinstoelen weer opgestapeld en wordt er nog wat nagepraat. Op het prikbord zie ik een papier hangen met daarop: “Eerlijkheid is de basis van democratie.” De boom van het goede (eerlijkheid) en de boom van het kwade (corruptie) staan hierop afgebeeld en ingevuld. De eerste leidt tot welvaart, gelijkheid en ontwikkeling. De tweede tot ellende, onrecht, onveiligheid en armoede.
Overal beveiliging
’s Middags word ik naar een winkelcentrum gebracht dat absoluut niet onderdoet voor wat wij in Nederland kennen. Er is zelfs een heel pretpaleis voor kinderen. Ik kan er rustig en ongestoord rondlopen en het is er heerlijk koel. Bij de in- en uitgangen zijn tralies en staat bewaking. Net als bij veel huizenblokken hier, ook die van Nelly: ze woont in een blok van twaalf woningen (drie keer vier hoog) met een identiek blok daar precies tegenover. Kun je leuk zwaaien naar elkaar) en een straatje ertussen voor de auto’s. Om deze in totaal 24 woningen staat een traliehek met een bewaker bij de ingang.
Op straat
Op de terugweg naar huis word ik al snel geconfronteerd met bedelaars. Ik loop stug door voordat ik meerdere mensen achter me aan krijg. Ik snap hun nood, maar ik kies voor mijn eigen veiligheid. Bij een drukkere plek sluit ik me snel aan bij een familie. Als ik een foto van het huis van mijn gastgezin neem, roept een man mij toe dat ik moet oppassen niet beroofd te worden. Kennelijk schamen de mensen zich ook dat dit zo is in hun land. Ik zie jonge jongens blootsvoets over straat hollen, iemand slapen op de grond.
De oude stad van Cartagena
Aan het eind van de middag ga ik naar ‘de oude stad’ met gastvrouw Nelly, haar volwassen dochter en vijf oude tantes die op bezoek zijn (een huis vol). Omgeven door deze zeven vrouwen voel ik me zeer veilig. Ze lachen, ‘hollen’ door rood licht. De tantes komen uit kleine dorpen en genieten van het uitstapje naar de stad. Volgens mij zijn er heel wat zelfstandige vrouwen in dit land. Ik zie de prachtige koloniale stad met imposante gebouwen en een indrukwekkend fort. In de stad is ook een feestelijke muzikale happening aan de gang in verband met de verkiezingen. Een van de presidentskandidaten komt hier spreken. Veel politie op straat.
Twee werelden: rijken en armen
Maar ’s avonds worden de straten doods en verlaten, omdat alle winkels hun rolluiken laten zakken. Op televisie hoor ik dat vorige week in Cartagena een cocaïnevangst is gedaan en dat er enkele mensen vermoord zijn. Is Nelly’s dochter niet bang voor dit geweld? Jawel, maar ze kijkt goed uit, vooral voor de jonge jongens op brommers (sicario’s), die dergelijke moorden vaak plegen. Er zijn hier twee werelden: die van de armen en die van de rijken. Ik lees dat in Colombia één op de negen kinderen ondervoed is. De rijken beschermen zich zo goed en zo kwaad als dat kan tegen het dreigende geweld van de armen en van de machtigen en leren er mee leven.
terug
Maandag 24 mei
Bidden tot Maria
Als ik ’s morgens wakker word, hoor ik de tantes in de kamer naast me gebeden opzeggen en zingen tot Maria. Later zie ik dat ze daar een boekje bij gebruiken. Dat is nog eens wat anders dan de regen van de vorige dag!
Geweld bestrijden met geweld
Vandaag beginnen mijn taallessen, een half uur lopen bij mijn gastgezin vandaan. Het lopen is geen probleem, maar de drukkende hitte valt me toch tegen. En dat al om 7.30 uur in de ochtend! Ik word ingedeeld bij een groep met vijf anderen: drie Amerikanen, één Australische en één Duitser. We behandelen vooral werkwoorden, die tamelijk ingewikkeld zijn in het Spaans: al die verschillende verleden tijden.
We hebben ook een gesprek over de verkiezingen. Presidentskandidaat Santos (die gister hier in Cartagena op de verkiezingsbijeenkomst sprak) is Minister van Defensie in de huidige regering van Uribe. De lerares vertelt dat hij verantwoordelijk is voor de harde aanpak tegen de Farc. Wie een Farc-lid of een paramilitair vermoord, kan een beloning krijgen.
Het gevolg is dat er ook mensen zijn die de arme wijken in gaan, daar iemand vermoorden en diegene het gevraagde uniform aantrekken om de premie te kunnen innen. Deze methode klinkt me bekend in de oren. Drugsbaron Pablo Escobar zette ooit een premie op het hoofd van vermoorde politieagenten. Aangezien de wetgeving rond wapengebruik hier zeer soepel is (omdat iedereen zichzelf wil verdedigen), werkt dit natuurlijk zeer veel geweld in de hand. Ik zag vandaag bij een restaurant een verbodsbordje staan, dat je je pistool hier niet mee naar binnen mocht nemen.
Spaanstalig Miami
We raken aan de praat over de grote groep Spaanstaligen die in de Verenigde Staten wonen. Veel Colombianen wonen in Miami, het meest zuidelijke puntje van de VS, dat dicht bij Cuba ligt. De stad is volledig Spaans-sprekend. De rijke blanke Cubanen hebben er de macht. De meeste Centraal-Amerikanen zijn zwarter en worden gediscrimineerd. Het is ook overal hetzelfde.
Miami wordt de meest noordelijke stad van Zuid-Amerika genoemd. Men grapt er: “Wil de laatste Amerikaan die uit Miami vertrekt de vlag meenemen?” In het zuiden van de VS wonen (begrijpelijk) veel Latino’s, maar ook in New York.
Contact
Tussen de middag heb ik eindelijk mogelijkheden om internet te gebruiken. Ik verzend mijn dagboeken en besluit toch dat het veilig genoeg is ze al op de website van Kerk in Actie te plaatsen. Het voelt toch veiliger nu ik hier eenmaal ben, ook omdat ik rustig over straat kan lopen. Eindelijk e-mails sturen naar het thuisfront. Mijn mobiele telefoon bleek geen bereik te hebben, dus sms-en of bellen was niet mogelijk.
Tehuis voor straatjongens
’s Middags bezoek ik met de taalgroep een tehuis voor zo’n 35 straatjongens. De Amerikanen zijn hier eerder geweest en hebben toen ballen, frisbees, speelkaarten en kleurpotloden voor de kinderen meegebracht. We gaan erheen voor wat gezelligheid. Zo’n tien jongens krijgen net les. De anderen liggen in een grote kale ruimte met beschilderde muren te hangen of te slapen op de grond. Zij krijgen op een andere tijd les. Ze zijn tussen de acht en de dertien jaar. De kinderen gaan de ballen, een frisbee en de speelkaarten halen en we spelen samen op het binnenplaatsje en in het slaapvertrek. Eén kleine jongen komt maar niet tot spelen. Hij blijft maar bedelen en vragen, zoals je dat kinderen ook op straat ziet doen. Maar iedereen negeert dit gedrag enigszins. Zo’n houding kan jarenlang je redding zijn, dan valt het niet mee om te schakelen.
Tijdverschil
Ik heb nog wat moeite met de zeven uur tijdverschil. Ik moet mezelf er echt toe zetten om wat langer op te blijven. Vroeg opstaan, gaat daarentegen zeer gemakkelijk.
terug
Dinsdag 25 mei
Rondleiding door Cartagena
Na de Spaanse les krijgen we vandaag een uur dansles (merengue en salsa). Daarna leidt iemand van de school ons rond door de oude stad van Cartagena. Deze kustplaats was de eerste stad die de Spanjaarden stichtten toen ze Colombia in de 16e eeuw veroverden. We bezoeken het goudmuseum, waar zeer oude gouden sieraden te zien zijn van de oorspronkelijke bewoners. De enige reden dat deze gouden voorwerpen hier in Colombia te vinden zijn (en niet in Spanje zijn beland) is omdat ze in graftombes onder de grond lagen en pas later ontdekt zijn. De oorspronkelijk Indiaanse bevolking heeft zich inmiddels grotendeels vermengd met de Spanjaarden en later de Afrikanen. Veel Colombianen zijn na al die jaren een mix van Spaans, Indiaans en Afrikaans bloed.
Afro-Colombianen
Hier in Cartagena kwamen destijds de slaven uit Afrika aan om in de goudmijnen te werken en op de plantages. Dezelfde geschiedenis als bij ons in Suriname (hier iets verderop gelegen). Ik liep vandaag op het plein waar destijds de slavenmarkt was waar ze verkocht werden. Binnen de stadsmuren woonden alleen blanke Spanjaarden. De Afrikanen kwamen alleen op de slavenmarkt terecht of als ze in huis bij de Spanjaarden kwamen te werken als knecht of dienstmeid.
Inmiddels bestaat zo’n tien procent van de bevolking uit Afro-Colombianen. Aanvankelijk woonden ze vooral langs de kust. Velen van hen zijn door de huidige gevechten van hun grond verdreven. Een derde van de vluchtelingen in eigen land bestaat uit Afro-Colombianen. Een aantal (Afro-)Colombianen voerden vandaag op het slavenplein prachtige dansen uit onder het oog van het standbeeld van de stichter van de stad. Hij had eens moeten weten, dat Afro-Colombianen vrijuit aan zijn voeten kunnen dansen binnen de stadsmuren. Toch is dit nog steeds de meest gediscrimineerde groep Colombianen. Ik hoop hen straks als eerste te ontmoeten in Bogotá.
Steeds vertrouwder met Cartagena
Gelukkig was het vandaag bewolkt en dus heel wat minder heet toen ik naar de Spaanse les liep. Ik merk dat ik vandaag al veel vertrouwder ben met mijn omgeving. Het voelt al redelijk veilig. Ik kan rustig over straat lopen. Toen ik aan begin van de avond terug naar huis liep tijdens het drukke spitsverkeer kon ik alleen maar genieten van alle mooie indrukken om me heen. Dan lijkt het even of er helemaal niets bijzonders aan de hand is in dit land, dat zo op het eerste oog toch ook een redelijke welvaart kent. Er loopt wel veel politie en bewaking rond, maar dat went gauw genoeg. Ik merk het ook aan de toeristen die ik hier ontmoet tijdens de taalles. De meesten hebben van anderen gehoord dat dit een prachtig land is en dat geeft de doorslag om hier gewoon te komen. Voor Amerikanen is het naar verhouding natuurlijk ook redelijk dichtbij.
terug
Woensdag 26 mei
Toeristische attractie
Tijdens de taalles hoor ik dat er in Colombia uitstapjes mogelijk zijn waarin je kunt zien hoe ze cocaïne maken: van de teelt van coca tot en met het verwerkingsproces in het laboratorium. Alsof ze er trots op zijn! Nou ja, zo zijn onze ‘wallen’ en ‘coffeeshops’ onze toeristische attractie….. en of we dáár nou zo trots op zijn….?
Ontheemden in Cartagena
Ook komt het onderwerp ‘ontheemden’ ter sprake. Onze lerares vertelt dat veertig procent van de bevolking van Cartagená uit ontheemden bestaat. Ik hoor ook dat dertig procent van de inwoners onder de armoedegrens leeft. Eén en één is twee: dat zal wel over dezelfde groep gaan. Dat bewijst maar weer eens hoeveel je (als toerist) niet kan zien als je het niet weet. De ontheemden werken in de informele sector. Hun werk staat nergens genoteerd, ze betalen geen belasting. Het gaat bijvoorbeeld om al die mensen die hier fruit of kleine zoetigheid, of hartige hapjes verkopen op straat of leuke spullen voor de toeristen.
Maar het gaat ook om de motortaxi’s. De gewone taxi’s zijn hele herkenbare gele auto’s met enorme nummers erop, zodat je altijd weet met welke taxi je meerijdt. Slim systeem want als er iets vervelends zou gebeuren, is zo te achterhalen wie het gedaan heeft. Die taxi’s zijn wél officieel, maar motortaxi’s dus niet. Zelf kan ik maar moeilijk onderscheiden wat een gewone brommer is en wat een motortaxi.
Andere vluchtelingen
Aan het eind van de middag ga ik langs het enorme fort dat ik steeds passeer als ik naar de taalles ga. Het is in de 17e eeuw gebouwd en het grootste fort dat de Spanjaarden ooit hebben neergezet op dit continent. Het is inderdaad indrukwekkend. Het uitzicht is adembenemend. Samen met een Hollands stel zie ik hier de zon in de zee zakken. Nou ja, Hollands? Ze hebben hiervoor vier jaar in Zwiterland gewoond vanwege werk. Zijn ouders blijken Argentijns te zijn. Zijn vader is hier dertig jaar geleden naar toe gevlucht en moet nu ineens een inburgeringscursus gaan volgen. Ze reizen nu een paar maanden rond in Zuid-Amerika en eindigen uiteindelijk in Argentinië om daar het land te leren kennen en familie te bezoeken. In deze regio zwijgen ze over het feit dat zijn vader gevlucht is. Het ligt na dertig jaar nog steeds gevoelig, vooral omdat de daders van de verdwijningen en de moorden in Argentinië nooit berecht zijn. Als het recht zijn beloop niet heeft, blijft het een open wond.
Militair worden is de beste keuze
’s Avonds raak ik (in het Spaans!) aan de praat met Patricia. Zij werkt nu al 3 maanden bij mijn gastvrouw Nelly om haar met het huishouden te helpen als ze gasten heeft. Ze studeert iets administratief/financieels, maar moest werken omdat haar moeder voor een half jaar arbeidsongeschikt werd door een ongeluk. Hier geen sociale verzekering, dus haar werk is noodzakelijk om haar studie te kunnen blijven volgen. Ze is 21 jaar en mag dus gaan stemmen op zondag 30 mei, maar weet nog niet zeker op wie. Beide kandidaten hebben hun goede en minder goede kanten. Ze legde me uitvoerig uit wat dat dan precies was, maar ja…die details kon ik toch nog niet helemaal volgen…
Haar 20-jarige broer blijkt militair. Hij vecht nu aan de oostgrens (met Brazilië) tegen de guerrilla (vooral de Farc), tegen de drugsbaronnen en de paramilitairen. Waarom werd hij militair? Omdat het voor mannen erg moeilijk is om betaald werk te vinden. Als militair ben je in dit land verzekerd van werk. Het betaalt niet zo heel goed, maar je kunt bonussen verdienen. Eén keer raden hoe. Hij is in anderhalf jaar tijd vijf dagen thuis geweest. Contact per telefoon of per e-mail is lang niet altijd mogelijk, omdat hij in bergachtig gebied verblijft, waar vaak geen bereik is. Zouden er in dit land families bestaan zonder militairen?
terug
Vrijdag 28 mei
Niet iedereen gaat stemmen
Mijn laatste dag in Cartagena. Afscheid van gastvrouw Nelly, van Jessica en de tantes. Het is een goede week geweest, al had ik met de taalles natuurlijk wel iets verder willen komen. De werkwoorden blijven moeilijk om toe te passen, maar mijn luistervaardigheid is behoorlijk vooruit gegaan. Gisteravond had ik nog een gesprek met de tantes na afloop van het grote debat op tv. Ze blijken niet te gaan stemmen, omdat ze zondag niet op tijd terug zijn van hun vakantie hier in Cartagena en ze niemand gemachtigd hadden. Ook de medicijnenstudente kan niet stemmen, omdat ze officieel nog ingeschreven staat bij haar ouders, die te ver weg wonen.
Afscheid van mijn gastgezin
Wat is me vooral opgevallen bij het gastgezin? Het eten: drie keer per dag een warm maal bestaande uit aardappelen, rijst, maiskoek, gevulde deegwaren, tosti’s e.d. De lunch is de hoofdmaaltijd. ’s Morgens kreeg ik altijd een kop Colombiaanse koffie met veel melk en suiker. ’s Avonds sap erbij. Men eet niet bij voorkeur samen. Ik at meestal alleen, zodra ik wakker werd of thuiskwam. Zodra iemand wil gaan eten, kan hij eten. Als iemand klaar is, loopt hij weg zonder te wachten of de ander klaar is. De tv staat vaak aan, men kijkt het liefst in een donkere kamer.
Openbaar vervoer
Vandaag nam ik de taxi naar de taalles, omdat ik mijn koffer nu moest meenemen i.v.m. mijn vertrek naar Bogotá. Tijdens de spits is het verkeer hier echt een chaos. Een drukte van belang met auto’s, veel brommers, heel veel gele taxi’s en enorm veel bussen. Die bussen stoppen nauwelijks, maar rijden vooral heel hard en roepen waar ze heen gaan. De bijrijder sleurt en duwt de mensen zo ongeveer naar binnen, want er is blijkbaar geen tijd te verliezen. Ik dacht dat wij Noord-Europeanen zo haastig waren? Hier kunnen ze er ook wat van en dat in die tropische hitte! Waarschijnlijk komen de bussen niet op vaste tijden, maar rijden ze zo snel mogelijk om zoveel mogelijk rondjes te kunnen maken en meer te verdienen. Het lijkt me duidelijk dat de buschauffeurs zelfstandig zijn en niet voor een baas werken. De meeste wegen hebben nummers in plaats van namen en zijn eenrichtingsverkeer. Dat is wel even wennen, maar met het oversteken weer heel makkelijk. Verder zijn hier zo’n acht grote vliegvelden en nog tientalle kleintjes. Colombia is 28 keer groter dan Nederland en over de weg niet altijd even goed begaanbaar vanwege de bergen in het westen of het oerwoud in het oosten.
Geweldadige geschiedenis
Tijdens mijn laatste taalles hebben we een heel gesprek over de recente geschiedenis van Colombia. In het verleden zijn twee belangrijke presidentskandidaten vermoord. De eerste in 1948: de liberale kandidaat Gaitan. Hij passeert je dagelijks op een van de kleinere geldbiljetten. Zijn dood was de aanleiding voor een tien jaar durende bloedige burgeroorlog tussen Liberalen en Conservatieven. Toen ze vrede sloten, spraken ze af dat iedere partij om de vier jaar aan de macht zou komen. Dat is lange tijd zo doorgegaan. Het bracht wel rust, maar was niet zo heel democratisch.
Pablo Escobar
Ruim veertig jaar later wordt er opnieuw een liberale presidentskandidaat vermoord: Galan. Dit keer in opdracht van de beruchte drugsbaron Pablo Escobar, in een periode dat de drugshandel op zijn hoogtepunt was in Colombia. Escobar was als de dood dat Galan de drugshandel hard zou aanpakken en hij dan mogelijk uitgeleverd zou worden aan de Verenigde Staten. Daar had hij geen vriendjes om om te kopen. Na de moord op Galan en na vele ontvoeringen door Escobar, kreeg hij de nieuwe president zo ver om hem niet uit te leveren. Escobar liet zijn eigen luxueuse gevangenis bouwen in zijn eigen dorp, waar hij vanzelfsprekend zelf de macht had en zijn drugskartel kon blijven leiden. Toen de onvoorstelbare luxe in zijn “Kathedraal” of “Vijf-sterren-hotel” wereldkundig werd, dreigde men hem over te plaatsen. Op dat moment vluchtte Escobar via een tunnel. Een jaar later werd hij opgespoord en in een vuurgevecht gedood. In vijf jaar tijd was Pablo Escobar verantwoordelijk geweest voor gemiddeld 2 moorden per dag: duizenden politieagenten, honderden rechters en journalisten. Een onvoorstelbare geschiedenis.
Risico’s in Colombia
Aan het eind van de middag vlieg ik van Cartagena naar Bogotá, dat zo’n anderhalf uur vliegen, 650 kilometer verderop ligt. Gelukkig is er geen presidentskandidaat aan boord,want anders was er paniek uitgebroken. Safety first! Toch is de Colombiaanse vliegmaatschappij daar niet zo bang voor, blijkt uit het promotiefilmpje dat ik te zien krijg. Daar verschijnt de opbeurende tekst: “Het enige risico dat je loopt in Colombia is dat je wilt blijven”.
Zaterdag 29 mei
Bezoek aan de sloppenwijken van Bogotá
Vandaag ben ik de hele dag vanaf 8.00 uur tot zonsondergang op bezoek in de wijk Soacha, de gigantische sloppenwijk die tegen Bogotá aangebouwd is. Nu ik er kom realiseer ik me dat deze wijk me al opviel vanuit het vliegtuig: alleen maar bebouwing, nergens bomen. Dat ziet er vanuit de lucht heel kaal uit. Deze wijk is eigenlijk een stad op zichzelf met wel 1,3 miljoen inwoners. Heel Bogotá heeft 7 miljoen inwoners. Gigantisch! Het regent veel in Bogotá, dat een vergelijkbaar klimaat heeft als Nederland het grootste deel van het jaar, omdat het hoog in de bergen ligt op 2.600 meter hoogte.
Slechte wegen
Ik ben érg blij dat het vandaag niet regende, want dan moet het verschrikkelijk zijn hier in Soacha. Hier zijn de wegen namelijk niet meer geasfalteerd. Het wordt één grote modderbende op deze wegen, met heuvels en dalen. Vandaag volg ik een bespreking waarbij de organisatie Afrodes de inwoners bij elkaar heeft geroepen om samen de wegen te gaan verbeteren om ze begaanbaar te houden en erosie tegen te gaan. Als het regent is het hier één grote modderpoel. Als het lang droog is, is het één stoffige bende. Met verbijstering zie ik in deze ‘sloppen-stad’ hele bussen vol mensen heen en weer wiebelen. In onze gewone auto is het al moeilijk om hier goed vooruit te komen.
Leven in een sloppenstad
Verder lijkt het hier ondanks alles een gewone stad. De huizen bestaan uit baksteen. Dat moet ook wel met al die regen hier. Sommigen zijn echt goed gebouwd, anderen erg simpel gecombineerd met golfplaten. Er zijn allerlei winkels, ook voor mobieltjes, koelkasten, televisies. Ik zie zelfs een café met biljarttafels. Maar sommige winkels zijn niet meer dan een garage, waar ’s avonds het rolluik naar beneden gaat. Dan zal het er wel doods uitzien. Wat een verschillende typen mensen lopen hier rond: van wit en bruin tot zwart Afro-Colombiaans!
Afrodes
Kerk in Actie steunt de organisatie Afrodes, die ik vandaag met een cameraman bezoek om opnames te maken voor de komende kerstcampagne voor dit werk. Afrodes biedt hier hulp aan jongeren vanaf zes jaar, met muziek, voetbal, dans. Vooral de muziek met trommels en zowaar een klarinet maken een prachtig vrolijk geluid door een groot deel van de wijk. We filmen de activiteiten, de wijk en gesprekken met jongeren en hulpverleners. Naast deze duidelijk zichtbare en hoorbare activiteiten is het vooral van belang dat Afrodes haar stem laat horen naar de Colombiaanse overheid om op te komen voor hun rechten. Zonder deze structurele aanpak zou hun werk voor slechts een aantal jongeren een druppel op de gloeiende plaat blijven.
Afro-Colombianen
Een derde deel van alle ontheemden is Afro-Colombiaan, terwijl ze maar tien procent van de totale bevolking uitmaken. In verhouding is deze gemeenschap dus buitenproportioneel getroffen door het geweld. Veel Afro-Colombianen komen uit de kustprovincie Chocó, waar hun voorouders in de 17e eeuw als slaven te werk gesteld werden. Afro-Colombiaanse jongeren worden nog steeds gediscrimineerd, kunnen moelijker gaan studeren of aan werk komen, krijgen veel te maken met vandalisme, drugsverslaving, prostitutie en lopen kans geronseld te worden door gewapende groepen.
Zelfbewustzijn
Bij de gesprekken met de jongeren valt me op dat ze trots en zelfbewust zijn en ondanks alles positief in het leven staan. Je zou haast denken dat het hier dus allemaal wel meevalt, maar het belangrijkste is dat Afrodes werkt aan gemeenschapsvorming. Zoals bestuurslid Luz Marina het zo mooi uitdrukte: “Als we met onze armen over elkaar blijven zitten, wordt het alleen maar moeilijker”. Of danslerares Daisy: “Onze problemen zijn niet het ergste, als we maar vooruit blijven gaan”. Dat is precies de spijker op zijn kop: zolang er hoop is op verbetering zijn de problemen dragelijk. De wetgeving in Colombia is sinds 1991 een van de beste van de wereld, helaas ontbreekt het aan de concrete naleving ervan. Afrodes komt op voor de rechten van Afro-Colombianen, maar de regering beschouwt hen als hinderlijk: “een steen in de schoen”, zoals Luz Marina het mooi verwoord.
Op de vlucht voor het geweld in Chocó
De meeste jongeren vertellen me niet zo veel over het geweld dat ze meegemaakt hebben. De 14-jarige Angie is zelfs in Bogotá geboren en kent haar familiegeschiedenis alleen uit verhalen. De 23-jarige Leidi kan het zich nog wel goed herinneren.
Ze was 10 jaar toen ze moesten wegvluchten uit hun dorp: “Het was ochtend en ik was dicht bij huis de borden aan het wassen in de rivier. We zagen vliegtuigen komen, maar hadden nog niets in de gaten. Toen kwamen ze terug en gingen bombarderen. Ik rende naar huis naar mijn moeder. We durfden die nacht niet te slapen, omdat de bombardementen niet stopten. Ik dacht dat ze ons zouden doden. Het was heel naar en ik wil er niet te veel meer aan denken.” Ze kregen drie dagen de tijd om hun spullen te pakken en hun dorp te verlaten.
De broer van danslerares Daisy heeft Afrodes opgericht, maar heeft na vele bedreigingen nu asiel in de VS. Daar zet hij zich enorm in om de machtige VS (die zeer veel geld geeft aan Colombia) druk te laten uitoefene om de situatie van Afro-Colombianen te verbeteren. Laten we hopen dat het helpt en de VS zich niet alleen hard maakt tegen drugshandel en het socialistische gevaar. Met Obama aan de macht, zou je toch een luisterend oor verwachten…
Hoofd vol verhalen, schoen vol modder
Voor het donker wordt verlaten we Soacha weer. Met modder aan mijn schoenen, een hoofd vol verhalen, veel foto’s en twee filmbandjes keer ik die avond terug. Ik hoop de komende dagen absoluut meer te horen over de achtergronden van al deze problemen en de oplossingen die er zouden kunnen zijn.
Zondag 30 mei
Een ontspannen dagje tussendoor
Aanvankelijk zou ik Afrodes vandaag opnieuw bezoeken. Maar dit wordt toch afgeraden vanwege de verkiezingen, die vandaag plaatsvinden tot een uur of vier vanmiddag. Dat betekent een onverwachte rustdag voor mij. Ook wel lekker, omdat ik nu de interviews rustig kan uitwerken en de foto’s ordenen. Ik besluit mezelf ook even tijd te gunnen om een bezoek te brengen aan het Goudmuseum in Bogotá, het grootste goudmuseum ter wereld. Als ik daar aankom blijkt dat alle musea vandaag gesloten zijn, omdat deze verkiezingsdag als ‘feestdag’ wordt gezien. Daarom besluit ik maar eens rustig over een drukke, als ‘veilig’ aangemerkte straat te gaan lopen om Bogotá in me op te nemen.
Zondag is familiedag
Wat is het gigantisch druk op straat met voetgangers! Nu blijkt dat altijd wel het geval te zijn op zondagen, omdat bepaalde straten dan afgesloten zijn voor gemotoriseerd verkeer, zodat die vrij toegankelijk zijn voor fietsers, joggers, wandelaars. Het is echt een familiedag, waarop men zich ontspant en er rustig op uit trekt. Vandaag zijn bijzonder veel politieagenten en militairen op de been. Vooral in het centrum zie ik ze bij bosjes in tweetallen zwaargewapend langskomen. Ik passeer twee stembureau’s waar politiebeveiliging bij staat. Ik hoor dat er vanaf vrijdagavond tot en met zondag geen alcohol verkocht mag worden of gedronken in het openbaar. Dit alles met oog op de veiligheid rond de verkiezingen.
WK voetbal
Al doen de Colombianen zelf niet mee aan het Wereld Kampioenschap Voetbal, toch leven ze hier erg mee met dit hele gebeuren. Overal op straat zijn voetbalalbums met voetbalplaatjes te koop. En vandaag staat in de krant El Tiempo zowaar Nederland op de voorpagina: “Holland: dit keer wel?”. Nee maar, ons trauma dat we steeds maar geen kampioen worden is werkelijk wereldberoemd. Wie had dat kunnen denken: ons voetbaltrauma voorpaginanieuws in Colombia. Tja, dat zijn onze problemen.
Verkiezingen
Later op de middag, als de stembureau’s bijna gesloten zijn, volg ik de ontwikkelingen rond de verkiezingen op tv. Er wordt hier handmatig gestemd. Op tv is er uitvoerige uitleg over welke frauduleuze handelingen mogelijk zijn en wat voor gevangenisstraffen daar op staan. Hugo Chavez doet nu al een oproep aan de nieuwe regering om vrede te sluiten met Venezuela, “omdat we immers allebei landen van onze bevrijder Simon Bolívar zijn” (zijn grote voorbeeld).
Van de ruim 43 miljoen inwoners waren er 30 miljoen stemgerechtigd. Ik begrijp tot nu toe dat daarvan 16 miljoen mensen gestemd hebben. In de loop van de avond blijkt dat Juan Santos gewonnen heeft met ruim 6,7 miljoen stemmen, twee keer zoveel als de tweede kandidaat Mockus. Toch heeft hij niet de helft van de stemmen behaald. Volgens mij moet er daarom toch nog een tweede ronde komen tussen Santos en Mockus op 20 juni.
Regen
De dag begon zo zonnig. Om twee uur vanmiddag begon het hier wat te druppelen, maar inmiddels komt de regen hier met bakken uit de hemel. Hoe zou het nu in de sloppenwijken van Soacha zijn?
terug
Maandag 31 mei
Bedreiging en helden
Vandaag breng ik weer een bezoek aan Afrodes, maar dit keer bezoek ik hun kantoorruimte in het drukke centrum van Bogotá en ben ik dus niet in de sloppenwijk Soacha. Vreemd genoeg zijn mijn ervaringen vandaag veel heftiger dan die van zaterdag op locatie. Het valt me al direct op dat er aan de buitenkant totaal niet zichtbaar is dat Afrodes ruimte huurt op de 6e verdieping van dit gebouw. Toen ik uit de lift stapte belandde ik eerst tussen tralies. Het is duidelijk dat de leiders van Afrodes zich bedreigd voelen. Daarna stond ik in een ruimte met aan de wand grote leiders met Afrikaanse roots: Martin Luther King, Nelson Mandela en natuurlijk … Barack Obama!
Achtergrond van de problemen
Ik praat met de bestuursleden van Afrodes en twee trainers. Veel Afro-Colombianen blijken sinds 1996 uit de kustprovincie Chocó verjaagd te zijn. Eén van hen vertelt hierover: “In mijn regio waren de guerrilla er al minstens twintig jaar. De problemen begonnen pas toen er in 1996 een wet werd aangenomen, die de collectieve landrechten van Afro-Colombianen erkende. Voor die tijd werd onze grond als vrij en onbezet land gezien. Het leek allemaal heel positief. De regering zei dat ze onze rechten erkende, maar wilde onze grond eigenlijk zelf gebruiken. Ze willen er een groot kanaal graven tussen de Atlantische en de Grote Oceaan, zoals het Panama-kanaal. Het is erg vruchtbaar land met bodemschatten. Ze willen de grond gebruiken voor grootschalige oliepalmplantages, bananenplantages en grootschalige veeteelt. Of in andere gebieden multinationals toestemming geven om hout te kappen of goud en platina uit de grond halen.”
Rol van de overheid
“De overheid bombardeerde onze dorpen, zogenaamd om de guerrilla te bestrijden. Veel bewoners zijn toen, net als wij, gevlucht terwijl de guerrilla daar nu nog steeds zit. De huidige president Uribe was in die tijd gouverneur in deze regio en is dus verantwoordelijk voor wat daar toen gebeurde. Als Santos president gaat worden, zal dit beleid voortgezet worden. Ook nu nog worden onze leiders geregeld met de dood bedreigd, onder andere door de overheid. Er zijn er al vier vermoord en dertig mensen hebben asiel gekregen in het buitenland, onder wie onze oprichter Martinez Cordoba, die nu voor onze zaak pleit in de Verenigde Staten.”
Prachtige wetten die niet uitvoerd worden
Martinez Cordoba richtte Afrodes op in 1999 om het gesprek met de overheid aan te gaan om voor hun rechten op te komen en hun positie te verbeteren. Zoals uit bovenstaande wel duidelijk zal zijn, zit de overheid hier niet echt op te wachten. Zoals ik al eerder vertelde is de wetgeving in Colombia heel goed en op dit punt weet Afrodes dan ook overwinningen te behalen. Het grote probleem blijkt vooral te zijn dat de overheid de verplichtingen die de rechter oplegt niet naleeft.
Internationale druk nodig
Afrodes zegt: “Omdat onze eigen overheid niet naar ons luistert, hebben we internationale druk nodig. De Colombiaanse overheid is gevoelig voor haar imago en voor geld. De Verenigde Staten geeft geld aan Colombia om de drugshandel en de guerrilla te bestrijden. Een groot deel van dat geld moeten ze in de Verenigde Staten besteden door daar wapens en helicopters te kopen. Maar hiermee onderdrukken ze hun eigen bevolking. Colombia wil graag een vrijhandelsverdrag tekenen met de Verenigde Staten. De VS wil dit nog niet vanwege de schending van onze mensenrechten. We oefenen daarom druk uit op de regering via zwarte congresleden in de VS. Colombia wil ook graag een vrijhandelsverdrag aangaan met Europa. We zouden er veel baat bij hebben als jullie via de Nederlandse regering druk willen uitoefenen om dit niet aan te gaan, zolang onze mensenrechten nog geschonden worden. We hebben niet alleen financiële hulp nodig. Politieke steun is voor ons heel belangrijk.
Veiliger in Soacha
Over hun werk in de sloppenwijken vertellen ze: “Toen we hier in het begin kwamen (in 1997) was hier heel veel geweld. Het gebeurde geregeld dat we ’s morgens door gevechten veertien jongeren dood aantroffen, ook Afro-Colombianen. Er was veel criminaliteit, drugshandel, prostitutie en er waren paramilitairen en bendes. Er werden zowel goede als slechte mensen vermoord. Allerlei culturele activiteiten die wij zelf organiseren en die andere groepen organiseren, brengen verschillende bendeleden bij elkaar en dit voorkomt geweld. Het is daardoor nu al een stuk veiliger hier.”
Onderwijs en discriminatie
“Onze kinderen gaan hier maar vier uur per dag naar school: ’s morgens van 7.00 tot 11.00 uur of ’s middags van 13.00 tot 17.00 uur. Wij bieden hen activiteiten aan op het moment dat ze niet op school zijn. Het is wel een voorwaarde dat ze naar school gaan, als ze mee willen doen. Zo stimuleren we hen om te studeren. En via deze activiteiten leggen we ook contacten met hun families. De activiteiten werken ook goed om de verschillende culturele groepen met elkaar te integreren en zo discriminatie van onze jongeren tegen te gaan.”
Kunnen we meehelpen om de kraan dicht te draaien?
Naast het praktische en zichtbare werk in de wijken werkt Afrodes dus aan structurele verbeteringen om hun situatie te veranderen. De resultaten zijn minder zichtbaar en vergen een lange adem, maar zijn zeker niet minder nuttig. Terwijl je aan het dweilen bent, is het belangrijk om te proberen de kraan ondertussen dicht te draaien. Politieke druk uitoefenen… ik had zo’n vraag niet verwacht. Eens kijken wat er mogelijk is op dit gebied. Misschien kunnen we wel samen met Amnesty aan de slag…? Terwijl ik dit schrijf, verschijnt de zoveelste Sire-achtige reclame op tv die de mensenrechten onder de aandacht brengt. Het is heel vreemd hoe ik dit met elkaar moet rijmen.
terug
Dinsdag 1 juni
Nieuwe buitenlandse collega’s
Vandaag breng ik een bezoek aan de organisatie PCS, die al meer dan 30 jaar hulp in Colombia coördineert voor verschillende internationale hulporganisatie, o.a. voor ICCO en Kerk in Actie. Mijn Utrechtse collega Carlos is inmiddels ook in Bogotá aagekomen. Terwijl hij zakelijke besprekingen voert, maak ik kennis met de communicatiemedewerkster Monica van PCS. Het is belangrijk dat we elkaar leren kennen, omdat zij voor mij en mijn collega’s in Nederland vrij snel informatie kan verstrekken over projecten die we in Colombia steunen. ICCO en Kerk in Actie gaan vanaf deze zomer de meeste projecten ondersteunen vanuit nieuw opgezette bureau’s in diverse regio’s in het buitenland. Dat betekent minder personeel in Nederland en meer personeel dichtbij of in de landen zelf. Goede contacten ter plaatse zijn dus belangrijk voor ons. Het werk dat we in Colombia steunen zal voortaan voor het merendeel via het bureau in Bolivia lopen. Meer zelfbestuur, een nieuwe fase in de ontwikkelingssamenwerking.
Veel foto’s en veel filmbeelden
Bij PCS is erg veel materiaal beschikbaar over de problematiek van dit land en de oplossingen die men zoekt. Ik maak kopieën van allerlei foto’s die wij bij Kerk in Actie goed kunnen gebruiken. Ook bekijk ik samen met Monica filmmateriaal dat voor ons geschikt kan zijn om zichtbaar te maken wat er hier in Colombia aan de hand is rond vluchtelingen. Absurd genoeg krijg ik van Monica hier in Colombia de IKON-film ‘Vergeten rampen … Colombia’ (door Paul Rosenmuller) in mijn handen gedrukt. PCS heeft hen begeleidt tijdens het filmen en contacten voor hen gelegd. ’s Avonds bekijk ik deze indrukwekkende film, die precies speelt in de regio waar de vluchtelingen van Afrodes vandaan komen: de Chocó. Ze vertellen hoe ze vermalen worden tussen het geweld van, aan de ene kant de guerilla en aan de andere kant de paramilitairen.
Rol van de overheid
In de film komt de rol van de overheid in dit geheel alleen niet duidelijk naar voren. Dat schokte mij gister toch behoorlijk: je krijgt niet alleen geen bescherming van je overheid, maar ze spelen ook nog eens onder één hoedje met de paramilitairen om mensen bewust van hun land te verdrijven. Ik zie ook andere filmbeelden van mensen die een hek rond hun gebied zetten en het tot humanitaire zone maken: wij willen hier niets te maken hebben met wat voor gewapende groepen dan ook! Zo proberen ze te voorkomen dat de verschillende gewapende groepen hen beschuldigen met de ander samen te werken. Ik zie Paul Rosemuller in een PCS-jasje rondlopen. PCS wil zo laten zien dat de internationale gemeenschap ziet en weet wat hier gebeurd. Een wakend oog om nog meer mensenrechtenschendingen te voorkomen.
Land teruggeven
De Afro-Colombianen vechten voor hun recht om hun land weer terug te krijgen na zo’n 13 jaar. De regering wil daar in bepaalde gevallen wel aan meewerken en eigenaren van bepaalde oliepalmplantages onteigenen. Maar de paramilitairen zitten inmiddels in het bestuur van die regio en beweren dat zij ook recht hebben op deze grond. Ze zaaien verdeeldheid onder de bevolking, die op een gegeven moment alleen maar met rust gelaten wil worden. Wat een super-complexe situatie.
terug
Woensdag 2 juni
Mogen kinderen wel of niet werken?
Vandaag was een lange, intensieve en indrukwekkende dag. Samen met Carlos en mijn nieuwe Peruaanse collega Gorge Farfan bezoek ik Fundación Pequiños Trabajadores (Stichting voor kleine arbeiders, FPT) in de arme wijk Patio Bonito in Bogotá. Mijn twee collega’s gaan ’s middags naar een andere bespreking. Maar ik krijg de kans om hier de hele dag te blijven. Aanvankelijk ben ik wat kritisch, want deze organisatie is van mening dat kinderen mogen werken, omdat dit niet alleen maar negatief is, maar hen ook sterk kan maken en ze er van kunnen leren. ICCO en Kerk in Actie zijn van mening dat kinderen niet mogen werken, maar volledig naar school moeten. Toch merk ik al snel dat dit een bijzondere organisatie is, die desondanks onze steun zeker verdiend.
Zelfbewuste en trotse kinderen
Kerk in Actie steunt de school van dit sociale centrum, waar jaarlijks zo’n honderdtwintig kinderen vanaf een jaar of zes terecht kunnen. Daarnaast kunnen zo’n tachtig jongeren aan workshops meedoen. Direct bij binnenkomst valt al op dat dit een prachtig gebouw is met veel licht en een vriendelijke uitstraling. De kinderen blijken meegedacht te hebben met het ontwerp. Twee meisjes leiden ons rond. Vooral de 10-jarige Daniëlle is zeer zelfbewust. Zij is de vertegenwoordigster van de school. De 13-jarige Neidis Juliet is klassevertegenwoordigster. Beide meisjes zijn duidelijk heel trots op hun school. Ook tijdens mijn bezoek aan de klassen later die middag, blijkt dat de kinderen heel zelfbewust zijn en veel vragen hebben.
Een manier van samenleven
De directeur en oprichter Alejandro Martinez is een zeer gedreven man, die dit sociaal centrum tot een manier van leven maakt. De kinderen denken mee over het onderwijs. De groepen zijn niet ingedeeld naar leeftijd, maar naar niveau. Zestig procent van deze kinderen komt uit ontheemde gezinnen. De hele school ademt een warme sfeer van trots en zelfbewustzijn. De kinderen krijgen hier vijf uur per dag les, zoals trouwens de meeste publieke scholen in Colombia. Het meest vervelende voor deze kinderen is het als ze naar de reguliere middelbare school moeten. De overgang naar het autoritaire systeem dat op de meeste Colombiaanse scholen heerst is groot en dat is moeilijk voor hen.
Ontwikkeling en verantwoordelijkheid
Werken wordt hier niet veroordeeld of als iets zieligs gezien. Daniëlle zegt hierover: “Ik werk zelf niet, want ik heb het recht om niet te werken en mijn moeder is het daarmee eens.” Wat vindt zij van vriendinnen die wel werken?
“Het is goed als zij daarmee hun families kunnen steunen.”
De kinderen krijgen een groot sociaal verantwoordelijkheidsgevoel bijgebracht. Veel leerkrachten zijn zelf werkende kinderen geweest. Ze hebben hier op school gezeten en zijn meegegroeid. Lerares Yamile zegt: “Vanaf mijn elfde jaar zat ik ’s ochtends hier op school en ging ik ’s middags werken. Ik hielp mijn vader op de boerenmarkt, ik lette op de kinderen, ik verkocht loten, ik verkocht deur-aan-deur jurken, samen met mijn tante.” Ze is trots op de manier waarop ze zich heeft ontwikkeld. Op deze school kreeg ze plezier in het leren door de manier waarop men hier met kinderen omgaat. Daar wil ze nu zelf weer aan bijdragen. Opvallend veel kinderen blijven ook op latere leeftijd verbonden aan de school. Het voelt als één grote familie, die steeds met nieuwe plannen komt om zich verder te ontwikkelen.
Leven tussen vuilnis
Voor oudere en jongere kinderen zijn er activiteiten waarmee ze geld kunnen verdienen. Zo maken ze kaarten, sieraden, papier, prints op t-shirts, ze
runnen een internetcafé, houden een groententuin bij op het dakterras, e.d. Dit alles in een zeer prettige atmosfeer. Deze kinderen leren sociaal, verantwoordelijk en zelfstandigheid te zijn. Zonder enige twijfel plaats ik een bestelling van hun producten waar ze zo trots op zijn.
Alejandro rijdt me met de auto door de buurt. Veel kinderen halen hier vuilnis op, het ligt overal op straat verspreid. Hier rijden nog paard en wagens. Aan de rand van de wijk wonen de armsten van de armsten in golfplaten krotten temidden van alle vuilnis waar paarden en honden ook in rondscharrelen. Ik ben verbijsterd over zoveel armoede. Als je de vrolijke kinderen ziet, zou je niet verwachten dat ze uit deze buurten komen. Ik besluit de avond met een bezoek aan Yamiles huis samen met haar collega’s voor chocolademelk en arepa (maiskoek). Ik ben onder de indruk van deze jonge enthousiaste groep mensen.
terug
Donderdag 3 juni
Je bewust worden van je rechten
Ik ben inmiddels tamelijk uitgeput van weer een hele lange dag op pad zijn en intensief luisteren en vragen stellen. Ik heb nauwelijks tijd om gesprekken rustig uit te werken en tot me door te laten dringen. We begonnen vanmorgen met een bezoek aan Adico, een organisatie die ontstaan is uit vrouwengroepen. Inmiddels is er een school en steunt men jongeren met dans en sport en bewustwording rond hun rechten. Het meest interessant vond ik het gesprek dat ik na de dansvoorstelling had met vier jongeren van 15, 17 en 18 (2x) jaar.
Leven tussen jeugdbendes
Ze vertellen me uitgebreid over de bendes die actief zijn in hun buurt. Waar die de baas zijn mag jij niet komen. Soms moet je hen betalen omdat zij tolereren dat jij er bent. Deze vier jongeren proberen andere jongeren te betrekken bij hun activiteiten bij Adico. Maar rond de jeugdbendes is dat haast een onmogelijke taak: ze zijn aan drugs verslaafd, hebben problemen thuis en beschouwen de bende als hun nieuwe familie. Doe je niet mee dan ben je in hun ogen een ‘chicken’. De politie doet te weinig, waardoor de buurtbewoners zichzelf moeten organiseren om er iets aan te doen. Maar de jongeren zien ook dat de bendeleden vaak rustiger worden of stoppen als ze zelf eenmaal een gezin hebben.
Militaire dienst of bij de politie
Ze vertellen me ook over straatkinderen of arme jongeren zonder werk, die opgepakt en vermoord worden, een Farc-pak aankrijgen, zodat de bendeleden geld krijgen. Een bevestiging dus van het verhaal dat ik eerder hoorde. Jaison (18) moet binnenkort twee jaar in militaire dienst, waar hij geen zin in heeft, hoewel het je kansen op werk wel vergroot. Elena (18) komt uit een politiefamilie en wil zelf ook dolgraag politieagente worden. Dat is tenminste een zekere baan met een redelijk salaris.
Dubbelrol van de overheid
’s Middags bezoeken we een organisatie die zich samen met anderen inzet om te voorkomen dat kinderen geronseld worden voor de gewapende strijd door guerrilla, paramilitairen of het leger. Op dit moment zijn er tussen de 8.000 en 11.000 kinderen actief in deze sector. Het meest verbijsterende voor mij blijft de rol die de overheid ook hierin speelt. De organisaties die zich inzetten om kinderen uit de strijd te halen of het te voorkomen, worden aan alle kanten tegengewerkt door de overheid en zelfs bedreigd. Computers met belangrijke informatie gestolen, dreigtelefoontjes, afluisterpraktijken door de geheime dienst.
De situatie is verergerd
Aan de andere kant speelt de overheid internationaal mooi weer. De organisatie vraagt bezorgd naar de visie van de Nederlandse overheid, want er bestaat ernstige twijfel of die doordrongen is van het spel dat de overheid speelt. Ook hier vraagt men ons dringend om via onze overheid druk uit te oefenen op de Colombiaanse overheid. Nederland en Colombia lijken redelijk bevriend: handel, klimaatonderzoek en waarschijnlijk is een vriend van de Verenigde Staten ook al snel een Nederlandse vriend. De afgelopen tien jaar is de situatie rond het ronselen van kinderen en de bedreigingen van organisaties die dit willen voorkomen alleen maar erger geworden. Ik hoor dat de huidige president, Uribe, nu nog onschendbaar is, maar straks grote kans heeft op gevangenisstraf of moord door allerlei onfrisse praktijken. Wat een land.
Bescherming door internationaal wakend oog
We besluiten de dag ’s avonds met een bezoek aan Peace Brigades Internationel Colombia. Ze zetten zich al vijftien jaar in om hier een wakend oog van de internationale gemeenschap te zijn. Vrijwilligers begeleiden mensen of organisaties die zich bedreigd voelen, doen verslag van hun ervaringen en oefenen politieke druk uit. En daar gaat het verhaal weer van voren af aan: hoe verschrikkelijk moeilijk dat is in een burgerdictatuur als Colombia! Ik zou er haast moedeloos van worden. En toch blijven al deze mensen maar doorgaan om niet te berusten in deze onrechtvaardige situatie. Bewonderenswaardig.
terug
Vrijdag 4 juni
Bijeenkomst van ontheemden
Ik zit inmiddels net in het vliegtuig terug naar huis en laat een heftige dag bezinken. Ik was bij een campagnebijeenkomst van diverse organisaties van ontheemden, leiders die samenkomen om hun gezamenlijke aanpak te bespreken en elkaar te versterken. Eerst geeft men een uitgebreide uitleg over de huidige situatie. Ook voor mij heel interessant. Opnieuw wordt het vuile spel van de Colombiaanse overheid me heel duidelijk.
Persoonlijke verhalen
Op het moment dat de onderlinge discussie start over wat men wel of niet zou moeten doen, voer ik aparte gesprekken met twee ontheemde vrouwen en één ontheemde vakbondsleider. De vakbondsleider werkte in de bananenteelt. Hij kon na meerdere moordaanslagen door paramilitairen via zijn vakbond per vliegtuig naar Bogotá vluchten. De vrouwen vluchtten meerdere keren over land, zijn inmiddels hun mannen kwijt geraakt en staan er nu alleen voor met hun kinderen. De ene keer op vlucht voor het leger, dan weer voor guerrilla, dan weer voor parmilitairen. Twee zijn vervolgd omdat ze lid waren van de Patriotic Union, een legale partij die ooit vanuit de Farc is ontstaan uit vredesonderhandelingen en vooral op het platteland flink groeide omdat deze partij de armen nog de meeste mogelijkheden bood. Een volgende regering vervolgde de leden van deze partij. 3000 leden werden vermoord.
Laat ons niet alleen!
Vooral het gesprek met de 35-jarige Yovana van Afrodes treft me. We raken beiden geëmotioneerd als ze me vertelt hoeveel haar gevecht voor mensenrechten haar privé kost. Haar man heeft haar verlaten, omdat hij haar beschuldigde dat ze de bedreigingen aan zichzelf te danken heeft door haar strijd voor rechtvaardigheid. Ook haar dochter beschuldigt haar nu dat ze er onvoldoende voor haar gezin is: zowel in economisch als in emotioneel opzicht. Ze zegt: “Ik voel me vaak sterk voor de dingen waar ik voor strijd, maar soms voel ik me zwak. Alles wat ik in Torica had, ben ik kwijtgeraakt!” Op mijn vraag wat wij in Nederland voor de ontheemden in Colombia zouden kunnen doen, zegt Yovana: “Wij voelen ons erg alleen met onze kinderen, omdat de Colombiaanse overheid ons stigmatiseert en ons zelfs niet de minste veiligheid geeft. Laat ons niet alleen! Veel mensen vragen mij: waarom zoek je geen asiel in het buitenland. Maar Colombia verdient het om leiders te hebben, die anderen kunnen helpen die niet durven spreken..”
Wat kunnen we doen?
En dan blijkt mijn notitieschrift van deze twee weken ineens precies vol tezijn. Het lijkt alsof het tijd is om naar huis te gaan. Het blijft maar malen in mijn hoofd: wat zou ik kunnen doen met alles wat ik hier ervaren en gehoord heb. Het moet absoluut meer zijn dan geld vragen voor het werk dat we in Colombia steunen.
Spanning bij vertrek
Op het vliegveld werd ik het verslag van de bijeenkomsten en de interviews uit. Als drie medewerkers van de veiligheidsdienst ineens op steenworp afstand komen zitten, stop ik toch maar. Het zal vast toeval zijn, maar ik voel me niet gemakkelijk.Daarvoor weet ik nu te veel. Later blijkt echter opnieuw dat ik met mijn onschuldig hoofd met gemak zonder vragen langs de controle kom. Mijn taalles in Cartagena scoort wat dat betreft natuurlijk goed. Ik beleef nog een laatste onrustig moment als ons vliegtuig vanaf de startbaan ineens weer terugkeert naar het vliegveld. Ze zouden toch niet iets in mijn bagage gevonden hebben, wat hen niet aanstaat? Dan zouden ze dat toch al eerder gevonden hebben? Ik ben toch al door de douane en ik zit nu toch in een Frans vliegtuig? Maar wel op Colombiaans grondgebied. Nee gelukkig, het is slechts de harde wind in combinatie met ons volgeladen toestel die tot 2 uur vertraging leidt. Veiligheid voor alles, voor sommige mensen wel!
terug
Zaterdag 5 juni
Een interessante buurvrouw
Wanneer begint de zaterdag eigenlijk? Zodra mijn vliegtuig vertrekt en ik de klok 7 uur vooruit heb gezet. Ik blijk opnieuw naast een interessante buurvrouw te zitten: dit keer een 27-jarige journaliste bij El Tiempo, de belangrijkste krant in Colombia. We praten urenlang over allerlei onderwerpen, waaronder natuurlijk over haar werk als journaliste. Ze schrijft zelf artikelen over het onschuldige onderwerp ‘moeders en kinderen’. Maar ze kent natuurlijk allerlei mensen, die meer politieke onderwerpen in hun pakket hebben. ‘El Tiempo’ is in handen van familieleden van de huidig presidentskandidaat Santos.
Een toost op de persvrijheid
El Tiempo levert wel eens kritiek op de regering, maar de eindredacteuren weten waar de grenzen liggen. Ze erkent dat je niet kunt spreken van volledige persvrijheid. Alle andere kranten zijn in handen van andere rijke families. Een studiegenoot werkt nu bij ‘El Spectador’, die ooit kritischer was. Bombardementen ruïneerden deze krant bijna. El Spectador wist jarenlang nog als weekblad stand te houden en is vorig jaar weer als dagblad verschenen. Maar ook daar is nu geen volledige persvrijheid. Ook de televisie is niet volledig vrij in haar berichtgeving. De Santos-familie heeft momenteel plannen voor een eigen tv-zender. Ze geeft aan dat het heel moeilijk is om dit veranderen. Uiteindelijk brengen we hoog in de lucht boven de oceaan samen een toost uit op meer persvrijheid in Colombia.
Wat weet men?
Zelf heeft ze op Mockus gestemd omdat die zich inzet voor beter onderwijs en ooit aan het hoofd van een universiteit stond. Ze weet dat er vluchtelingen zijn in haar land en dat die onder beroerde omstandigheden leven, soms met grote gezinnen in veel te kleine huizen. Ze weet dat die op de vlucht zijn voor guerrilla en paramilitairen, maar verder weet ze daar het fijne niet van. Ik vertel haar uiteindelijk dat ik veel ontheemden gesproken heb en dat mij heel duidelijk is geworden dat een vrije pers heel belangrijk is om hun situatie en het vuile spel van de overheid rond grondbezit zichtbaar te maken. Ik hoop dat ze het nog ver zal schoppen als journaliste en hier ooit invloed op kan uitoefenen.
Wat me in het algemeen is opgevallen in Colombia:
- Mensen begroeten elkaar uitbundig, vaak met een kus langs de wang. Ook redelijk onbekenden (zoals ikzelf) worden geregeld met een kus langs de wang begroet.
- Veel huizen hebben tralies voor de ramen. Veel huizenblokken zijn omgeven door tralies en worden bewaakt.
- Veel winkels hebben tralies, die ook overdag gewoon dicht zijn. Men verkoopt elkaar ook dingen tussen de tralies door. ’s Avonds gaan de rolluiken dicht.
- De meeste wegen hebben nummers in plaats van namen en zijn eenrichtingsverkeer. Dat is wel even wennen, maar met het oversteken weer heel gemakkelijk.
- Al die gele taxi’s met grote nummers erop.
- De bussen die zo vol zitten en zo hard rijden. Bogotá is druk bezig met een snel bussysteem, dat veel vertraging oploopt.
- Veel militairen, politie en bewakers op straat.
- Al die mensen die op straat staan te bellen bij de belbedrijfjes.
- Drie keer warm eten op een dag met de lunch als hoofdmaaltijd. Colombianen zijn dol op lekker eten en weten daar ook uitgebreid over te vertellen.
- Mensen eten niet altijd samen. Zodra iemand wil gaan eten, kan hij eten. Als iemand klaar is, loopt hij weg zonder te wachten of de ander klaar is.
Wat het meeste indruk heeft gemaakt tijdens deze reis
- Met stip op nummer 1 staat de vuile rol die de Colombiaanse overheid speelt in de problematiek rond de ontheemden. Ze zijn partij in het conflict, waarbij het gaat om grote economische belangen. Zij misbruiken de strijd tegen de guerrilla om het arme deel van hun bevolking te onderdrukken. Noem al je tegenstanders “guerrilla” of “maffia” en je hebt de handen vrij om hen als terrorist te behandelen. Dat vind ik zeer schokkend en blijft door mijn hoofd malen.
- De verbijstering op nummer 2: hoe kan de VS de Colombiaanse overheid zo enorm blijven steunen met wapens, die ingezet worden tegen de eigen bevolking, terwijl de VN op de hoogte is van deze schending van mensenrechten???
- Het enige lichtpunt voor de vluchtelingen in dit geheel: een zeer goede grondwet en het gerechtshof die hun rechten erkend en onafhankelijk optreedt.
- Mijn bezoek aan de school voor werkende kinderen als leukste bezoek, vanwege het enthousiasme en het optimisme dat de medewerkers en de kinderen uitstraalden.
Colombia niet vergeten
Precies op het moment dat de taxi me bij het vliegveld wilde afzetten schalde het volgende lied uit de radio: “Don’t you forget about me. Rain is falling. As you walk by. Will you call my name. When you walk away. Don’t you forget about me…..” Ik denk aan Yovana, die me dezelfde boodschap gaf. Ik wandelde hier twee weken voorbij en verlaat dat land nu weer. Ik zal met name de vluchtelingen in dit land niet vergeten en de strijd die hier gaande is. Ik hoop mijn ervaringen met veel mensen te kunnen delen. Dit dagboek is een eerst begin……..
terug