Elise Kant ging van 14 t/m 30 juli 2010 naar Uganda en Kenia. Dit heeft zij voor de laatste keer gedaan als relatiebeheerder voor de buitenlandafdeling van ICCO en Kerk in Actie. Zij heeft haar werk overgedragen aan Steve Ndikumwenayo.
Vriendschappen
2 augustus 2010
Dag allemaal,
En dan zit het erop. Op het vliegveld slaat even een gevoel van leegte toe. Het was werken tot het laatste moment en het officiële overdrachtspapier ligt ter tekening bij de diverse bazen.
”Ik haal het van mijn schouders af en leg het op die van jou”, grap ik tegen Steve als we 's middags op het ICCO en Kerk in Actie-kantoor in Kampala de laatste dingen doornemen. Ik heb er vertrouwen in en realiseer me al pratend met Jaap Jan (hoofd van het regionale kantoor in Kampala) dat het belangrijkste is dat je het gevoel hebt dat iemand een zelfde soort benadering heeft. Alle inhoud kun je leren, maar Paula en ik, hoe verschillend ook, hebben allebei al die jaren de nadruk op de relatie gelegd, op het samen bouwen. We hebben ervan genoten hoe je processen en mensen ziet groeien, waardoor je ziet dat steeds meer mensen goed worden bereikt. Ik merk aan de partners en aan Steve dat daar een zelfde soort chemie zit.
Maar op het vliegveld zitten de tranen hoog. Het is echt voorbij. Ondanks een prachtbaan voor me en een prachtbaan achter me doet dat gewoon even venijnig pijn. Intussen bliept mijn telefoon met boodschappen van de partnes voor een veilige reis en veel liefs en groeten aan Wim en de kinderen en alle bekenden. Mijn drie jongens zijn een begrip bij de partners. Ja, dat is ook iets wat me heeft verbaasd, verheugd en geërgerd tegelijk. Moederschap geeft aanzien in allebei de landen. En met drie zonen is het goed scoren. Oké, er werd altijd wel gevraagd wanneer er nou een vierde kwam en dan een meisje, maar dit gaf status en naarmate er meer grijze haren kwamen, ging die vraag vanzelf over. Enerzijds was dat leuk, maar anderzijds ook ongemakkelijk.
Ik heb hier zoveel vrouwen ontmoet die graag kinderen wilden hebben, maar bij wie dat niet lukte en die dan te maken kregen met co-wifes, geweld en discriminatie. “Het ergste is nog”, zegt Ruth, ”dat mensen niet zien dat juist door het geweld tegen vrouwen het alleen maar erger wordt, bij vrouwen dan, en dat mannen zich niet realiseren dat al dat drinken ook bepaald niet bevorderlijk is voor de vruchtbaarheid. Maar de vrouwen krijgen de schuld en de klappen.” Als ik me weer ergens extra bewust van ben, is het wel weer hoe ontzettend belangrijk programmas zijn die geweld tegen vrouwen tegengaan. Het gemak waarmee fysiek en emotioneel mishandeld wordt, zeker in Noord-Uganda, blijft zo schrijnend. Gelukkig kan ik daar in mijn volgende baan nog steeds veel mee doen.
Heel leuk is wel om te horen hoe partners terugkijken. Er worden herinneringen opgehaald aan dingen die ik eigenlijk al vergeten was. Ik realiseer me hoeveel we hebben gedaan aan het zoeken en binnenhalen van andere donoren, hoeveel mensen op uitwisselingsbezoeken zijn geweest en hoe ingrijpend en bepalend dat is geweest voor hun persoonlijke groei en die van de organisaties. Hoe velen, ondanks dat de programmaopbouw in beide landen een intensief en soms lastig proces is geweest, daar nu met trots over praten. Het is hun programma! En ik zie dat oprechte vriendschappen gewoon zullen blijven, ook als er geen formele relatie meer is.
Ook leuk zijn de twee steeds terugkerende observaties. ”Jij bracht energie in de relatie met je vrolijke vrijheid” en “Je kon heel duidelijk zijn als het moest (dat was vooral over rapportages die niet goed genoeg waren of te laat, of strategische plannen die net niet goed genoeg doordacht waren of problemen in de praktijk die niet werden aangepakt) maar als het opgelost was, was het ook echt voorbij. En gingen dingen inderdaad beter. Daar hebben we zoveel van geleerd”. Ik heb me dat tweede nooit zo gerealiseerd. Eerder soms gedacht of ik niet te streng was of on-Ugandees duidelijk. Maar het wordt onafhankelijk van elkaar zo vaak gezegd dat ik het nu wel geloven kan.
En ja, de vrolijkheid. Vanaf mijn eerste bezoek aan Uganda, lang geleden, heb ik intens genoten van de humor van velen. Het ongebreidelde samen gek doen en lachen, zelfs als er eigenlijk meer te huilen viel. Het leren begrijpen van de diverse culturen en met grappen en toneelspel proberen boven tafel te krijgen, wat over en weer niet gesnapt werd.
“Uganda is your home”. “Kenya is your home”. Hoe verschillend de landen ook zijn, als er iets waar is is het dat. In deze op een bepaalde manier uitbundige culturen, hoewel omgeven door sociale restricties en soms onnavolgbare culturele gebruiken, heb ik me soms meer thuis gevoeld dan in het 'doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg' en 'steek je kop niet boven het maaiveld uit'-Nederland.
Dit merk ik overigens op zonder te romantiseren. Ik zou, als ik in Uganda zou wonen, zo moe worden van de indirecte communicatie die omgeven is door hiërarchische, heel subtiele regels. Ik heb weleens aan een partner gevraagd waarom ze een of ander onbegrijpelijk iets hadden gedaan, en het antwoord was dan: “we hebben zitten vergaderen over wat wij dachten dat ICCO zou willen en dat hebben we gedaan.” Op mijn directe vraag waarom ze daar dan een hele vergadering aan hebben besteed en niet gewoon ICCO hebben gebeld, kwam dan een wat onduidelijk antwoord. Maar ik heb in de loop van de jaren geleerd dat dat alles te maken heeft met het willen plezieren van mensen. Daarom betekent hier “I am coming” dat men nog moet vertrekken en “I am almost there” dat het nog wel een half uur duurt.
Maar de andere kant ervan is de zorgvuldigheid die ik hier vaak heb gevoeld in het onderhouden van vriendschappen. Hoe gewoon het is om elkaar te helpen, om kinderen van een ander op te nemen in je gezin, al heb je zelf geen cent te makken, om al je plannen om te gooien omdat je buurman of buurvrouw je nodig heeft en het genieten van het herinneringen ophalen aan alles wat je samen hebt meegemaakt. Ook dat moet je niet romantiseren. Die kinderen zijn niet altijd goed af en de strikte sociale codes kunnen je op andere terreinen ernstig in de problemen brengen. Je kunt immers niet op twee plaatsen tegelijk zijn, maar de ondertoon van betrokkenheid op en zorgvuldigheid voor elkaar is iets wat ik de (in)formateur graag zou willen meegeven. Maar waar ik vooral zelf veel van heb geleerd.
Een ding dat blijft. Uganda en Kenia hebben mij de meest kostbare les gegeven die een mens kan krijgen: Het leren zien van het licht, hoe duister dingen ook zijn en dat dan vrijuit God durven noemen. Het leren bewaren van de hoop, al gaat alles fout. Een vertrouwen tegen de klippen op, dat het anders moet en anders zal. Al deze mensen hebben mij dat dag na dag geleerd. Daar zal ik al mijn vrienden en vriendinnen om Uganda en Kenia eeuwig dankbaar voor blijven.
“Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder”, zingt Ramses op volle sterkte in mijn oren, vlak voor landing op Schiphol en ik zing zachtjes mee. Mooier kan ik al die jaren niet samenvatten, want het is die combinatie van tegenstrijdigheden die je voluit doet leven die ik hier als nergens anders ervaren heb en waar ik tot in mijn tenen van genoten heb.
Dag, lieve, dappere mensen, I‘ll be back!
Elise