Sluit dit venster

Reisverslag noodhulp Pakistan

Dick Loendersloot

Noodhulpcoördinator Dick Loendersloot doet verslag van zijn verblijf in het rampgebied in Pakistan van 22 t/m 31 augustus 2010.

Meer info over het project:

Hulpverlening na overstromingen Pakistan

Geen expliciete achterstelling Pakistaanse christenen

8 september 2010

Wat trof u aan in Pakistan?
Het rampgebied bestaat uit twee delen; het bergachtige noorden en het vlakke zuiden. Beide gebieden zijn verschillend getroffen door de overstromingen. De bergachtige gebieden werden getroffen door grote vloedgolven die zeer plotseling van de bergen afkwamen. De bevolking werd daar verrast door het water en de meeste dodelijke slachtoffers zijn dan ook in het noorden gevallen. Degene die het overleefden hadden geen tijd om hun spullen te pakken en zijn nu dus ook alles kwijt. Niet alleen hun huis, maar ook al hun bezittingen.

Verschil tussen het noorden en het zuiden
Het is wel zo dat het water in het noorden door het bergachtige gebied ook weer snel weg is: men kan meestal weer snel terug naar waar men woonde, als er tenminste hulp is bij de wederopbouw van hun huis en het schoonmaken van hun velden. Dat is anders in het zuiden: daar kwam het water langzamer opzetten, maar gaat het ook weer langzamer weg. Naar verwachting zullen de meeste mensen daar de komende weken of zelfs maanden nog last houden van de overstromingen. Het betekende wel dat de mensen daar de overstromingen aan zagen komen en dus spullen in veiligheid konden brengen. Maar velen zijn er wel hun huis kwijtgeraakt.

Ramp zal nog lang doorlopen
Voor de slachtoffers uit beide gebieden geldt dat ze hun oogst en vaak ook hun landbouwgereedschap zijn kwijtgeraakt. Dus op de lange termijn, als er geen voedsel, zaden en nieuw landbouwgereedschap komt, zal het effect van de overstromingen veel groter en langer merkbaar zijn.

Berggebieden slecht toegankelijk voor hulp
Het zuiden is redelijk goed bereikbaar en de noodhulp komt daar goed op gang. Er leven daar wel veel mensen, dus het duurt wel even voordat iedereen wat heeft. In de berggebieden is het problematischer. Wegen en bruggen zijn daar weggeslagen. Noodhulp wordt daar nu aangeleverd via ezels, of via kabelbanen. Dat betekent dat er slechts kleine hoeveelheden vervoerd kunnen worden.

Op wat voor manier zijn ICCO en Kerk in Actie actief in het rampgebied?
ICCO en Kerk in Actie werken samen met verschillende organisaties. Deze organisaties werken op een manier die goed aansluit bij de lokale gebruiken. We werken bijvoorbeeld met de kerk van Pakistan, christelijke hulporganisaties, maar ook met moslimorganisaties. Het geld dat binnenkomt op giro 555 wordt verdeeld onder de verschillende Samenwerkende Hulporganisaties. ICCO en Kerk in Actie krijgen daar dus een bepaald deel van. Op dit moment besteden wij dat aan het verstrekken van voedsel en drinkwater, het verbeteren van de hygiëne en het creëren van tijdelijk onderdak.

Kloppen berichten over religieuze minderheden (christenen en hindoes) die bij noodhulp worden overgeslagen?
Binnenlandse en buitenlandse media hebben hier veel aandacht besteed, maar er is geen sprake van expliciete achterstelling. Het is meer dat christenen zich minder makkelijk mengen onder de moslims. Omdat ze dan dus op zichzelf gaan zitten, worden ze soms over het hoofd gezien of als niet hulpbehoevend gezien. Het is dus niet expliciet, dat zij wel in de rij staan maar dat er tegen hen wordt gezegd dat ze niks krijgen.

Niet alleen hulp voor christenen
Wij hebben geprobeerd onze lokale partners hier op te wijzen. We hebben gevraagd of zij op zoek willen gaan naar deze minderheden. Er is echter geen sprake van dat wij ons alleen op de christelijke minderheid willen richten. Dat werkt namelijk in het nadeel van die minderheid. Mensen gaan dan denken dat christelijke hulporganisaties hulp bieden aan alleen christenen en dan krijg je echt uitsluiting: 'Jullie hebben geen recht op andere hulp, want jullie hebben jullie eigen, christelijke hulp'. Wij werken niet samen met christelijke partnerorganisaties die alleen christenen willen helpen. Een mooi voorbeeld is de kerk van Pakistan: gemeenteleden krijgen daar hulpgoederen, met de oproep dat ze de helft ervan moeten delen met moslims.

Zijn de religieuze minderheden nu ook kwetsbaarder geworden? Zijn er bijvoorbeeld nu meer aanslagen op hen?
Sinds de overstromingen hebben er nog geen expliciete aanvallen van extremisten tegen minderheden plaats gevonden. Extremistische organisaties zijn wel actief in het gebied, maar vooral door zelf hulp te bieden, aan vaak arme moslims. Op deze manier proberen zij mensen aan zich te binden.

Hoe staat de islamitische bevolking tegenover christelijke hulporganisaties?
Dat zorgt niet voor problemen. De moslimbevolking werkt goed samen met onze christelijke partnerorganisaties. Het is wat anders als je openlijk gaat evangeliseren, door bijvoorbeeld bijbels uit te delen. Dan krijg je wel problemen.

Hoelang blijven ICCO en Kerk in Actie nog actief in de rampgebieden?
We willen zo snel mogelijk alle mensen weer helpen om terug te gaan naar de gebieden waar ze vandaan komen, mits de veiligheid het toelaat. We willen de noodhulp zo snel mogelijk afbouwen en er voor zorgen dat ze weer zelfstandig kunnen leven. Daarom gaan partnerorganisaties zo spoedig mogelijk ook zaden en landbouwgereedschap uitdelen, zorgen ze er voor dat er genoeg sanitaire voorzieningen zijn en dat er in ieder geval tijdelijke woningen zijn die bestand zijn tegen nieuwe overstromingen.

Nog zeker twee jaar hulp nodig
De komende maanden zal blijken hoelang alles nog gaat duren. In het noorden kunnen de meeste mensen alweer terug, maar in het zuiden gaat het langer duren. We zullen nog zeker 2 jaar actief betrokken zijn bij de wederopbouw in Pakistan. Het eerste jaar met behulp van fondsen uit giro 555, daarna met behulp van eigen fondsen. Voor de overstroming waren we overigens ook al actief in Pakistan met ontwikkelingssamenwerking en daarmee gaan we door.

Interview: IKON-E.J. Tillema