Sluit dit venster
Toon kaart

Kaart

Doorgeven van Gods liefde

Land: Cambodja
Programma: Zending
Werkveld: Verspreiding van het evangelie
Projectnummer: Z 009431
Nodig voor dit werk: € 38.000
De organisatie World Relief Cambodja geeft voorlichting aan kinderen in dorpen. In kinderclubs horen kinderen op een speelse, interactieve manier over Gods liefde voor hen en over zaken, die van belang zijn voor hun lichamelijke, emotionele en cognitieve ontwikkeling. Tieners leren in groepen over oorzaken van aids en hoe ze verstandige keuzes kunnen maken. Medewerkers stimuleren hen om relaties aan te gaan met kinderen met aids. Volwassenen komen bij elkaar in groepen van 10 á 20 personen. Zij leren te zorgen voor mensen met aids in hun omgeving en om kinderclubs te begeleiden. Een Nederlandse vrouw, Joke van Opstal, geeft leiding aan dit project.

Steun dit werk!
U kunt dit werk steunen door uw bijdrage over te maken op rekening 456 t.n.v. Kerk in Actie te Utrecht, o.v.v. het projectnummer of doneer online. Hartelijk dank!


Bekijk een korte film (4MB) over dit werk.
Joke van Opstal: "Mensen kunnen zelf kanalen van Gods liefde zijn."
De organisatie World Relief Cambodja geeft voorlichting aan kinderen in dorpen. In kinderclubs horen kinderen op een speelse, interactieve manier over Gods liefde voor hen en over zaken, die van belang zijn voor hun lichamelijke, emotionele en cognitieve ontwikkeling. Tieners leren in groepen over oorzaken van aids en hoe ze verstandige keuzes kunnen maken. Medewerkers stimuleren hen om relaties aan te gaan met kinderen met aids. Volwassenen komen bij elkaar in groepen van 10 á 20 personen. Zij leren te zorgen voor mensen met aids in hun omgeving en om kinderclubs te begeleiden. Een Nederlandse vrouw, Joke van Opstal, geeft leiding aan dit project.

Gevangenen van de RodeKhmer in Cambodja.Trauma's van Cambodjanen
Cambodja heeft zwaar geleden onder decennia van burgeroorlog en het Rode Khmer regime (1975-1979). Tijdens de Rode Khmer tijd zijn mensen die voorheen in de regering zaten en mensen die maar enigszins gestudeerd hadden omgebracht. De rest werd gedwongen in groepen (niet werkende) irrigatiesystemen op het platteland aan te leggen. Ouders en kinderen werden van elkaar gescheiden en door structureel te weinig eten te geven werd gehoorzaamheid aan de Rode Khmer afgedwongen. Ongehoorzaamheid werd met de dood bestraft. Ongeveer twintig procent van de bevolking is gestorven in die tijd: 2 miljoen mensen zijn in die tijd omgebracht, en heel veel mensen zijn omgekomen door honger en ziekte. Vanwege dit verleden wordt samenwerken ook nu nog als negatief ervaren en is er een sterke gerichtheid op individueel overleven op de korte termijn.

Bijbelonderwijs aan kinderen.De kerken door de jaren heen
Pol Pot wilde Cambodja laten terugkeren naar een agrarische economie waar er geen klassenverschillen, geen geld, geen boeken, geen scholen en geen zieken-huizen zouden zijn. Religies werden als reactionair verklaard en dus verboden. In 1979 waren er nog maar 200 christenen in leven. Tijdens de turbulente 80’er jaren werd door onzekerheid en communistische overheersing de uitgedunde kerk binnen Cambodja ondergronds gedreven, verdreven naar naar vluchtelingenkampen in Thailand en vandaar verspreid over de wereld. Toen in 1990 de overheid van Cambodja voor het eerst toestemming aan de kerken gaf om openlijk te functioneren, waren er tien protestantse/evangelische kerken in Cambodja. Nu zijn er meer dan 2000 met in totaal zo’n 200.000 leden. In 1995 werd op aandringen van de overheid een overkoepelend orgaan van de protestantse kerken gevormd: de Evangelical Fellowship of Cambodia (EFC). De meerderheid van de protestantse kerken in Cambodja is hier bij aangesloten. Via dit orgaan communiceert de overheid met de kerk. EFC regelt voor de vele (plattelands)kerken de registratie bij de overheid. Die is nodig om een kerkgebouw te mogen bouwen.

De moeilijke situatie van Cambodjaanse kinderen. Foto: Bandit Neph.Situatie van kinderen
Meer dan de helft van de Cambodjaanse bevolking is onder de 18 jaar. Daarvan zijn er 200.000 wees of verlaten door de ouders. Veel kinderen groeien op in chaotische, ongedisciplineerde, getraumatiseerde thuissituaties in veelal éénoudergezinnen. De alarmerende stijging van jeugdcriminaliteit is een gevolg van de vreselijke erfenis van de Rode Khmertijd, toen families werden afgeschaft en geweld werd gebruikt om conflicten op te lossen. Doordat de huidige ouders en verzorgers vaak gescheiden werden van hun ouders (Rode Khmer regime) en onder extreem moeilijke omstandigheden zijn opgegroeid, heeft dat een groot effect op hoe de kinderen van nu worden opgevoed en de problemen waar kinderen mee te maken hebben.

1_Lachend_meisje(1).jpgHoop brengen
De organisatie World Relief Cambodja wil graag positieve veranderingen brengen in het Cambodja van vandaag. Aan de wieg van het ´Hope Programma´ dat in 1994 van start is gegaan, staat de Nederlandse Joke van Opstal. Zij zette het project op voor jonge kinderen en tieners in sloppenwijken en op het platteland. Hope werkt via kinderclubs in dorpen. In deze kinderclubs is ruimte voor poppenkast en drama. Maar door kinderen te bereiken met onderwijs en het Woord van God, krijgen ook de ouders het evangelie mee. Met een staf van inmiddels 138 mensen worden een groeiend aantal kinderen en volwassenen bereikt.

Vrijwilligers van Hope zingen een lied met kinderen.Van waarde zijn
Joke van Opstal:`Het kinderwerk van Hope is flink gegroeid: via drama en poppen-theater bereiken we nu zo’n 37.000 kinderen. We geven hen gezondheidsvoorlichting en brengen ze in aanraking met het evangelie.’ Eén van de dramaspelen gaat over de verloren zoon. Kinderen leren door dit spel dat ze van waarde zijn voor God. Iets dat ze in hun gezinssituatie niet geleerd hebben. Hun ouders hebben zelf ook niet geleerd hoe het is om lief te hebben. Dat kunnen ze hun kinderen dus ook niet leren. Daarom is het werk van Hope zo belangrijk voor het gezinsleven in Cambodja.

203803,_huisgemeenten.JPGHuisgemeenten
Via de kinderen komen volwassenen in contact met de programma’s van Hope. Zij zien veranderingen in hun kinderen en hoe hun kinderen met hen omgaan. Als zij belangstelling hebben voor het evangelie, worden ze gestimuleerd om zich aan te sluiten bij een huisgemeente. Dit onderdeel van het Hope Programma heet ´Way of Hope´. De celkerken of huisgemeenten zorgen voor een stevige basis van het hele programma’, vindt Joke. ‘Er zijn al zo’n 5500 christenen in 820 huis-gemeenten die meedoen en er komen nog steeds nieuwe groepen bij. Naast Bijbelstudie en aanbidding is er ook ruimte voor gezondheidsvoorlichting en krijgen aidspatiënten, al dan niet christen, thuiszorg van gemeenteleden. We houden de groepen bewust klein. Als ze groeien en er draagkracht genoeg is, wordt er gesplitst. In kleine groepen kun je de onderlinge zorg voor elkaar veel concreter maken. Als bijvoorbeeld iemand van de groep naar het ziekenhuis moet, zoeken de mensen samen naar een oplossing. De een heeft een motor en kan de zieke wegbrengen. Een ander wil wel op de kinderen passen. Zo proberen de mensen te leven zoals in de eerste christen-gemeenten. Natuurlijk gaan er ook wel eens dingen mis, maar er wordt veel gedeeld. De zorg aan aidspatiënten en voor –wezen is echt een getuigenis. In Cambodja is het normaal als je goed voor je familie zorgt, maar voor mensen buiten je familie ben je niet direct verantwoordelijk.’

Mensen kunnen zelf kanalen van Gods liefde zijn.Kanalen van Gods liefde
Hope evangeliseert vooral in gebieden waar nog geen kerken zijn. Nieuw gestichte gemeenten kunnen zichzelf een naam geven. De leden bedenken namen als: Vreugde of Dienaars van God. Zijn er in een regio wel al kerken, dan sluiten de huisgemeenten zich daar bij aan. Joke: ‘De kerk is geen gebouw of institutie, maar het lichaam van Christus. Wat ik het belangrijkste vind is dat mensen ervaren dat christen-zijn een verandering van binnenuit is. Voor een volk dat zo lang te lijden heeft gehad van een burgeroorlog en een cultuur waar geloof in het lot heel sterk is, is dit iets nieuws. Mensen kunnen zelf kanalen van Gods liefde kunnen zijn.’

Tienerwerk. Foto: Bandit Neph.Tieners
Een ander aandachtsveld van Hope is het tienerwerk. Jongeren tussen de twaalf en achttien jaar komen wekelijks bij elkaar in aparte jongens- en meiden groepen. Een belangrijk thema in deze groepen is aids. Cambodja heeft met 3% de hoogste infectiegraad van aids/hiv in Azië. In de tienergroepen praten we over de oorzaken van aids’, vertelt Joke. ‘Het Cambodjaanse volk, de Khmer, is een trots volk en machogedrag is normaal. Prostitutie-bezoek, losse seksuele contacten en drugsgebruik komen hier veel voor. We discussiëren met de jongeren over een moreel verantwoorde leefstijl en lichten ze voor hoe ze zichzelf kunnen beschermen. Verder helpen deze jongeren mee in de kinderclubs en zijn mentor voor jonge kinderen die te lijden hebben onder de gevolgen van aids.’



Lees meer over dit werk.

Togetthere
Lydia de Wilde gaat als vrijwilligster voor Togetthere van 1 februari t/m 31 juli 2010 werken bij World Relief in Cambodja. Lees haar ervaringen.
Brigitte is via het vrijwilligersprogramma van Togetthere in 2008 uitgezonden geweest naar Cambodja. Zij heeft zich 7 maanden ingezet voor het project Hope van World Relief Cambodja. Lees haar ervaringen.

Foto's (10)

Download originele foto
Download originele foto
Download originele foto
Download originele foto
Download originele foto
Download originele foto
Download originele foto
Download originele foto
Download originele foto
Download originele foto

Video's (1)

Verhalen

Cambodja

De geschiedenis
In het midden van Cambodja, een land 5 keer groter dan Nederland, ligt het meer de Tonle Sap. In het droge seizoen van het jaar stroomt dit meer uit in de Mekong rivier, maar in het natte seizoen stroomt het weer terug. Het meer treedt ver buiten zijn oevers en bevloeit een zeer groot gebied rondom het meer. Duizenden jaren lang is daarom dit gebied het meest dicht bevolkt geweest. Daar konden mensen hun rijst verbouwen. Het is daarom niet toevallig dat juist daar in de 12 eeuw het centrum van het grote rijk van de Khmer ontstond, waarvan de tempel Angkor Wat het middelput vormde. Buiten dit gebied was er alleen maar het dichte regenwoud, waar andere volken leefden, vaak uitgebuit door de Khmer en die we nu inheemse volken noemen. Aan het hoofd van de Khmer stond de koning. Bij de koning was het Hindoeisme populair, want dat kende een rangorde van goden en mensen. Bij het volk was echter daarom het Boeddhisme populair, want voor het Boeddhisme zijn alle mensen gelijk.

De invloed van deze geschiedenis is vandaag nog steeds goed voelbaar in Cambodja. Cambodjanen zijn gewend aan één grote leider. En ook vandaag zijn er geen andere instellingen tussen de machthebber en het vol, waardoor echte democratie geen kans krijgt. Het Boeddhisme, vermengd met het verering van de voorouders en het geloof in geesten maakt bepaalt nog steeds de godsdienst en de cultuur van het land.

Cambodja wordt onafhankelijk
Het land Cambodja, zoals we dat nu kennen, ontstond in de koloniale tijd. Groot Brittannië beheerste Thailand en de Fransen hadden Vietnam in bezit genomen. Beide koloniale machten hadden behoefte aan een bufferstaat om geen ruzie met elkaar te krijgen en zo ontstond Cambodja, hoewel de Franse invloed daar het sterkste gold.
In 1953 wilde de koning van Cambodja, koning Sihanoek, onafhankelijkheid voor het land. Hoewel het land weinig natuurlijke rijkdommen kent, werd het een voorspoedige tijd waar veel oude Cambodjanen nog met weemoed aan terugdenken.
Want al spoedig werd Cambodja betrokken bij de Koude Oorlog. Hoewel Sihanoek probeerde neutraal te blijven toen de communisten van Noord-Vietnam hun land verdedigden tegen de Amerikanen, wilden beide partijen gebruik maken van Cambodja en het aan zijn zijde hebben. Toen de communisten, de Vietcong genaamd een geheime route door Cambodja gebruikten om naar Zuid Vietnam te komen, begonnen de Amerikanen hun en een heel groot deel van Cambodja te bombarderen. Zelfs zoveel dat er meer bommen op Cambodja vielen dan overal elders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Meer dan 600.000 Cambodjanen vonden de dood.
In die sfeer grepen de Rode Khmer naar de macht, een radicale beweging die alle mensen weer boer wilden maken en allen die dat niet werden vermoorden. Een waar schrikbewind, waarbij ook alle Boeddhistische monniken gedood werden, met meer dan een miljoen slachtoffers. Iets meer gematigden onder deze Rode Khmer, die zelf dreigden gedood te worden, vluchtten naar Vietnam en met behulp van Vietnam werd tot in 1978 een eind aan dit bewind gemaakt. Hun Sen werd nu de sterke leider. Vietnam was echter nog steeds de vijand van Amerika, waardoor in feite Amerika en ook China niet blij waren met deze ontwikkeling. Daarom ging de oorlog door, nu in de vorm van een burgeroorlog. Toen bleek dat het bewind van Vietnam en Hun Sen niet militair te overwinnen was, werd vrede gesloten in Parijs, in 1993.
Zo keerde de vrede in het land terug, maar nog steeds werd de burgeroorlog, nu met politieke middelen voortgezet, totdat eindelijk in 2003 door een tegenrevolutie de partij van Hun Sen als definitieve overwinnaar uit de bus kwam.

De problemen van Cambodja
Het is vanwege deze geschiedenis dat de CPP, de partij van Hun Sen, als overwinnaar van de strijd, nu het recht wil hebben het land naar z’n hand te zetten. Dat gebeurt, net als vroeger in de tijd van de koning, via een heleboel informele relaties, waarbij de steun van mensen wordt gekocht. Op die manier zegeviert de CPP in de verkiezingen, op die manier besluiten rechters en politie in het voordeel van het bewind, terwijl de natuurlijke rijkdommen in het land aan buitenlandse bedrijven worden verkocht in ruil voor geld waarmee al die relaties betaald moeten worden. En dit systeem zal nog sterker worden – een steeds kleinere, maar rijke elite die alle macht in handen heeft en een volk dat relatief steeds armer wordt – nu er olie en gas voor de kust van Cambodja is gevonden.
Het buitenland werkt nu samen met Hun Sen en ziet zijn vorm van regeren door de vingers. Amerika heeft Hun Sen nodig in haar strijd tegen het terrorisme en in haar concurrentie met China. China aan de andere kant heeft de natuurlijke rijkdommen van Cambodja nodig om haar explosief groeiende behoefte aan energie en grondstoffen te bevredigen. Dit betekent dat de gewone bevolking nergens terecht kan om haar recht te halen.

Nadat hele wouden van het goede hout zijn beroofd, wordt nu in die gebieden mijnbouw ontwikkeld en grote plantages aangelegd. Alle beheerd door buitenlandse bedrijven en mede-eigendom van de mensen rondom Hun Sen. Veel van die gebieden worden bewoond door inheemse volken, die in een dubbel nadeel verkeren: hun land wordt hun ontnomen, terwijl zij in vergelijking met de Khmer nog minder ontwikkeld zijn. Veel mensen verliezen door zo door confiskatie hun land en daarmee hun bestaansmogelijkheden. Ze verhuren daarom zichzelf als arbeiders en vrouwen gaan gedwongen in de sex-industrie. Er zijn plannen om grote dammen in de Mekong rivier te bouwen voor de opwekking van energie. Echter energie, niet zozeer nodig voor het eigen land, maar vooral om te verkopen aan China en Thailand en Vietnam, waardoor de elite nog rijker wordt en de mensen langs de rivier hun visgronden verliezen.

De betrokkenheid van Kerk in Actie en ICCO bij dit land
Vanaf 1993 is er ook veel ontwikkelingshulp naar het land gekomen. Grote internationale donoren gingen ontwikkelingsprogramma’s in Cambodja uitvoeren, waarbij lokale mensen werden opgeleid om het werk uit te voeren. Zo ontstonden talloze kleine NGOs. Deze NGOs echter moesten vooral doen wat de grote donoren wilden en nog steeds is er weinig ruimte om hun eigen idee over de ontwikkeling van hun land gefinancierd te krijgen.

Het is tegen die achtergrond dat het programma van ICCO en Kerk in Actie in Cambodja gezien moet worden: hulp aan de armen moet gepaard gaan met het opkomen voor hun rechten. En de projecten die nodig zijn moeten niet zozeer door ons bepaald worden, maar door de Cambodjaanse organisaties zelf. En de programma’s van die Cambodjaanse organisaties niet alleen door hun bepaald, maar vooral door de mensen die ze willen steunen!

Het gaat aldus om een drietal soorten projecten:

1. projecten die te maken hebben met het verleden van Cambodja, met name de verschrikkingen onder de Rode Khmer. Veel mensen zijn nog steeds getraumatiseerd, wat zich vertaald in dronkenschap, het gebruik van drugs en het slaan van vrouw en kinderen, waardoor deze mensen ook geen gebruik kunnen maken van de ontwikkelingsprogramma’s die er zijn. Deze mensen worden geholpen via sociaal-psychologische hulp en vredesopbouw organisaties die werken aan conflicten tussen mensen. Hierbij is vooral aandacht voor de jongneren om met hen een generatie van nieuwe Cambodjanen op te bouwen.
2. projecten die de zwaksten in de samenleving, vooral boeren en vissers en inheemse volken, te helpen om hun land vast te houden en van dit land een betere opbrengst te krijgen door betere kennis en middelen en samenwerking. En dit vooral in gebieden die het meest onder druk staan van de ‘modernisering’ van het land, waar grote industriële projecten worden gestart.
3. projecten die mensen leren om voor hun rechten op te komen door betere kennis van de wet en connecties met mensen en organisaties die hun rechtsbescherming en veiligheid kunnen bieden voor zover dat in Cambodja mogelijk is. Deze organisaties zelf lopen in Cambodja grote risico’s, waarbij hun mensen regelmatig worden geintimideerd of gevangen gezet zonder vorm van proces.

Tot slot
“Jullie zijn voor ons heel bijzonder!” hoorde ik vaak van onze partners in Cambodja. Want, zeiden ze, jullie zijn de enigen die echt naar ons willen luisteren. Naar onze eigen ideeën om ons land te ontwikkelen. Jullie komen niet met jullie voorop gezette ideeën, zoals zoveel andere ontwikkelings-organisaties. Dat maakt jullie uniek en een voorbeeld voor anderen.

En dat klopt. Het gaat ons om mensen. Om mensen met mensen te verbinden en uit die verbondenheid van elkaar te leren en elkaar te steunen. Dat is Kerk in Actie. En daarom is nu een Cambodjaan degene die ons programma in Cambodja verder ontwikkelt!


Bekijk ook de pagina's van Cambodja Interactief.