Sluit dit venster

Verhalen uit Palestina, AEI

Palestijnse jongeren groeien op in een sfeer van geweld, conflict en uitzichtloosheid. Ze kunnen niet uit hun woongebied, banen zijn er steeds minder en ook het onderwijs wordt steeds meer negatief beïnvloed door de voortdurende bezetting van de Palestijnse gebieden. Hierdoor raken ze getraumatiseerd en verliezen hun gevoel voor normen, waarden en eigen talenten. Het Arab Educational Institute leert jongeren hoe ze kunnen meehelpen aan de opbouw van een Palestijnse staat waarin democratie, geweldloosheid en een samenleving van meerdere culturen en religies belangrijk zijn.

Hieronder leest u de columns van Dr. Toine van Teeffelen. Hij is directeur ontwikkeling van het Arab Educational Institute en woont sinds meer dan tien jaar in Bethlehem in de bezette Palestijnse Gebieden, samen met zijn Palestijnse vrouw Mary en hun dochter Jara (13) en zoon Tamer (9).

Meer info over het project:

Begrip tussen godsdiensten

De grote verdwijntruc

14 december 2011

De grote verdwijntruc: De aanwezige afwezigen

Een paar dagen geleden vertelde Mary’s oom Jamal dat hij en 181 andere burgers uit het Betlehem-gebied nu geen enkele toegang meer hebben tot hun grond in het noordelijk deel van Betlehem. In totaal is zo’n 7000 dunam (een dunam is 1000 m2) geannexeerd bij Jeruzalem en door het Israelisch leger ingenomen voor de bouw van de Muur, voor militaire- en kolonistenwegen, en voor uitbreiding van nederzettingen. Het gaat om een uitgestrekt gebied rond de nederzettingen Gilo en Har Homa.

Ik herinner me nog dat tijdens de eerste protesten van de grondbezitters aan het eind van de jaren negentig de oom van Mary door een bulldozer onceremonieel werd verwijderd van zijn grond. Terwijl we een pamflet over de huidige situatie bespreken, aarzelt Jamal hoe dit grondgebied te omschrijven. Gaat het om onteigende gronden? Nee, ze zijn formeel nog niet onteigend. Zijn ze ontoegankelijk? Ja, dat zijn ze, althans voor de landeigenaars, maar er is meer. De Israelische autoriteiten hebben de landen onder het beheer geplaatst van een instantie die zorgdraagt over de bezittingen van “afwezigen.” Eerst is de landeigenaars gedurende vele jaren de toegang tot hun grond geweigerd, afgezien van enkele dagen per jaar. En nu zegt de Israelische beheerder: “Kijk, die landen zijn ongecultiveerd achtergelaten. Wat is dat jammer. Laten we ze een betere bestemming geven.” De landeigenaars worden dus aangeduid als afwezigen. De Grote Verdwijntruc.

Een belletje rinkelt. Afgelopen week verklaarde Newt Gingrich, een van de kandidaten voor de nominatie van de Republikeinse partij voor het Amerikaanse presidentschap, dat de Palestijnen een “verzonnen volk” zijn. Hij deed dat in navolging van Golda Meir die eens zei dat “er niet zoiets bestaat als een Palestijnse volk.”

Ten westen van Betlehem dreigen ook gronden ontoegankelijk voor Palestijnen te worden, zoals nabij het Cremisan klooster van de Salesianen en het dorp Al-Wallajeh. Deze vrijdag ga ik met bezoekers van de Kairos Palestina conferentie mee om een presentie daar op het land te tonen. (Kairos Palestina verwijst naar een document dat twee jaar geleden door christelijke Palestijnen werd opgesteld en dat onder andere een oproep bevat tot geweldloos verzet tegen een bezetting die “zonde” wordt genoemd). De priester uit Beit Jala, Ibrahim Shomali, leidt een mis onder de olijfbomen. Hier is bidden een presentie scheppen. De deelnemers delen de kracht om aanwezig te zijn op het land en er een nieuwe band mee aan te gaan. We staan op de rotsen met nauwelijks waarneembaar kleine bloemtjes die uit de grond komen, midden in de winter.

Een spreker zegt dat toen ze kinderen waren de bewoners van Beit Jala vanaf dit gebied konden kijken naar de buitenwijken van Amman in het oosten en de Middellandse Zee in het westen. Ik herinner me dat mijn Arabische lerares eens met mooie penseelstreken beschreef hoe de inwoners van Betlehem en Beit Jala in de zomer hun huizen verlieten om de velden op te gaan. Ze bleven daar wekenlang bivakkeren voor de oogst van de fruitbomen. Ze vertelden ’s avonds verhalen en zongen liederen en sliepen daarna onder of in de bomen, met de sterren boven.

We delen het sacrament. Het brood wordt gebroken en daarna wordt het Palestijns boerenontbijt gedeeld dat bestaat uit thijm, olie en brood. Een Palestijnse vrouw uit Galilea vertelt hoe Israel stilzwijgend het Palestijnse voedsel zoals falaffel onteigent en het dan als Israelisch benoemt. Een andere verdwijntruc. Ik kijk naar de nederzetting Gilo aan de overkant van een vallei. Ofschoon diepgeworteld is de Palestijnse aanwezigheid kwetsbaar, in tegenstelling tot de nederzettingen die eruit zien als vestingen.

We bidden het Onze Vader in de vele talen van de meer dan honderd aanwezigen. We lachen en drukken elkaar’s handen, hetgeen een beetje comfort biedt. Nadat we de regen zijn ontvlucht, vertelt een collega me in de auto dat de bewoners de acties van activisten en NGOs en anderen wel zien, maar niet het gevoel hebben dat het wat uitmaakt. Er is dit fundamenteel gevoel van onvrede dat er geen eind komt aan de landroof.

Deze ochtend meldt de Israelische krant Haaretz dat de nederzetting Efrat verder naar het noorden zal worden uitgebreid zodat het straks grenst aan de zuidelijke wijken van Betlehem. Van het noorden, het westen en het zuiden wordt Betlehem ingeklemd.

Ter afsluiting van de Kairos Palestina conferentie leidde de voormalige patriarch van Jeruzalem, Mgr Michel Sabbah, wat hij noemde een “vreemd” gebed van de Franciscanen, met als strekking dat wij moeten bidden om ongemak te voelen bij alles wat er om ons heen gebeurt. We moeten bidden om kwaadheid, want kwaadheid is wat we nodig hebben.

Zie het appel van de landeigenaars in Betlehem.

Toine van Teeffelen
12-12-2011