Sluit dit venster

Verhalen theologische vorming Nicaragua

Meer info over het project:

Theologische vorming gemeenteleden

Dienaar van het Woord

10 november 2011


“De vorming die ik gekregen heb van Teyocoyani heeft me in staat gesteld om al dit werk te stimuleren en heeft me bewust en overtuigd gemaakt van mijn missie als christen”

Aan het woord is José Dolores Miranda Luque, 45 jaar oud en dienaar van het Woord in Santa Rita, Mulukukú in de Autonome Atlantische Regio Noord (RAAN)

In het jaar 2000 ben ik verhuisd van Río Blanco naar Santa Rita: ik was vader van zeven kinderen en ik had heel weinig grond. Ik nam de beslissing om te verhuizen omdat ik daar zeventig hectare grond kon krijgen voor de prijs van de twintig die ik had. Maar diep in mij had ik altijd al de wens om voor de Kerk te werken; ik was immers dienaar van het Woord van God en gedurende een aantal jaren heb ik vorming ontvangen van de Teyocoyani Groep. Toen ik in mijn nieuwe woonplaats kwam wonen, ontdekte ik dat de kerkelijke gemeente een rommeltje was: de eerste zondag dat ik aan de viering meedeed, waren er nauwelijks tien personen. Dat werd niet eens meer wanneer de priester uit Siuna aanwezig was, die immers parochiepriester was van die regio.

Er was geen enkele geregelde activiteit van de gemeente. Gelukkig ontmoette ik daar een ander gemeentelid die ook uit Río Blanco kwam: Francisco Castil Blanco. Hij nodigde me uit om mee te werken in de gemeente, die erg vervallen was. Toen hij me aan de gemeente voorstelde, vroeg het kerkbestuur me om hen te coördineren en methodes aan te reiken om de mensen te activeren. Ik liep echter tegen het probleem aan dat de voorzitter van het bestuur overal de zeggenschap over had. De priester besteedde alle verantwoordelijkheid aan hem uit en hij riep op zijn beurt het bestuur bij elkaar om hen te vertellen wat ze moesten doen. Zijn prioriteit lag bij het bouwen van de gevel van de kapel en bij het bouwen van een klokkentoren.

Toen ik de coördinatie op me nam, vroeg ik aan de gemeente: ‘Geloven jullie dat dit het meest belangrijk is?’ Ik vroeg hun mening. Het viel me op dat de mensen erg verlegen waren om zich uit te spreken en dat ze erg onderdanig waren aan wat de voorzitter dicteerde. Maar ik drong aan: ‘wat denken jullie dat het belangrijkste zal zijn om de gemeenschap weer tot bloei te laten komen?’ En op zijn beurt vroeg één van hen aan mij: ‘En u? U komt van buiten, wat denkt u?’ Toen antwoordde ik: ‘Met alle respect, meneer de voorzitter, maar nu men mij kiest, ga ik ook mijn mening geven. Voor mij is het allerbelangrijkste niet de klokkentoren of de gevel, maar een muziekgroep die de vieringen kan opluisteren (we hadden nog net twee vals spelende gitaristen, die visdraad als snaren gebruikten). De muzikanten stonden op het punt er de brui aan te geven, wegens gebrek aan fatsoenlijke instrumenten.

Heel de groep gaf me gelijk. En de voorzitter zei: ‘Goed, dan doen we dat eerst en daarna wat ík zeg’. We hielden een collecte; elk bestuurslid moest een deel bijdragen. Daarmee kochten we een basgitaar, een dubbelsnarige gitaar en een gewone gitaar. De muzikanten waren enthousiast: ze omhelsden me en feliciteerden me met deze beslissing.

Daarmee sloeg de vonk over. De gemeente, die tot dan toe als dood was, herleefde. Het was een eerste stap. Op dat moment voegde zich een derde gemeentelid bij ons uit Río Blanco, Hipólito Gonzáles. Met hem en de al genoemde Francisco Castil Blanco vormden we een trio dat opgeleid is door de Groep Teyocoyani. We begonnen de families te bezoeken. Het bezoekersaantal van de zondagse viering steeg direct: in maart 2000 kwamen er vijftig personen. Eind 2001 waren dat er 90 tot 100 en toen de nieuwe parochiepriester van Mulukukú bij ons op kwam zoeken was er geen plaats meer voor de mensen.

Het begon te bruisen in de gemeente: er was ineens een groep kinderen voor de eerste communie, jongeren die zich voorbereidden op de confirmatie (wij als gemeenteleden met een opleiding deden de catechisaties); vaders wilden hun kinderen, die al groot waren, laten dopen; de zieken worden bezocht en krijgen financiële ondersteuning uit de collectes van de gemeente. Voor een bejaarde, eenzame vrouw hebben we als leden van het bestuur een huisje gebouwd. Toen er een heel arm persoon overleed, hebben we met z’n allen geld opgehaald voor haar uitvaart. Ikzelf begon vormingsworkshops te organiseren voor het parochiebestuur, waarbij ik gebruik maakte van het materiaal van Teyocoyani dat ik in de acht jaar onderwijs daar verzameld had. Toen we zagen hoe de gemeente groeide, ontstond ook de noodzaak om een nieuwe kerk te bouwen. Op eigen kracht, zonder hulp van buitenaf, hebben we een nieuwe kerk gebouwd, waar 700 personen in passen. Het bezoekersaantal van de zondagse viering van het Woord komt nu niet meer onder de 200 personen.

Vandaag de dag hebben de mensen helder wat hun missie als Kerk inhoudt: men leeft steeds meer volgens de christelijke waarden, thuis en in de gemeenschap. Je bemerkt meer broederschap/zusterschap. Men is standvastig in het geloof: de sekten groeien niet meer, twintig van hun leden keerden zelfs terug naar onze gemeenschap, inclusief een dominee met 22 jaar praktijkervaring. Er is meer respect voor het leven – men ziet niet meer zo vaak geweld.

Afgelopen 30 september hebben we de Dag van de Bijbel gevierd, waarbij 800 tot 1000 personen aanwezig waren. We hielden een optocht van tien praalwagens met zestig kinderen van de kinderzending en sloten af met een overdenking over de Bijbel, die wij zelf hielden. De vorming die ik gekregen heb van Teyocoyani heeft me in staat gesteld om al dit werk te stimuleren en heeft me bewust en overtuigd gemaakt van mijn missie als christen.

Als leiders zijn we op dit moment niet meer met de drie waarmee we begonnen. We hebben nu vijfentwintig leden in ons bestuur en we hebben tien dienaren van het Woord die komen uit de regio van Río Blanco en Matiguás, die opgeleid zijn door Teyocayani.


Reacties (0)

Laat een reactie achter

   


Verstuur reactie