Ervaringen van een waarnemer in de Westbank
Ik was van augustus t/m oktober 2009 waarnemer in de Palestijnse gebieden namens de Wereldraad van Kerken . Dit valt binnen een Oecumenisch Begeleidingsprogramma voor Palestina en Israel (EAPPI) waar Nederland via Kerk in Actie bij betrokken is. EAPPI ondersteunt lokale en internationale inspanningen voor de beëindiging van de Israelische bezetting en wil tot een oplossing geraken in het Israelisch-Palestijns conflict door een rechtvaardige vrede. De artikelen op het bijgaande weblog geven mijn persoonlijke opinie weer. Mocht u er iets van willen overnemen verzoek ik u te overleggen met de afdeling communicatie van de EAPPI. Inmiddels ben ik weer terug in Nederland. Wilt u mij uitnodigen om over mijn ervaringen te vertellen? Klik hier om contact met mij op te nemen.
Meer info over het project:
Uitzending oecumenische begeleiders
Een ongenode gast
2 oktober 2009
Uren lang kan Hani Abu Heikel vertellen. Een beminnelijke man, afgestudeerd aan de universiteit, vader van een gezin van vijf, woonachtig in Tel Rumeida in H2. Om in het onderhoud van zijn gezin te voorzien verkoopt hij koffie, gezien zijn achtergrond zou hij een hoge functie bij de palestijnse autoriteit kunnen hebben maar hij kiest ervoor zelfstandig te zijn en niet mee te werken met de Israelische bezetter. Als zovelen palestijnse mannen heeft hij in zijn jonge jaren in de israelische gevangenis gezeten. Daar is hij door intensieve gesprekken met intellectuelen uit alle geledingen gekomen tot de overtuiging dat de palestijnse zaak het meest geholpen is met geweldloos verzet. Hij is betrokken bij het project van B'Tselem (een israelische mensenrechtenorganisatie ): "shooting back" en leert de mensen in zijn omgeving werken met de video's. Als militairen zijn zoon neerslaan staat hij erbij en filmt. De betrokken officier is veroordeeld. Als een buurman zijn druiven steelt legt hij hem uit dat het zijn druiven zijn. We waren erbij en verbijsterd door zijn innerlijke rust. De poort van zijn achtertuin moet altijd open zijn, militairen en settlers lopen dag en nacht via zijn tuin naar de andere kant van Tel Rumeida.
Altijd moet er iemand thuis zijn anders wordt zijn huis ingenomen. Drie tot vier keer per week worden 's nachts stenen gegooid om te zien of hij er is. 's Morgens liggen er tomaten en rotte eieren voor zijn voordeur.
Zes keer is zijn auto verbrand in de afgelopen drie jaar, zijn land is vier keer in brand gestoken.
Hij blijft, ondanks het vast voornemen van de settlers om hem daar weg te pesten en ondanks het gebrek aan bescherming van de bezetter, wier militairen dag en nacht aanwezig zijn, alles zien, maar niets doen.