Sluit dit venster

Verhalen van AGREDS

Het team van Lifeline

In Ghana leven ruim 60.000 kinderen op straat vooral in de grotere steden, waarvan 25.000 kinderen in de hoofdstad Accra. De Ghanese organisatie Agreds vangt straatmeisjes in Accra op, leert hen een vak en stimuleert hen terug te keren naar hun oorspronkelijke dorpen om een nieuw bestaan op te bouwen.

Meer info over het project:

Beroepsonderwijs voor straatmeisjes in Accra

Joseph Wumbee – het verhaal van AGREDS

25 juli 2011
Joseph Wumbee (midden)


AGREDS staat voor Assemblies of God Relief and Development Services

 “We moeten betrokken zijn bij de maatschappelijke behoeften in onze samenleving”

Wumbee is niet een dominee, maar een ouderling in zijn kerk.

“Ik studeerde psychologie en economie aan de Legon  Universiteit  van 1986 – 1990. Van augustus 1994 tot december 1995 volgde ik een MSc Ontwikkelingsstudies aan het ISS in Den Haag. Nu ben ik 27 jaar bij AGREDS.”

De Assemblies of God werden in de jaren 1900 opgericht in de VS. De moederkerk  richtte haar aandacht op het geestelijke leven. De Ghanese afdeling echter stelde: “wij moeten ook voor onze gemeenschap zorgen. We volgende de voetsporen van Jezus Christus, hij toonde medeleven, dat komt vanuit het hart en dwingt ons tot actie”.

“AG Ghana begon in 1931 in Yendi. In 1948 richtten Amerikaanse missionarissen een kliniekje op in Saboba. Alles wat zij nodig hadden kwam uit de VS. In Nakpanduri werd  nog een kliniek gestart op dezelfde wijze, met het gevolg dat toen de missionarissen vertrokken in de 50-er jaren alles instortte. Begin 1980 kwam een zoon van een van de missionarissen naar Ghana. Hij had een duurzamer idee, en wilde dingen anders doen.

In die tijd werkte ik als medewerker bij de sociale dienst. Ik bood me aan als vrijwilliger bij die man, John Goodwin. We zetten de AG Health Service op. Hij wilde dat ik bij hem kwam werken. Ik weigerde omdat veel missionarissen de Afrikanen slecht hadden behandeld. Hij zei echter, “Wij zijn niet allemaal gelijk. Je hoeft geen dominee te worden, je moet weten wat je roeping is.” Een jaar later op de 1e september 1983 zegde ik mijn baan op en voegde me bij hem. Mijn inkomen daalde van 800 GHC per maand naar 300 GHC per maand. Maar het was zeker een kwestie van geloof.

We hadden niets in het begin. We fietsten  40 km naar Saboba en weer terug. Na een tijd voegden we ons bij het CHAG (samenwerkende kerkelijke gezondheidsorganisaties in Ghana) en dat gaf me de mogelijkheid om meer te leren.

De jaren 1984 – 1985 waren slecht. Het regende niet, er waren bosbranden, geen voedsel. De AG-VS schonk 8.000 dollar voor de voedselcrisis. Ik zei: “We zijn niet in staat het te verdelen.” Daarop besloot de kerk een comité op te richten. Joseph, lachend met een toespeling op Johannes 3:16 “Stel je voor dat God zoveel van de wereld had gehouden dat hij een comité had opgericht om de wereld te redden: Dan zouden zij nu nog aan het overleggen zijn  wie wel en wie niet te gered mocht worden …” ) Het geld van dat comité kwam dan ook niet goed terecht. Daarop werd een tweede comité gevormd om deze kwestie te bespreken. Ik was één van de leden. Besloten werd AGREDS op te richten als een overkoepelende organisatie voor alle maatschappelijke programma’s van onze kerk. John Goodwin werd de eerste directeur en ik de tweede man.

We hadden toen contact met een Nederlander, de heer Rein Dekker, die werkte voor het Nederlandse Kind en Wereld met een PSO contract. Hij werkte onder de “AGREDS-paraplu” omdat buitenlandse NGO’s  toen moesten werken onder een Ghanese koepelorganisatie.

Het verhaal van “Lifeline”

Toen ik studeerde aan de Legon Universiteit, besloot ik onderzoek te toen naar de psychologische en fysieke condities van straatkinderen. Ik ging voor mijn onderzoek ‘s nachts en in de vroege morgen de straat op. Dat gaf mij inzicht hoe het lot van de straatkinderen aan te pakken.  Tijdens mijn studie aan het ISS had ik contact met Nederlandse organisaties.  In die tijd werkte Mevrouw Ineke van Winden bij het SOH. Zij bracht mij in contact met Doortje ’t Hart van Kinderen in de Knel , die mij verzocht een plan te schrijven en mij een contract van 3 jaar aanbood.

Het eerste jaar was een teleurstelling, de kinderen kwamen niet massaal naar het centrum zoals ik verwacht had. We besloten een interne evaluatie te doen voor we het geld voor het tweede jaar kregen. We gingen de straat op met een vragenlijst voor de kinderen. De evaluatie liet ten eerste zien dat we de kinderen niet gevraagd hadden naar hun verwachtingen en ten tweede was het centrum te ver van de markten waar ze hun brood verdienden. Dus we besloten het soort vakopleidingen aan te passen aan de wensen van de kinderen en te verhuizen naar dit huidige gebouw. Een Nederlandse vriend hielp mij bij de onderhandelingen, want de verkoper vroeg een te hoge prijs.

Mijn visie

Ik geloof dat op het geloof gebaseerde organisaties (FBO’s) beter toegerust zijn om ontwikkelingswerk te doen dan overheden, omdat de overheid risico vermijding voorstaat, terwijl de FBO’s de integrale ontwikkeling stimuleren.

“Lifeline” zal altijd geld nodig hebben.  Voor mij berust voortzetting van het werk op de mogelijkheid om  fondsen te werven. Sommige projecten zullen door het soort werk dat ze doen nooit in staat zijn zichzelf te financieel te beduipen.

Ik heb vaak genoeg gereisd in Europa om goed overweg te kunnen met de enorme verschillen in leefomstandigheden tussen Ghana en Europa. Maar ik zou graag zien dat onze partners in Europa zich ook door lobby en belangenbehartiging actief inzetten om de ongelijkheid in de wereld te verminderen.