Palestijnse jongeren groeien op in een sfeer van geweld, conflict en uitzichtloosheid. Ze kunnen niet uit hun woongebied, banen zijn er steeds minder en ook het onderwijs wordt steeds meer negatief beïnvloed door de voortdurende bezetting van de Palestijnse gebieden. Hierdoor raken ze getraumatiseerd en verliezen hun gevoel voor normen, waarden en eigen talenten. Het Arab Educational Institute leert jongeren hoe ze kunnen meehelpen aan de opbouw van een Palestijnse staat waarin democratie, geweldloosheid en een samenleving van meerdere culturen en religies belangrijk zijn.
Hieronder leest u de columns van Dr. Toine van Teeffelen. Hij is directeur ontwikkeling van het Arab Educational Institute en woont sinds meer dan tien jaar in Bethlehem in de bezette Palestijnse Gebieden, samen met zijn Palestijnse vrouw Mary en hun dochter Jara (13) en zoon Tamer (9).
Meer info over het project:
Begrip tussen godsdiensten
Most Welcome!
24 februari 2011
Most welcome
06/01/2011
ORTHODOXE KERST
Morgen is het de Orthodoxe Kerst. Jara en haar vriendin zijn bij de scouts en zullen er vandaag op los trommelen bij de binnenkomst van de Syrisch-orthodoxe en Grieks-orthodoxe patriarchen in Betlehem. We horen het verwelkomende getoeter van de auto's op afstand. Maar de stemming is wat bedrukt. Gisteren gingen Mary's collega's op de universiteit het condoleance register tekenen dat de Egyptische ambassade hier had georganiseerd vanwege de Koptische slachtoffers bij de aanslag op de kerk in Alexandrie. Ik zie de neef van Mary, op bezoek uit Parijs, nadrukkelijk een kruisje op de borst dragen.
Mary zelf wilde niet tekenen, je kan niet steeds met je gedachten bij de doden blijven, zei ze. Ze geniet van de mengelmoes van bezoekers, waaronder haar zus uit Parijs en veel Palestijnse christenen uit Galilea die in de goed bezette hotels verblijven. Sommige inwoners van Betlehem vinden het te druk; naar schatting zijn er 80-90.000 bezoekers tijdens de verschillende Kerstmissen dit seizoen. "We zitten hier met zijn allen op een kluitje en kunnen zelf geen kant uit." Anderen zeggen: "Komen er eindelijk eens veel mensen en is het nog niet goed." Het is vooral de welkomstindustrie die profiteert: de restaurants, hotels, souvenirzaken.
Tamer heeft geen zin om de optocht te bekijken. Teveel lawaai, zegt hij. Mary kijkt me zachtmoedig spottend aan, geeft me een Kerstchocolaatje en zegt dat Tamer in meer dan een opzicht op mij lijkt. Thuis speel ik een in de VS vervaardigd spelletje met hem waarin kinderen worden getest op hun kennis en "vaardigheden" hoe zorg te dragen voor hun persoonlijke veiligheid. Wat doe je bijvoorbeeld als kind wanneer je door een vreemdeling wordt benaderd? Nou, dan loop je luid roepend weg en vertel je aan je ouders en leraar dat je door een vreemde wordt benaderd. Heb nooit, nooit contact met een vreemde. Tamer begrijpt uit de formulering van de vraag wat het goede antwoord is.
Ik moet denken aan het verhaal van de Palestijnse jongen die bij een schooltheaterstuk de herbergier van het Kerstverhaal speelde. Niettegenstaande het script gooide hij de deur voor het vreemde paar open en zei "Ahlan wasahlan!" [welkom!]. Het idee om een deur voor bezoekers dicht te houden, zoals het script vereiste, druist tegen alle culturele beginselen in.
Vaak zie je die gastvrijheid op kleine momenten van het dagelijks leven hier, zoals wanneer mensen in taxi's voor anderen betalen en de ander grote onvrede veinst over dat gebaar en zegt dat hij of zij juist zelf voor iedereen wil betalen. Ik herinner me bijna geen etentje met gasten dat niet eindigde in een met hartstocht gespeelde ruzie over de betaling.
Een recentelijk vaak aangehaald voorbeeld was de bereidheid van de Palestijnse brandweer om een steentje bij te dragen aan het doven van de bosbranden bij Haifa. Ze waren welkom op dat moment, maar later, toen ze op een dankceremonie waren uitgenodigd, opeens weer niet, want ze kregen geen tasrih [vergunning] om Israel in te komen.
Mijn collega Elias heeft de Arabische gastvrijheid ook in alle hoeken van zijn persoonlijkheid. Hij slaapt niet goed wanneer een bezoekende groep klachten heeft. Toen hij laatst na een gezellige maaltijd de onwillige gasten wilde aansporen zich naar buiten te begeven, gebaarde hij naar buiten, zocht naar woorden en riep uiteindelijk met luide nadruk: "You are most welcome!" [opschieten!]