Hans Kapteijn en Wim Minnaard zijn van 24 november 2011 tot en met februari 2012 door de Wereldraad van kerken ingeschakeld als vrijwilliger in het Ecumenical Accompanier Program in Palestine and Israel (EAPPI). De oecumenische begeleiders van EAPPI werken in kleine internationale teams op verschillende lokaties en zijn verbonden met de plaatselijke Palestijnse of Israëlische gemeenschappen of organisaties, waaraan ze door hun aanwezigheid bescherming kunnen bieden.
Voorbereiding en uitzending worden gefinancierd door Kerk in Actie. In hun weblogs geven Hans en Wim hun persoonlijke opinie weer. Mocht u er iets van willen overnemen, verzoeken wij u te overleggen met de afdeling communicatie van de EAPPI of Kerk in Actie.
Volg Wim op zijn eigen weblog: www.minnaardbijeappi.nl.
Abonneer mij op deze weblog
Meer info over het project:
Uitzending oecumenische begeleiders
Suleiman Saleh Mahmut Jaber bedreigd
12 december 2011
Suleiman Saleh Mahmut Jaber in moeilijkheden.
Vanmorgen (12-12-2011) zijn we met Abdul Karim Sadi van de organisatie B'tselem naar het dorp Kafr Laqif geweest. B'tselem is een Israëlische organisatie voor mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden. De reden voor dit bezoek is het feit dat een inwoner van Kafr Laqif aan Abdul heeft gevraagd om te komen want hij is door kolonisten bedreigd. In het kader van onze taak als oecumenische begeleiders vergezellen wij Abdul bij zijn bezoek.
De man die hulp aan Abdul heeft gevraagd is Suleiman Saleh Mahmut Jaber. Hij is een boer van 68 jaar en heeft 10 kinderen, 5 zoons en 5 dochters. Hij woont al heel z'n leven in Kafr Laqif en heeft land zowel omrind door een nederzetting als ook daarbuiten. Kolonisten van de nederzetting Qarne Shomrom zijn nu voortdurend bezig om te proberen het land van Suleiman in de nederzetting in beslag te nemen, zodat zij het kunnen gebruiken.Tot nu toe heeft Suleiman zich verzet tegen alle pogingen.
Op 7 december j.l. hebben de kolonisten opnieuw een poging gedaan en daarover vertelt hij nu aan Abdul die het nauwkeurig opschrijft en het daarna voor ons vertaalt. Het gesprek vindt plaats in het gemeentehuis van Kafr Laqif onder het portret van Yasser Arafat.
Suleimand was op die dag samen met één van zijn zoons op zijn land buiten de nederzetting aan het ploegen. Zijn zoon krijgt om half twee 's middags een telefonische uitnodiging (in het Hebreeuws) om te komen koffiedrinken. De kolonisten willen met hem praten over het bouwen van een stal. De zoon begrijpt het niet zo goed en gaat er dus niet op in.
Dan volgt een tweede telefoontje, dit maal in het Arabisch, van Hadj Mahmut uit Lud (Hadj betekent dat deze persoon een bedevaart naar Mekka heeft gemaakt en dus betrouwbaar zou moeten zijn). Ook hier wordt niet op gereageerd.
Het derde telefoontje komt via de landlijn en wordt aangenomen door één van de dochters van Sukleiman. Zij krijgt het verzoek / de opdracht om haar vader te vragen bij de moskee te komen voor een gesprek. Ook aan dat verzoek voldoet Suleiman niet. Hij vindt het een te merkwaardig, zeg maar verdacht verzoek.
Het vierde telefoontje komt van 'Meijer' uit de nederzetting van Qarne Shomron en wordt in het Hebreeuws gevoerd. 'Waarom Suleiman niet bij de moskee is gekomen? Als hij morgen niet komt zullen z'n bomen worden gekapt!'
Na deze telefonades belt Suleiman diezelfde dag achtereenvolgens de Palestijnse Districts Commandant, het International Center for the Red Cross (ICRC), de Palestijnse Inlichtingendienst en tot slot een hem bekend lid van het Palestijnse parlement. Uit die telefonische ronde komt het advies 'Ga naar de nederzetting Ariel, daar is een politiepost en kan aangifte worden gedaan'.
De volgende dag, 8 december, belt Suleiman voor de zekerheid eerst met het Israëlische Civil Administration Office. Dat is het Israëlische bestuurlijk orgaan in de bezette Palestijnse gebieden.
Ook daar krijgt hij het advies om naar Ariel te gaan. Suleiman doet aldus, maar in Ariel blijkt geen Arabisch sprekende politieagent aanwezig te zijn. Hij wordt nu verwezen naar de nederzetting Qedumim. Daar wordt dan een politierapport (in het Hebreeuws!) opgesteld. Een kopie daarvan krijgen wij uitgereikt.
Abdul gaat na ons gesprek samen met Suleiman de nodige formulieren invullen, zodat deze zaak kan worden doorgegeven aan het kantoor van B'tselem in Jeruzalem. Wellicht is er een advocaat te vinden die – tegen betaling – bereid is er een zaak van te maken.
Voorlopig is nu alles weer even rustig, maar Suleiman zegt er van overtuigd te zijn dat de kolonisten niet zullen rusten tot zij zijn land in bezit hebben genomen. Hij is een boer die trots is op zijn land, land dat al generaties tot zijn familie behoort. Met een rustige waardigheid en vastberadenheid zegt hij dat hij met de hulp van velen niet wil opgeven – hoe vaak hij ook bedreigd zal worden.