Sluit dit venster

Persoonlijk verhaal oud student Ricatla

Tekenen van hoop

15 november 2011

Mijn naam is Manuel Ernesto en ik kom oorspronkelijk uit een eenvoudig boerengezin in het noordoosten van Mozambique. Ik ben getrouwd en vader van twee dochters. Ook ben ik predikant. Mijn ouders zijn toegewijde christenen die hard gewerkt hebben om hun zeven kinderen te voeden en tenminste basisonderwijs te geven. Mijn grootouders waren actieve beoefenaars van de Afrikaanse traditionele godsdienst en geloofden dat alles om ons heen een geest heeft – land, water, bergen, mensen, voetstappen – ofwel een menselijke geest of een geest van andere wezens. Alles heeft een betekenis achter datgene wat we zien. Ze hadden een bijzondere band met de natuur en waren ervan overtuigd dat het leven van mensen nauw verbonden was met dat van de inheemse bomen. “Een boom omhakken is een buur pijn doen; een jonge plant ontwortelen is een jonge zwangere vrouw neerslaan,” zeiden zij.

Mijn jeugd bracht ik voornamelijk door op het platteland, waar ik altijd was blootgesteld aan het kerkelijke leven en aan de locale cultuur. Soms hielp ik mijn moeder en andere vrouwen met hun volwassenen onderwijs (alfabetisering). In de beginjaren zeventig raakten veel vrouwen in mijn gemeenschap voldoende vaardig om hun naam te kunnen schrijven en eenvoudige doktersrecepten te kunnen lezen, terwijl de meerderheid van de mannen analfabeet bleef omdat zij zich niet op hun gemak voelden in gemengde klassen samen met hun vrouwen.

Nadat ik hard gestudeerd had kreeg ik een uitzonderlijke kans om een professionele commerciële training te volgen in de provincie hoofdstad, waardoor ik een diploma als accountant en financieel auditor behaalde. Gedurende vijftien jaar werkte ik bij een financiële instelling. Gedurende deze periode begon ik de Bijbel met mijn eigen ogen lezen en kwam ik veel symbolen tegen, moeilijke woorden, geweldige gedachten en ik kreeg een grote behoefte mijn handelen en dat van anderen te vergelijken met wat ik las. En ik ontdekte dat er een grote kloof bestond (tussen ons handelen en wat ik las in de Bijbel, HD).

In 2004 ontmoette ik de familie Van Koevering, Helen en Mark. De laatste is nu de bisschop van onze diocees. Zij kregen het voor elkaar om mij theologie te laten studeren. Twee jaar later, na stevige onderhandelingen met mijn vroegere werkgever, lukte het mij een veelbelovende financiële carrière af te breken en mij aan te melden bij het Seminarie van Ricatla samen met mijn vrouw. Tot onze verbazing werden we klasgenoten.
 
Mijn verblijf in het Seminarie van Ricatla gaf me een inspirerende historische plaats en behulpzame leergemeenschap, waar ik de kans had mijn geloof en theologische zoektocht te verdiepen. Ik ben dankbaar dat ik niet alleen enigszins ben toegerust met gereedschap om de Bijbel te lezen maar ook om dat te doen met mijn context, telkens vragen stellend op zoek naar meer betekenisvol leven. Door Ricatla kwam ik in contact met een bredere leergemeenschap bij de Universiteit van KwaZulu Natal, via een uitwisselingsprogramma. Ik leerde er een beetje hoe de Bijbel kritisch te lezen en om de werkelijkheid van waaruit de Bijbel gelezen wordt serieus te nemen. Bovendien, onze jongste dochter Naomi werd in het Seminarie geboren, na twaalf jaar bidden en wachten, en Ricatla zal daarom voor altijd verbonden zijn met mijn familie geschiedenis.
 
In 2010, aan het einde van mijn studie in Ricatla, kreeg ik nog een kans van mijn leven, om deel te nemen aan een uitwisselingsprogramma – Breuken en Bruggen – aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, samen met 13 andere studenten uit 7 landen. Daar maakten we ook kennis met het kerkelijke leven en de Nederlandse cultuur. In Nederland ontdekte ik de waardigheid van verschil en de rijkdom van een pluralistische samenleving. Ik was erg onder de indruk van het feit dat kinderen in Nederland niet alleen geleerd wordt om te gehoorzamen, maar ook om vragen te stellen en dingen uit te proberen. Zij worden aangemoedigd om niet alleen de veilige weg te kiezen maar soms te vallen of een vrije salto te maken. (Gert en Evelyn, een paar vrienden van mij in Oss, zullen zich herinneren wat ik bedoel.) Dat was nieuw voor mij, omdat ik ben opgegroeid in een omgeving die geacht werd vol van geesten te zijn, sommige daarvan demonisch en kwaad, klaar om degene die zich buiten de culturele ‘software’ begeeft af te schrikken.

Bij de vakgroep Bijbelwetenschappen schreef ik een scriptie over de narratieve cyclus van Jacob en Esau, Genesis 25:19 – 37:1, en heb daar een belangrijke hermeneutische betekenis voor de recente geschiedenis van ons land ontdekt. Aangezien het verhaal in drie fasen de geschiedenis van het volk Israël weergeeft aan de hand van het motief van een conflict tussen twee broers – de fasen duisternis, dageraad, daglicht, of: conflict, verandering, verzoening – biedt het verhaal een structuur die dialoog kan stimuleren in de richting van meer volledige nationale verzoening. Ik ben veel dank verschuldigd aan mijn begeleider Prof. Hans de Wit die mij en mijn broeder Helder met geduld inleidde in de studie van de dynamiek van Bijbelteksten. Ik dank ook al de christelijke gemeenschappen in Nederland die ons warm en broederlijk verwelkomden in hun kerken en huizen.
 
In januari 2011 keerde ik terug naar de kerk die mij gezonden had, de Anglicaanse diocese van Niassa. Daar werd ik op 31 januari bevestigd en doe ik nu dienst als lid van de staf op het hoofdkantoor in Lichinga, 3500 kilometer van Maputo. Ik sta ook een locale parochie bij als hulppredikant. De Anglicaanse diocees van Niassa strekt zich uit van de Zambezi rivier naar het noorden en heeft meer dan 145.000 leden. Onze parochie, Santa Cruz (Heilig Kruis, HD) heeft bijna 3000 bezoekers verdeeld over twee zondagse diensten, één in het Portugees en één in Yao, de lokale taal. De meerderheid van de gemeenteleden leeft op het platteland. Sommigen van hen zijn teruggekeerd uit buurlanden Tanzania en Malawi, waar ze naartoe gevlucht waren tijdens de afschuwelijke burgeroorlog. Op dit moment doe ik pastoraal werk, geef ik training en houd me bezig met kerkelijke administratie. Ook ben ik enthousiast betrokken bij de verdere opbouw van het pas opgerichte ‘Rede Emaus’ of Emmaus Netwerk voor de bevrijdende studie van de Bijbel. Een netwerk voornamelijk op gang gebracht door oud-studenten en docenten van Ricatla.

Hannie vroeg me eens of ik ervoor gekozen heb om hier te zijn, of simpelweg gestuurd ben door mijn kerk. Mijn antwoord is nee en ja. Christenen, in het bijzonder predikanten, zijn als kranen, dijken, windmolens, stoplichten of verkeersborden. Ze verdienen het nooit om te zijn waar ze zijn, maar ze worden geplaatst waar ze het meest nodig zijn. Een loodgieter stelt nooit een vraag aan een leiding, maar plaatst die waar het water er makkelijker door kan stromen. ‘Uw wil geschiede, niet de mijne’. Ik ben het ermee eens dat de meest tragische situatie in onze gemeenschappen het gebrek aan dienaars is die kunnen functioneren als vaten waardoor Gods zegeningen aan Zijn volk gegeven worden. We hebben mannen en vrouwen nodig die biddend hoop putten uit hun context en dat in andere contexten inbrengen.
 
De meest dankbare resultaten in dit eerste jaar predikantschap meet ik niet naar wat ik er tot dusverre mee bereikt heb, maar naar de positieve tekenen van hoop die oplichten in de gemeenschap. Het is bemoedigend om te zien dat de Bijbel mensen tot handelen brengt. Toch is het pastoraat op het platteland een zware en soms eenzame taak, die ons oproept om elkaar te helpen zoals Galaten 6:2 zegt: “draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na.’ (wet van liefde).

Mijn droom voor Mozambique en in het bijzonder voor Niassa, is om gewone mensen te zien die de Bijbelse visie hun eerste keus laten zijn als ze te maken hebben met persoonlijke en contextuele problemen.