Sluit dit venster

Weblog Henk Vijver

Henk Vijver

Vanaf mei 2012 werkt Henk Vijver enkele maanden per jaar als uitgezonden medewerker van Kerk in Actie in Colombia. Hij bezoekt kerk- en dorpsgemeenschappen die in dit land lijden onder het geweld van guerrilla's, (para)militairen of drugsmaffia. Henk ontwikkelt materiaal hoe men vanuit het geloof kan werken aan verzoening. De andere helft van het jaar werkt hij in Nederland met groepen die in ons land te maken hebben met conflicten. 

Henk werkt nauw samen met de Colombiaanse theoloog en ethicus Edgar López van de katholieke universiteit Javeriana. Edgar López werkt enkele weken per jaar in Nederland om colleges aan de VU te geven.

Abonneer mij op deze weblog

Meer info over het project:

Henk Vijver, werken aan verzoening

Troost

7 juli 2012


Someone makes money
When there's blood in the street.


Ik moest aan deze tekst van de zanger Tom Waits denken toen ik kort geleden in het dorp Trujillo was. Ik heb er al eerder over verteld. In dit dorp zijn in de jaren 1988 tot 1994 ongeveer 400 mensen vermoord en economische belangen lijken daar een grote rol bij te hebben gespeeld. De daders zijn paramilitaire groepen, gefinancierd door grootgrondbezitters en nauw verbonden met het officiële leger. Dat laatste is na veel druk van nationale en internationale mensenrechtenorganisaties destijds door de regering toegegeven. Grootgrondbezitters willen de volledige controle over de streek en zien in elke organisatie van arbeiders en boeren een bedreiging van hun privileges. Hun belangen zijn hen zo heilig dat zij bereid zijn alle middelen te gebruiken om die te beschermen. 

Toch raak je in Trujillo niet alleen onder de indruk van het geweld. De zorg van een aantal mensen voor de families van de slachtoffers is ontroerend. En de getroffen families zelf zeggen uitdrukkelijk dat zij met elkaar de hoop levend willen houden. Aan sommige mensen merk je dat ze daarin slagen.


Trujillo is de geschiedenis van Colombia in het klein. Zo liggen de verhoudingen en zo gaat het er maar al te vaak aan toe. Er was rond 1990 een katholiek geestelijke actief in Trujillo, padre Tiberio. Hij stimuleerde de boeren en arbeiders zich te organiseren in ‘cooperativas’. Tiberio was een van de eerste slachtoffers van de para's. Hij en vele anderen zijn op vreselijke wijze om het leven gebracht. Een paar jaar geleden heeft men een indrukwekkende herdenkingsmanifestatie in Trujillo gehouden. Foto's van slachtoffers werden op enorme vlotten over de Cauca vervoerd, de rivier waarin veel lichamen ooit werden teruggevonden. In het ‘Parque de la Memoria’ in Trujillo is over deze geschiedenis documentatie te vinden.



Eén ding wordt duidelijk in Trujillo: al die moorden zijn één grote uitbarsting van haat. Volgens sommigen is die haat tussen sociale groeperingen het kernprobleem van Colombia. Maar waar komt het vandaan? 

Een bekend Colombiaans schrijver, William Ospina (hij zal vast nog wel in het Nederlands worden vertaald), probeert in romans en essays daar een antwoord op te vinden. Volgens Ospina is Colombia nooit boven het koloniale verleden uit gekomen.

De afstammelingen van de Spaanse kolonisten hebben zich altijd inferieur gevoeld aan de Spanjaarden in Spanje. Dat werd hen ook wel ingewreven, want volgens de ‘echte’ Spanjaarden raakten de Latijns-Amerikanen wel heel erg besmet door de ‘wilde’ volken van het continent. Het probleem is, zegt Ospina, dat de Latijns-Amerikanen er nog steeds van uitgaan dat zij in de ogen van anderen inferieur zijn. En dus proberen ze zich steeds weer te bewijzen tegenover de anderen. Zoals de Spanjaarden vroeger neerkeken op de tweederangs Spanjaarden van de koloniën, zo kijken diezelfde ‘tweederangs’ burgers van Latijns-Amerika neer op de mensen om hen heen (vooral de ‘negros’ en de ‘indios’), om maar vooral te laten zien dat zij zelf anders zijn. 

Tegelijk blijft men vol heimelijke afgunst ‘omhoog’ kijken, naar anderen. Een cynische grap hier zegt: de rijken van Colombia willen Engelsen zijn, de intellectuelen willen Fransen zijn, de middenklasse wil Noord-Amerikaan zijn en de armen willen Mexicaan zijn (dat laatste komt door de vele Mexicaanse televisieseries waarin alles even prachtig is). Achter die grap gaat een trieste werkelijkheid schuil. Namelijk dat niemand zich identificeert met het eigen land, de eigen cultuur en vooral: de eigen mensen. 

Colombia is een maatschappij van uitsluiting, concludeert Ospina. Men zoekt de eigen waardigheid en identiteit door zich af te zetten tegen anderen. Die minachting jegens anderen kan gemakkelijk omslaan in geweld wanneer die anderen een bedreiging lijken te vormen voor de eigen belangen en privileges. Andere sociale groeperingen worden gezien als minderwaardige vijanden die met alle mogelijke middelen bestreden dienen te worden. 

Trujillo

Tijdens het bezoek aan dit dorp ontmoet ik een vrouw die de mooie naam ‘Troost’ draagt. Ze is zelf zwaar getroffen door het geweld, maar ze maakt beslist niet de indruk dat ze onder een zware last gebukt gaat. 

‘Hoe lukt je dat, Consuelo?’, vraag ik haar. ‘Je hebt het antwoord al gegeven’, zegt ze en ze lacht. ‘Ik leef met mijn naam. Die naam is elke dag een bron van troost. Dat mijn ouders mij meer dan zestig jaar geleden die naam hebben gegeven, betekent dat de lieve Heer mij toen al de kracht wilde geven om alles te verdragen wat nog zou gebeuren’.

Het bezoek aan het dorp en in het bijzonder de herdenkingsplek was niet een gemakkelijke opgave. Ik prees mezelf gelukkig dat ik ‘Troost’ daar leerde kennen. Ze vertelt over alles wat er is gebeurd en over haar twee kinderen die in die periode zijn vermoord. Maar ze vertelt ook wat hen als families op de been houdt. Dat is de onderlinge steun, de betrokkenheid van kerken (uit binnen- en buitenland), mensen die op bezoek komen (de Nederlandse ambassadeur is hier ook geweest, vertelt ze trots), en hun eigen onverwoestbare geloof in de toekomst.

‘Kijk eens, Enrique’, zegt ze als we boven op de heuvel zijn gekomen waar het herdenkingspark ligt. ‘Kijk eens hoe ongelooflijk mooi het hier is. Deze wereld is niet gemaakt voor haat en geweld, maar voor het leven. Daar moet je altijd aan blijven denken’.

Ik zal Trujillo nooit vergeten, maar nog minder zal ik ooit het verhaal van Troost vergeten. 

Een groet vanuit Santa Fe de Bogotá
Henk


Reacties (10)

Laat een reactie achter

   


Verstuur reactie

8 juli 2012 om 14:56 | Door: Sipke

Opvallend dat een soortgelijke grap over de Argentijnen wordt verteld ("een Argentijn is een Italiaan die Spaans spreekt, denkt als een Fransman en Brits zou willen zijn") maar dat die combinatie juist een in Zuid-Amerika beruchte arrogantie oplevert.

9 juli 2012 om 8:32 | Door: cees zorgdrager

Buena dias Henk,voor jou is de nieuwe dag nog niet aangebroken op dit moment hoewel die in de tropen vroeg begint natuurlijk.
Gisteren je " troost " verhaal vanuit Santa Fe de Bogota al gelezen,het zijn altijd weer verhalen/verslagen die je na doen denken en je doen uitkijken naar het volgende verhaal.
Je eerste trip/werk in Colombia begint rap naar z'n eind te lopen en je zult zeker al een beetje uitkijken naar augustus,ik ken dat gevoel nog als we op de thuisreis het Panama canal gepasseerd waren en richting Amsterdam gingen dan begon dat.
Henk gezondheid sterkte met jullie werk en tot de volgende blog. vriendelijke groet van Joni en cees

9 juli 2012 om 8:45 | Door: Inge Landman

Mooi om te lezen hoe Consuelo en jij voor elkaar van betekenis mochten/mogen zijn. De kracht van een ontmoeting.

Een vraag die blijft hangen: hoe verhouden zich hoop en haat? Hoe gaat dat in Trujillo?

Ik wens je bij elke moeilijke opgave een 'Consuelo'!

9 juli 2012 om 9:42 | Door: Stefan de Wildt

Buenos dias Enrique, otra vez una historía impresionante y escrito bonito! Ik probeer mij een voorstelling te maken bij je verhaal van het geweld dat plaats heeft gevonden en misschien nog wel plaatsvindt, maar volgens mij gaat het onze voorstelling voorbij. Gelukkig zijn er nog mensen als 'Troost' die de hoop levend houden mede d.m.v. het geloof. Al heeft de tekst van het lied weinig verwijzingen naar het geweld in Colombia, moest ik gelijk denken aan 'Historía de Juan' van de Colombiaanse band Juanes, omdat het denk ik verteld over de dagelijkse struggle van veel Colombianen en toch ook de hoop die je tussen de regels door proeft. Henk het ga je goed! Saludos y abrazos desde Zambia!

9 juli 2012 om 21:29 | Door: Hugo

Tsja, wordt er door Ospina weer verwezen naar het koloniale verleden als grote boosdoener. Terwijl die haat tussen sociale groeperingen niet op een dergelijke schaal voorkomt in andere (latijns-amerikaanse) landen met ook een koloniaal verleden. Toch blijft het natuurlijk een intrigerende vraag waar zulk geweld vandaan komt. Wekt wel ver- en bewondering dat mensen er op die manier mee om kunnen gaan als de vrouw is je stuk.
Tot snel!

10 juli 2012 om 21:42 | Door: Frans van Spijk

Inspirerend! Om je door je naam te laten inspireren tot dingen die verstand te boven gaan! Uit Megen: vrede en alle goeds. Frans Johannes

10 juli 2012 om 22:58 | Door: Corrie

Lieve Henk, En weer ben ik diep onder de indruk van wat je schrijft. Wat een sterke vrouw is Consuelo, en dat heeft ze niet cadeau gekregen. Als je dat leest raakt het je diep, dan schuif je allerlei kleinere zorgen opzij. Ik wens je veel kracht toe bij je werk. Veel liefs van Jacob en Corrie

16 juli 2012 om 9:27 | Door: cees zorgdrager

Bueno dia Enrique,
je hebt de zondag niet benut om een stuk in je blog te plaatsen( hoe moeten wij de week dan beginnen) Voor je terug reist zal er toch nog wel een goed verhaal komen neem ik aan, je merkt dat we daar op wachten.Henrique het ga je goed , groeten uit Oss van Cees en Joni

16 juli 2012 om 14:18 | Door: Door-Elske

Op mijn wenken bediend, dank je wel, Door-Elske

22 juli 2012 om 20:07 | Door: Marguerite

mooie, indringende verhalen, beste Henk.niet simpel! ben je deze eerste periode inmiddels aan het afronden? nog een weekje en je zult hier met vele open armen worden ontvangen... ga met God.lieve groet,van ons, Marguerite