Hans Kapteijn en Wim Minnaard zijn van 24 november 2011 tot en met februari 2012 door de Wereldraad van kerken ingeschakeld als vrijwilliger in het Ecumenical Accompanier Program in Palestine and Israel (EAPPI). De oecumenische begeleiders van EAPPI werken in kleine internationale teams op verschillende lokaties en zijn verbonden met de plaatselijke Palestijnse of Israëlische gemeenschappen of organisaties, waaraan ze door hun aanwezigheid bescherming kunnen bieden.
Voorbereiding en uitzending worden gefinancierd door Kerk in Actie. In hun weblogs geven Hans en Wim hun persoonlijke opinie weer. Mocht u er iets van willen overnemen, verzoeken wij u te overleggen met de afdeling communicatie van de EAPPI of Kerk in Actie.
Volg Wim op zijn eigen weblog: www.minnaardbijeappi.nl.
Abonneer mij op deze weblog
Meer info over het project:
Uitzending oecumenische begeleiders
"Zijn ze gevaarlijk? Voel je je bedreigd?"
10 december 2011
“Zijn ze gevaarlijk? Voel je je bedreigd?“
Deze twee vragen worden mij door een Israëlische soldaat gesteld als ik op een vroege ochtend bij een checkpoint in Habla sta. Er komen bij dat checkpoint alleen mensen die daar moeten passeren om op hun eigen land te kunnen werken. De Muur heeft in deze omgeving namelijk een scheiding gemaakt tussen hun huizen en hun land. Hierdoor zijn de boeren iedere dag genoodzaakt deze 'grens' te passeren. Ze hebben daarvoor niet alleen een identificatiebewijs nodig, maar een speciaal doorgangsbewijs voor dit checkpoint. Omdat deze doorgangen in agrarisch gebied liggen worden ze aangeduid als 'Agricultural gates'. Daar staan meestal vijf gewapende Israëlische soldaten en zij controleren zowel de papieren als ook wat de mensen meenemen om een dag op het land te werken.
Als je dan de vraag krijgt van zo'n gewapende soldaat of 'ze' gevaarlijk zijn zegt dat iets over de manier waarop hij de Palestijnen ziet. 'Het zijn mensen met kwade bedoelingen en wij moeten ons tegen hen beschermen. Dus wordt er een Muur gebouwd, zodat we veilig zijn.' En van hen die willen passeren zal moeten worden vastgesteld dat zij geen gevaar vormen als zij aan de andere kant van de Muur zijn. Pas als dat duidelijk is mogen zij passeren en op hun eigen land aan het werk gaan. Aan het eind van de dag mogen deze 'gevaarlijke' mensen dezelfde behandeling ondergaan.
Nu we een aantal dagen in Jayyus werkzaam zijn is het antwoord op de vraag of ik me bedreigd voel gemakkelijk te geven: op geen enkele wijze. De mensen die we ontmoeten zijn allemaal bijzonder vriendelijk – een mate van gastvrijheid die in Nederland zeker niet gebruikelijk is.
Een uitnodiging voor een lunch betekent ongeveer een warme maaltijd en zelfs een uitnodiging om een kop thee te komen drinken krijgt bijna de vorm en de 'inhoud' van een maaltijd.Hier zijn we te gast bij Afaf Shatara en haar broer Abu Yusef in Azzun. Zij staan zeer positief tegenover de aanwezigheid van oecumenische begeleiders en nodigen hen graag uit voor een lunch.
Als er al sprake is van dreiging gaat die in deze omgeving van twee andere kanten uit:
-
Het is volstrekt onvoorspelbaar wanneer bepaalde 'gates' of checkpoints open zijn. Gisteren werd zonder enige aankondiging een weg in Azzun afgesloten en achter dat hek gewapende Israëlische soldaten. Op verontwaardigde vragen van hen die tegen worden gehouden is de verklaring dat jongens stenen hebben gegooid en om 'security reasons' (veiligheidsredenen) wordt dan een weg afgesloten. Hoe lang de afsluiting zal duren is onbekend.
-
Een tweede dreiging gaat uit van kolonisten die leven in nederzettingen in de omgeving. Vooral de fanatieke kolonisten doen alsof het hun land is en vallen mensen lastig en de meer gewelddadige acties zijn beschadigingen van auto's en hu
izen. De auto van 'onze' chauffeur is beschadigd doordat een kolonist een steen gooide: het raam aan de chauffeurskant werd ingegooid, gelukkig was de chauffeur niet gewond.
Vanmorgen, bij een andere 'gate' hadden we de onverwachte mogelijkheid om een gesprek te hebben met een Israëlische soldaat. Geboren in de Verenigde Staten heeft hij er vrijwillig voor gekozen om dienst te nemen in het Israëlische leger. Zijn motivatie daarvoor was om zijn volk te helpen beschermen. Op de vraag 'tegen wie' was zijn bijna identieke antwoord
'zij daar'. Het betekent dus dat er bijna systematisch een beeld van de tegenstander wordt geschapen en in stand gehouden. Informatie over de slechte situatie in de Westbank was hem niet bekend. Dat wordt ook niet verteld of alleen op een voor het Israëlische leger 'passende wijze' gecommuniceerd.
Het is mijn hoop dat het EAPPI-programma kan bijdragen aan het verminderen van de aanwezige vijandsbeelden, zodat ongevaarlijke mensen elkaar onbedreigd kunnen ontmoeten en samenleven.