Na een lange burgeroorlog na de onafhankelijkheid in 1975 werkt Angola vanaf 2002 aan wederopbouw. Een groot deel van de bevolking leeft in grote armoede en kan niet lezen of schrijven. Door de oorlog zijn opleidingen van predikanten en kerkelijk werkers ernstig achterop geraakt. Daarom zal Kerkinactie de komende jaren prioriteit geven aan theologisch onderwijs. Daarnaast bevorderen wij de samenwerking tussen kerken en steunen we activiteiten die de bestaanszekerheid van de bevolking verbeteren, vooral alfabetiseringsprogramma’s.
Geschiedenis
Religie in Angola
Onderwijs en gezondheidszorg
Feiten en cijfers
Geschiedenis
Angola heeft een bloedig dekolonisatieproces doorgemaakt. In 1961 startte het verzet tegen de Portugezen. Pas in 1975, kort na de Portugese Anjerrevolutie, kreeg Angola haar onafhankelijkheid. De drie verzetsgroepen, MPLA, UNITA en FNLA, die elk etnisch gebonden waren, ontpopten zich als elkaars concurrenten. Uiteindelijk won de MPLA de strijd, waarna een lange burgeroorlog volgde. Pas nadat in 2002 UNITA-leider Savimbi gedood was, brak in Angola de vrede uit. Daarmee is overigens nog niet gezegd dat de economische, politieke en sociale wonden, voortgekomen uit dit decennia lange conflict, al geheeld zijn.
De langdurige burgeroorlog heeft tot gevolg dat Angola een kapotgeschoten land is; huizen, wegen, bruggen liggen in puin. Het land is bezaaid met miljoenen mijnen. Water en elctriciteitsystemen functioneren slecht. Een minder zichtbaar gevolg van de burgeroorlog, maar zeker even belangrijk is dat een groot deel van de bevolking niet kan lezen en schrijven. Het grote aantal analfabeten heeft belangrijke implicaties, niet alleen voor de politieke mondigheid, maar ook voor de economische perspectieven. Overigens staat de omvang van de armoede in schril contrast met de potentiële rijkdom van Angola. Het land is in het bezit van grote voorraden grondstoffen, waaronder diamanten en olie.
Sinds de vrede uitgebroken is, zijn tal van non gouvermentele organisaties neergestreken in Angola. Veel hulporganisaties beklagen zich echter over de MPLA , die niet geïnteresseerd lijkt te zijn om voor de nodige logistieke en diplomatieke randvoorwaarden te zorgen. Daarnaast hebben diverse NGO’s scherpe kritiek op de MPLA; men vindt dat de inkomsten van olie- en diamantexport buitengewoon ondoorzichtig zijn. De indruk bestaat dat de gelden voor een belangrijk deel wegvloeien naar de MPLA-elite. Maar zelfs grote druk van het IMF heeft vooralsnog geen verandering gebracht in de opstelling van de regering.
De protestantse kerken, plm. 15% van de bevolking, hebben onmiskenbaar een belangrijke rol gespeeld in de recente geschiedenis van het land. De Gereformeerde Kerk (IERA) is nauw betrokken geweest bij het verzet tegen de Portugezen, hetgeen koloniale repressie tot gevolg had. De Congregationalistische Kerk (IECA) voelt zich tot op de dag van vandaag verwant met de UNITA. Vrijwel alle protestantse kerken hebben geleden onder de gevolgen van de oorlog. Veel van hun aanhang voelde zich gedwongen te vluchten. Het leidde tot een ontwrichting van de kerkstructuren. De IECA heeft recentelijk plannen ontwikkeld om gevluchte gemeenteleden te stimuleren weer terug te keren naar hun oorspronkelijke woonplek op het platteland.
Een opvallend aspect van de Angolese kerkelijke kaart is een enorme versnippering binnen de protestantse wereld. In de loop van de laatste vijftig jaar zijn er diverse scheuringen geweest. Anno 2007 telt het land tal van splinterkerkjes die nagenoeg geen dialoog met elkaar voeren.
[naar boven]
Religie in Angola
Ofschoon Angola het eerste door de christelijke missie en zending bezochte gebied van Zwart Afrika is, hangt de inheemse bevolking voor een belangrijk deel (schattingen lopen uiteen van 10 tot 47%) natuurgodsdiensten aan. Hierbij speelt de verering van de aarde een grote rol, met heilige bossen en afzonderlijke bomen als cultuurplaatsen. Bij jagersvolken als Tsjokwe treden de dierenverering, het geloof aan bosgeesten en de met de jagerscultuur nauw verbonden zonnemythologie op de voorgrond.
Hoewel meer dan de helft, misschien zelfs bijna 90%, van de bevolking officieel als rooms-katholiek wordt beschouwt, hebben de volken die tot het christendom zijn overgegaan, toch een groot aantal elementen van hun traditionele religie behouden. De Rooms Katholieke Kerk in Angola vormt een kerkprovincie met Luanda als aartsbisdom. In de grondwet van 1975 is bepaald dat er volledige scheiding is tussen kerk en staat. Tevens is bepaald dat er vrijheid van godsdienst is en dat de staat de kerkelijke eigendommen zal respecteren en beschermen.
Aan de protestantse zending zijn door de vroegere Portugese regering steeds ernstige belemmeringen in de weg gelegd uit vrees voor het verbreken van de religieuze eenheid in de kolonie. Na de opstand van 1961 werd de protestantse zending beschuldigd van bevordering van het inheemse nationalisme en van propaganda voor het communisme. De meeste protestantse zendelingen werden uitgewezen en een groot aantal protestantse Angolezen werd gearresteerd of gedood, terwijl velen vluchtten naar Congo. Thans neemt de betekenis van protestantse en onafhankelijke christelijke kerkgenootschappen weer beduidend toe.
[naar boven]
Onderwijs en gezondheidszorg
Als gevolg van de burgeroorlog is de humanitaire situatie in het land nog steeds slecht. Het onderwijsniveau is laag en gezondheidszorg en andere sociale voorzieningen zijn slechts mondjesmaat beschikbaar. Minder dan de helft van de Angolese bevolking heeft toegang tot (kwalitatief beperkte) basisvoorzieningen op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs. De sociale indicatoren, met name de kindersterfte die tot de hoogste ter wereld behoort, weerspiegelen de wijdverbreide armoede. Zestig procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens en de gemiddelde levensverwachting ligt onder de 40 jaar. De overheid heeft zich inmiddels ten doel gesteld de kindersterfte in de periode tot 2008 te halveren. Hierbij wordt samengewerkt met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF).
Angola kende vlak na de oorlog een groot aantal ontheemden. Zij hadden zich veelal geconcentreerd rond de grotere steden en waren vanwege de slechte veiligheidssituatie moeilijk bereikbaar voor hulporganisaties. Na ondertekening van het Memorandum of Understanding in april 2002 keerden naar schatting 1,9 miljoen van de bijna 4,5 miljoen ontheemden terug naar de regio van herkomst. Volgens de Angolese overheid zou het aantal ontheemden (inclusief voormalige vluchtelingen en gedemobiliseerde soldaten) dat is teruggetrokken naar de dorpen van herkomst, inmiddels zelfs zijn gestegen tot 3,3 miljoen. Vaak zijn de benodigde faciliteiten echter (nog) niet aanwezig om de toestroom van mensen adequaat op te vangen.
De voedselschaarste in Angola is groot. Toch loopt het aantal mensen dat geen toegang heeft tot voldoende voedsel de afgelopen tijd terug. Voor de periode tussen november 2003 en april 2004 werd dit aantal op 1 miljoen mensen geschat, terwijl men eerder dat jaar nog uit ging van 1,8 miljoen. De voedselaanvoer in Angola van het Wereldvoedselprogramma van de VN (WFP) stokt met enige regelmaat, vanwege donormoeheid en/of moeizame vrijgave van goederen uit de haven door de Angolese autoriteiten. Ook de in maart 2004 afgekondigde maatregel van de Angolese regering om de import van genetisch gemodificeerd voedsel te verbieden brengt de voedselverstrekking in gevaar. Zeventig procent van de voedselhulp aan Angola komt in de vorm van genetisch gemodificeerde maïs uit de Verenigde Staten. Het WFP moest de rantsoenen voor hongerende Angolezen een aantal maanden halveren.
De jarenlange oorlog in Angola heeft de gezondheidszorg zeer ten nadele beïnvloed. Veel provincies hebben zo goed als geen functionerende gezondheidszorg. In 2001 zou slechts 5,4 % van het regeringsbudget aan gezondheidszorg zijn besteed. Wat er aan medicijnen wordt verstrekt in Angola komt voornamelijk van Unicef en non-gouvernementele organisaties (NGO's). Er zijn weinig gegevens bekend over het aantal HIV-besmettingen en AIDS-slachtoffers en de verspreiding van de ziekte. Aangenomen wordt dat het besmettingspercentage onder de bevolking van Luanda (waar zo’n 25-35% van de Angolese bevolking woont) in de periode 1999-2001 is gestegen van 3,4% tot 8,6%. Het gemiddelde besmettingspercentage in geheel Angola lag in 2001 rond de 5,5%. Indien deze trend doorzet, zou dit neerkomen op een besmettingspercentage van ongeveer 9% in 2005 en een percentage van tussen de 12% en 19% in 2010. Hierbij dient overigens te worden aangetekend dat het nationaal gemiddelde sterke regionale verschillen camoufleert. In de Caprivi regio bijvoorbeeld zou men een besmettingsgraad kennen van 43%.
Andere veelvoorkomende ziektes zijn malaria, acute diarree en cholera. In 1998 en 1999 heerste er een polio-epidemie. Ook mazelen en meningitis kwamen de afgelopen jaren veelvuldig voor. In het noorden is de tsetse vlieg actief en leidt de door deze vlieg veroorzaakte slaapziekte tot vele sterfgevallen. In 2001 en 2002 was er sprake van een mazelen epidemie.
Ook wat betreft het onderwijs is de situatie zorgwekkend. Hoewel tussen 1970 en 1990 de alfabetisering toenam van 12% tot 42%, is het aantal schoolgaande kinderen drastisch afgenomen als gevolg van de burgeroorlog. Begin 1995 was bijna 90% van de scholen gesloten. Sindsdien zijn enkele scholen heropend, maar de kwaliteit van het onderwijs blijft een groot probleem. De uitgaven voor onderwijs in het totale budget zijn relatief laag.
[naar boven]
Feiten en cijfers
Oppervlakte: 1.246.700 km2 (dat is 37 x Nederland)
Hoofdstad: Luanda
Inwonertal: 13,9 miljoen (2004)
Bevolkingsdichtheid: 11,2 inwoners per km2 (2004)
Godsdienst: Rooms Katholiek (38%), Protestants (15%) en inheemse godsdiensten (47%)
Taal: Portugees, Umbundu, Kumbundu, Kikongo
Staatsvorm: Republiek
Natuurlijke bevolkingsgroei: 2,8% (1975-2003), 2,8% (2003-2015)
Geboorten (per 1000 inwoners): 45,14 per 1000 inwoners (2004, schatting CIA)
Overlijdens (per 1000 inwoners): 25,86 per 1000 inwoners (2004, schatting CIA)
Levensverwachting: 42,3 jaar (v) – 39,3 jaar (m) (2003)
Hiv/aids besmettingspercentage: 5,9 % van de volwassenen leven met hiv/aids (2003, UNAIDS)
Alfabetisering: 53,8% (v) - 82,1% (m) (2003)
Veilig drinkwater: 50 % van de bevolking heeft toegang tot veilig drinkwater (2002)
Belangrijke exportproducten: Ruwe olie, diamanten, petroleumproducten, gas
Beroepsbevolking per sector: Landbouw (85%), industrie en diensten (15%) (2003)