Meneer Suko en mevrouw Tuti

Blog

dinsdag 27 maart 2012‘Ik ben een dankbaar mens als ik terugkijk op mijn leven. Mijn vrouw en ik zijn bij nul begonnen en kijk eens waar we nu zijn’.Meneer Suko en mevrouw Tuti wonen in Kelirejo, een klein dorp in de provincie Zuid-Sumatra. Ze hebben drie jongens waarvan de jongste nog thuis woont. De oudste twee studeren allebei aan de sportacademie in Palembang. Suko is 51 jaar, Tuti 45 jaar. Ze zijn allebei op Sumatra geboren, maar hun ouders komen oorspronkelijk van Java. Ze hebben 4 hectare land in hun bezit en verbouwen voornamelijk rijst, daarnaast hebben ze wat rubberplantages. Tuti werkt meestal in de rubber, Suko in de rijst. Hij is tegelijkertijd ook werkzaam als bouwvakker voor wat extra verdiensten.         Het echtpaar is lid van de GKSBS in Kelirejo. Suko heeft net een half jaar geleden zijn 10 jaren in de kerkenraad erop zitten. Tuti maakt deel uit van het bestuur van de vrouwenvereniging.Op de motor, langs oliepalmen en sawa’s leidde de weg vol gaten en gevaren (we kwamen onderweg een cobra tegen) naar Kelirejo, een dorpje wat afgezonderd van de bewoonde wereld. Het werd een gesprek dat ik niet snel zal vergeten, soms leek het even op een ontmoeting met Jezus zelf. De glinsterende ogen en de brede glimlach van meneer Suko, de rust en tevredenheid van mevrouw Tuti. Twee mensen die dankbaarheid uitstraalden.Transmigrasi en gotong-royongDe ouders van Suko en Tuti deden mee aan het transmigratieprogramma van de overheid in de jaren 50. Suko’s ouders kwamen eerst in de provincie Lampung terecht, maar verhuisden na een paar jaar naar de provincie Zuid-Sumatra naar het dorpje Kelirejo. Ze komen oorspronkelijk uit Ponorogo, Oost-Java. De familie van Tuti heeft zich vanaf het begin in Kelirejo gevestigd en komt oorspronkelijk uit Jeber, ook in het oosten van Java.Sumatra bestond toen voornamelijk uit bos en veel gebieden waren alleen maar via de rivieren te bereiken. Er waren nog amper wegen en huizen. De transmigranten ontvingen een eenvoudig houten huis van de overheid, maar het land was nog niet klaar om gewassen op te verbouwen. De Javanen hielpen elkaar om hun nieuwe leven op te bouwen: bomen werden omgehakt, het land werd bewerkt, huizen werden uitgebreid. Als er nieuwe migranten kwamen die nog geen huis hadden, zoals bijvoorbeeld de ouders van Suko toen ze naar Kelirejo verhuisden, woonden ze tijdelijk in bij andere Javanen. Solidariteit, broederschap, samenwerken in wederkerigheid, oftewel ‘gotong-royong’ typeerde het leven van de transmigranten. Vaardigheden werden gedeeld, want geld was er niet. Eén voor één werden huizen en land opgebouwd: de een kon hout hakken, de ander het land bewerken, de volgende metselen. Javanen werden elkaars vrienden in dit vreemde land met daarbij het uitgangspunt: ‘de ander helpen zonder er geld voor terug te verwachten’. De autochtone bewoners echter zagen de Javanen als kolonisten: hun land werd door ‘buitenlanders’ ingenomen.Hoop vergoktDe ouders van Suko en Tuti vertrokken met hoop naar Sumatra. Hoop op veel land wat op Java niet beschikbaar was. Hoop om een beter bestaan op te bouwen voor hun kinderen. Maar, met de woorden van Suko, ‘God besloot misschien anders’. In het begin hadden de ouders van Suko 6 hectare land, maar de oogst was niet genoeg om van te leven en ze moesten alles verkopen. Ik vroeg er wat op door en toen bleek er eigenlijk een andere reden te zijn: ‘Laat ik eerlijk zijn. Mijn ouders hebben hun land vergokt. Ze moesten hun land verkopen om hun schulden te saneren’. Voor de ouders van Tuti gold hetzelfde en het schijnt dat veel mensen een vergelijkbaar verhaal hebben: ze probeerden hun modaal te vergroten door mee te doen met de loterij of kaartje leggen, maar wel met het risico om hun land te verliezen.     Vanaf nulToen Suko en Tuti in 1986 trouwen was er geen erfenis. Ze moesten vanaf nul beginnen. Ze trokken eerst bij zijn ouders in en werden loonwerkers in de agrarische sector. Beetje bij beetje hebben ze samen hun leven opgebouwd. In het begin leenden ze geld om elke keer weer een stukje land te kunnen kopen. Zo kochten ze onder andere land om een huis te kunnen bouwen, want de wens voor een huis was groot. Het materiaal werd gekocht en de voorbereidingen gemaakt. Maar tot op de dag van vandaag is dat huis er nog niet en wonen ze nog steeds in hun eerste oude huis. De materialen zijn weer verkocht, want er werd geïnvesteerd in nieuw land om rubber te kunnen verbouwen, om vervolgens met de opbrengsten te investeren in de toekomst van de kinderen. Hierdoor kunnen de oudste twee kinderen nu in Palembang studeren.   ThuisHet leven van de ouders van Suko en Tuti was in het begin niet gemakkelijk: ze voelden zich niet thuis op Sumatra, misten hun familie en het land was moeilijk te bewerken. Maar nadat het land was opgebouwd werd de financiële toestand van veel Javanen ook beter. Suko: ‘Als Javanen naar Sumatra gaan dan nemen ze geen geld mee voor de terugreis en betaalt de familie op Sumatra hiervoor. Als Sumatraanse Javanen naar Java gaan, nemen ze hun eigen geld mee’. Voor Suko en Tuti is Sumatra nu hun thuis. Af en toe gaan ze een maand naar Java om hun familie en vrienden op te zoeken, maar een maand vinden ze lang genoeg, want dan begint de verveling toe te slaan en willen ze het liefst zo snel mogelijk naar huis.De kerk als verzamelplekSuko is opgegroeid in een rooms-katholiek gezin. Hij herinnert zich de ontmoetingen met andere katholieken. Ze verzamelden zich om de beurt bij iemand thuis. Hij heeft de naam van één katholieke broeder onthouden: broeder Van Lierop uit Nederland. Stap voor stap werd er materiaal verzameld om een kerk te kunnen bouwen.Tuti is in een protestants gezin opgebracht. De groep waarmee haar ouders naar Kelirejo kwamen bestond voornamelijk uit protestanten uit Jember, Oost-Java. Ook zij kwamen eerst bij elkaar samen in huis, want een kerkgebouw was er niet. Maar daar kwam volgens Tuti snel verandering in: ‘In 1958 kwamen mijn ouders met de protestantse groep naar Kelirejo toe en in 1960 stond er al een kerkgebouw’. Vaak leefden de mensen zelf nog in kleine houten huisjes of hadden ze helemaal nog geen huis, maar de bouw van de kerk ging voor alles. Er werd land aangeboden en bewerkt voor het kerkgebouw. Met de woorden van Suko: ‘De kerk was van hen samen, het was een verzamelplek, een centrum. De gemeenschap werd opgebouwd. Er was zorg voor elkaar. Ze hielpen elkaar en deelden met elkaar om elkaars leven te vervolmaken’.Volgens meneer Suko werkt het diaconale programma van de protestantse kerk vanaf het begin: zieken werden geholpen, studiebeurzen werden betaald, oude mensen krijgen extra steun.   Een dankbaar mensTenslotte vroeg ik Suko en Tuti hoe ze terugkijken op hun leven. Suko: ‘Ik ben een dankbaar mens als ik terugkijk op mijn leven. Mijn vrouw en ik zijn bij nul begonnen en kijk eens waar we nu zijn. Natuurlijk is er altijd tekort, is het nooit volmaakt, maar ik kan tenminste mijn kinderen onderhouden. Ze kunnen zelfs studeren. Ik zelf heb alleen maar de basisschool afgemaakt.En er is genoeg te eten, we hebben geen honger. Ik ben God dankbaar, want ik ben gelukkig, gezond en mijn kinderen ontvangen goed onderwijs’. Verder vertelt hij dat het contact met alle buren goed is, christen of niet. Volgens hem zijn moslims goede mensen en niet allemaal fanatiek. Ze helpen elkaar in broederschap. ‘Ik voel me dankbaar, want ik word vertrouwd door de buren. En daarnaast wordt het voorzitterschap van de boerengroep mij toevertrouwd’. Deze boerengroep heeft samen 38 hectare grond en is de grootste in de buurt. De groep heeft een grote voorraad aan rijst zodat wanneer de oogst mislukt er nog steeds genoeg te eten is. De boeren werken met elkaar samen om mest te krijgen. En Suko adviseert onder meer ook andere boeren om de krachten te bundelen. Hij helpt hen met het opbouwen van een boerengroep als er nog geen groep aanwezig is.Het gesprek kabbelde nog wat voort. Ondertussen had mevrouw Tuti een maaltijd voorbereid. We sloten af met rijst en saté. Net voor we wilden vertrekken, kwam de jongste zoon terug uit school en namen we nog snel even een paar foto’s.Toen werd het tijd om te gaan. We stapten weer op de motor en namen dezelfde weg terug. Met mijn blik op de rijstvelden dwaalden mijn gedachten af naar het levensverhaal van deze familie.   

Meneer Suko en mevrouw Tuti in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.