Een sociaal-etnische ramp

Blog

dinsdag 4 december 201217 mensen vermoord, tientallen gewonden, meer dan 200 huizen verwoest of kapot waaronder 4 scholen,  landbouwgrond en sawa’s vernietigd waardoor er voorlopig niet meer geoogst of geplant kan worden.Dit is het resultaat van de ramp die plaats vond op 27-30 oktober 2012 in het zuiden van Lampung in de dorpen Balinuraga en Sidoresno, ongeveer 3,5 uur vanaf Metro.

De ramp werd veroorzaakt door een sociaal-etnisch conflict tussen (allochtone) Balinese transmigranten en (autochtone) Lampungezen. Eerlijk gezegd was het niet gemakkelijk om dit artikel te schrijven. Niet alleen om praktische redenen: waar te beginnen? Hoe kan ik het zo uitleggen dat ze het in Nederland ook snappen? Bovendien grijpt het mezelf ontzettend aan. Sinds dat ik in Balinuraga ben geweest, maalt het gebeuren door mijn hart en hoofd. Ik bid: Heer ontferm U. Daarnaast komen veel vragen omhoog: hoe kan zoiets gebeuren? Wat kan de GKSBS doen? Hoe kan er vrede gebouwd worden?Verantwoordelijk en geroepenDe GKSBS is de grootste kerk in zuidelijk Sumatra en dus ook in de provincie Lampung. Toen de ramp plaatsvond, voelde ze zich geroepen om te handelen. ‘We moeten wat doen, we hebben verantwoordelijkheid als grootste kerk van Lampung’, aldus dominee Erik, directeur van Yabima (‘diaconale organisatie’ van de GKSBS). De GSKBS heeft een ‘rampenteam’ dat als er een aardbeving uitbreekt, weet wat het moet doen, maar een team speciaal voor sociaal-etnische conflicten is er nog niet. De GKSBS heeft echter wel veel ervaring rondom landconflicten in Moro-Moro en heeft twintigtal capabele mensen rondlopen die cursussen rondom conflictoplossing en vredesopbouw hebben gevolgd. Volgens dominee Ribas, hoofd afdeling diaconaat synode GKSBS: ‘De GKSBS heeft als één van haar kernwaarden ‘etnisch gevoelig’. We zijn geroepen om een gezamenlijk huis te vormen in zuidelijk Sumatra. We kunnen niet stil blijven en moeten wat doen aan dit conflict’. De vraag is: hoe kan de GKSBS het beste opereren en met wie, wat kunnen we doen? AssessmentEen team van 4 mensen ging naar het rampgebied toe: Erik (directeur Yabima), Iwan (staflid Yabima), Ribas (afdeling diaconaat synode GKSBS) en Heru (predikant GKSBS-Sidomulyo, de dichtstbijzijnde GKSBS gemeente). Ikzelf was op dat moment op vakantie dus kon helaas niet mee. Dit team heeft een assessment gemaakt: door middel van gesprekken met slachtoffers, bewoners, sleutelfiguren en aanwezige organisaties in kaart brengen wat er is gebeurd, wat er nodig is en wat de GKSBS kan doen. Zo bleek dat er al eerste hulp was verleend door de ME, politie en de organisatie Caritas. Er waren hulpposten ingericht en voor de eerste levensbehoeften (tenten, voedsel, kleding, veiligheid) werd voorzien. Voor het vierkoppige team werd op deze manier duidelijk waarin de GKSBS nog een bijdrage kon leveren wat eerste hulp betreft (‘charitatieve diaconaat’). Naast deze noodhulp werd er het volgende gesignaleerd, ik citeer uit het verslag:‘Traumahealing is nodig. Kinderen kunnen een trauma hebben door dit conflict. Sommige bewoners erkenden dat ze psychologische klachten hebben, vooral als ze een harde stem horen of bij een grote toestroom van mensen. Verder is er ideaalgesproken een resolutie, een oplossing nodig op het grondvlak. Vredesovereenkomsten vinden nog te vaak alleen tussen de elitegroepen plaats. Op het grondvlak lijken veiligheid en vrede nog ver weg’. Voorafgaand aan de clashIk las in het geordende assessmentverslag de volgende samenvatting over de gebeurtenis van het conflict: ‘Volgens het hoofd van de regiopolitie ging er een ruzie aan de clash vooraf: twee meisjes uit het dorp Agom erkenden dat ze op zaterdagavond 27 oktober lastig werden gevallen door een paar jongeren uit het dorp Balinuraga waardoor ze van hun motorfiets vielen. De gezinnen uit Agom vroegen om een vergoeding, maar de gezinnen uit Balinuraga wilden slechts de helft daarvan geven. Ze kwamen niet tot een overeenkomst. Vervolgens ging een groep jongeren uit Agom naar Balinuraga om de jongeren te zoeken die de meisjes hadden lastig gevallen. Er klonken bedreigingen dat als niet de gehele vergoeding werd betaald, ze terug zouden komen met 100 mensen. De komst van de jongeren uit Agom veroorzaakte een clash waarbij 3 mensen uit Agom bij om het leven kwamen. Excessen volgden. Balinuraga werd aangevallen door 10.000den gewapende mensen, waarschijnlijk verdachten uit verschillende dorpen uit de omgeving. Ze omcirkelden en barricadeerden het dorp. 1700 bewoners van Balinuraga vluchtten het dorp uit’.Complexiteit conflictIk kan me voorstellen dat het je nog niet helemaal duidelijk is geworden wat er nu gebeurd is. En hoe zo’n incident voor zo’n grote ramp heeft kunnen zorgen. En daar zit nu precies het heikele punt: dat is voor een Indonesiër al ontzettend moeilijk te begrijpen, laat staan voor een Nederlander. Het conflict kent namelijk heel veel facetten: sociaal, etnisch, religieus, politiek, cultureel, psychologisch, enz. Maar ik doe mijn best om het uit te leggen.In het dorp Agom wonen voornamelijk autochtone Lampungezen, in het dorp Balinuraga voornamelijk allochtone Balinese transmigranten. Er heerst jaloezie onder de autochtonen dat die Balinese allochtonen zo rijk zijn en zij niet. Het sociale aspect van armoede is de wortel van het probleem, maar omdat ‘de armen’ van Lampungese afkomst zijn en ‘de rijkere’ van Balinese krijgt het conflict ook een etnisch aspect. Twee verschillende etniciteiten met elk hun verschillende culturele gewoonten, verschillende visies op recht, land, gezin, religie, etc. Zo zijn Lampungezen bijvoorbeeld vanuit hun ‘adat’ (gewoonterecht) gewend om met een financiële vergoeding een geschil op te lossen. Door transmigratie wonen er in Lampung niet enkel Lampungezen meer, maar ook mensen uit Bali en Java. Etniciteiten wonen nu door elkaar heen en dat leidt geregeld tot conflicten hetzij tussen Lampungezen en Balinezen of tussen Javanen en Lampungezen. Als er diefstallen plaatsvinden nemen mensen het recht in eigen hand: dieven worden geregeld vermoord of in brand gestoken. De politie is in dit alles de grote afwezige. Ook tijdens het conflict kwam de politie (zoals vaak) te laat. Maar zei mijn collega Erik daarover: ‘Etnisch recht is veel sterker dan nationaal recht in Indonesië’. Mensen hebben hun eigen etnische trots. De nationale wetten zijn van ondergeschikt belang. Met de woorden van Erik: ‘De wet van de jungle heerst’.Dan zijn er nog ander fanatieke groeperingen die conflicten als deze aangrijpen voor hun eigen (religieuze) doeleinden. Ongeveer vierhonderd mensen uit West-Java kwamen naar Zuid-Lampung toe om te moorden en te vernietigen. Leden van fundamentalistische moslimbewegingen die regelmatig criminele activiteiten verrichten. Zij vochten aan de zijde van de Lampungezen die moslim zijn. Er stonden dan ook leuzen op de huizen van de Balinese transmigranten als: ‘Bali naar de hel’ en ‘Bali: word gewoon moslim’. Deze criminele fundamentalistische moslimbewegingen geven dit in de eerste plaats sociaal-etnische conflict ook nog eens een religieus sausje. TraumahealingDe GKSBS voelt zich geroepen om te helpen. De kerk heeft geld en goederen gestuurd waar behoefte naar was. Het valt op dat het netwerk van de Balinese bevolking sterk is en de hulp vanuit Bali enorm. Tussendoor: daardoor zie je ook weer hoe sterk dat ‘etnische gevoel van zijn’ is, zelf de gouverneur en andere hoogwaardigheidsbekleders kwamen naar het gebied. Ook ‘Bali tv’ schonk miljoenen aan roepia’s aan het rampgebied. Praktische hulp is er dus genoeg. De huizen en huisvoorraden zijn binnen een paar maanden vast weer opgebouwd, dat in tegenstelling tot de pijn, de woede, de onvrede. Het hoofd van het dorp Balinuraga zei: ‘We kunnen ons nog niet bezighouden met de gevoelens van de burgers. De vrouwen willen nog niet naar de sawa, omdat ze zich herinneren wat er is gebeurd. Alleen de mannen voelen zich gedwongen om naar de sawa te gaan, om weer te werken. Wat betreft onze kinderen: we kunnen nog niet begrijpen wat zij voelen. We hebben nog geen gelegenheid gehad om ons met hun trauma bezig te houden’. Met mijn eigen woorden: ze zijn bezig met overleven.Op dit moment kijkt de GKSBS hoe zij kan helpen op het gebied van traumahealing (‘transformatieve diaconaat’), omdat daar behoefte naar is. Het vierkoppige team is in contact met de scholen om in kaart te brengen wat de GKSBS kan betekenen. Aan de ene kant omdat de GKSBS daarmee ervaring heeft. In het verleden ging een team voor enkele weken naar Ajeh, Bengkulu en Padang (aardbevinggebieden) en Moro-Moro (landconflictgebied) om activiteiten voor kinderen te organiseren om hun lasten te verlichten. Ook vonden er gesprekken met volwassenen plaats. Aan de andere kant omdat de kerk geroepen is om te genezen. Ik moest denken aan de column van scriba Arjan Plaisier in Kerkinformatie van afgelopen maart. De column had als titel ‘De kerk een hospitaal’. Plaisier schreef onder meer: ‘De kerk is niet een plaats waar we een lesje leren of een plaatje draaien, maar een plek die helpt te genezen. Van wildgroei, van schreefgroei, van trauma’s, van vooroordelen, van wanhoop, van agressie, van goddeloosheid vooral… Het evangelie is een kracht van God en een medicijn dat geneest’. Traumahealing, vanwege onze geneesheer Jezus Christus.Je zult begrijpen dat vanwege de complexiteit van het conflict het proces van genezing niet eenvoudig zal zijn. Ik licht er twee aspecten uit: psychologisch en politiek. Psychologisch: veel inwoners hebben gruwelijke beelden op hun netvlies staan (verminkte lichamen, afgehakte hoofden), sommigen hebben moeten rennen voor hun leven, bij anderen is er niets meer van hun inboedel over (foto’s, kleding, waardevolle spullen). Politiek: de politie is deel van het trauma. Ná de ramp wordt een overdreven groot politieapparaat op de been gebracht om de orde te bewaren. Zoiets kosten miljoenen roepia’s. Waren zoveel duizenden politie en ME nodig? En waar was de politie vooraf aan de ramp? De dorpen Agom en Balinuraga zijn geen vijanden van elkaar. Hooguit tussen enkele families botert het niet, maar er speelt wel van alles op de achtergrond. Hoe draagt de politiek er in bij om de wortel van het probleem aan te pakken? Wat doen Indonesische bestuurders met de negatieve gevolgen van transmigratie? (Veel Lampungezen ervaren dat ze gekoloniseerd zijn door Javanen en Balinezen bijvoorbeeld.) En wat doet de politiek met de rol van fanatieke moslimgroeperingen? Conflictoplossing en vredesopbouwAls er na noodhulp en traumhealing niets verder wordt gedaan dan blijft het dweilen met de kraan open. Op topniveau is er al een vredesbijeenkomst geweest waarbij bestuurders, afgevaardigden en bewoners van beide groepen bij aanwezig waren en ceremonieel vrede hebben gesloten. Dat is de methode van de overheid. Is dit voldoende om het conflict op te lossen? Als er op grassroot-level niets veranderd dan kan het kleine vlammetje van woede, jaloezie, frustratie en haat zo weer aanwakkeren en is het wachten op de volgende sociaal-etnische ramp. De GKSBS wil met een andere aanpak, eentje van onderaf, een fundamentele bijdrage leveren. Een benadering waarbij netwerken worden gebouwd en samengewerkt wordt met strategische lokale organisaties. De hoop is dat door middel van kunst, muziek en drama er bij beide partijen ingang gevonden kan worden. Er is hoop dat zo vrede gebouwd kan worden.Tot dan en voor daarna bid ik. Bid je mee?Heer ontferm U.Voor de praktische wederopbouw van de dorpen Balinuraga en Agom.Voor genezing van psychische en lichamelijke wonden van de inwoners.Voor wijsheid voor de GKSBS in wat ze kan betekenen ook in relatie tot het verzoeningsproces.Voor politici in Indonesië, voor moed en daadkracht ten aanzien van conflicten als deze. Voor vrede.Christus ontferm U over ons.PS: mocht je op de hoogte willen blijven van de ontwikkeling van traumahealing en vredesopbouw en de rol van de GKSBS daarin, neem dan contact op met je gemeenteadviseur Kerk in Actie – Interactief.

Een sociaal-etnische ramp in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.