‘Naar vermogen’

Persoonlijk verhaal

dinsdag 24 februari 2015Het is alweer een tijdje geleden dat de Franse econoom Thomas Piketty met zijn boek Kapitaal in de 21e eeuw Nederland aandeed. Piketty heeft de vinger gelegd op een wereldwijd toenemende vermogensongelijkheid. De mediahype rond Piketty is in de loop van de afgelopen maanden weggeëbd. Toch heeft in de naklank van de verontrustende analyse van Piketty het motto van de participatiesamenleving een zekere onheilspellende betekenis gekregen. In september 2013, bij de proclamatie van de overgang van de verzorgingsstaat naar de participatiesamenleving, werd een ieder opgeroepen ‘om naar vermogen te participeren in de samenleving’. Maar wat als dat vermogen in de samenleving in toenemende mate scheef verdeeld is?

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft medio 2014 voor ons land onderzoek naar ongelijkheid op een rijtje gezet in de studie ‘Ongelijkheid in Nederland’. In dit rapport wijst de economisch-historicus Bas van Bavel erop, dat de vermogensongelijkheid in Nederland groot is. In internationaal perspectief ligt de vermogensongelijkheid in Nederland hoger dan in de meeste Europese landen en even hoog als in de VS. Van Bavel wijst erop dat vooral na de jaren ’80 de vermogensongelijkheid is toegenomen. De allerrijksten hebben de afgelopen decennia hun vermogens enorm vergroot. Daarnaast is er de laatste jaren sprake van een toename van schulden aan de onderkant. Terwijl in Nederland de belasting op arbeid tamelijk hoog is, de belasting op consumptiegoederen, dus de verbruiksbelasting, toeneemt, daalt de vermogensbelasting.

Een grote en toenemende vermogensongelijkheid gaat momenteel gepaard met een gestaag verder gaande versobering van de verzorgingsstaat. In een sterk uitgebouwde verzorgingsstaat hoeven mensen in geval van nood geen beroep te doen op het eigen vermogen, omdat ze op dit vangnet kunnen terugvallen. Met de verdere versobering van de arrangementen van de verzorgingsstaat zullen mensen volgens Van Bavel vaker worden gedwongen om bepaalde voorzieningen zelf te betalen, zoals aanvullend onderwijs, juridische hulp en zorg. Omdat bedragen gemakkelijk te groot kunnen worden om uit het inkomen te betalen, moeten gezinnen hiervoor hun eigen vermogen aanspreken. De helft van de Nederlandse gezinnen heeft geen vermogen en kan dit dus niet. De grote vermogensongelijkheid in combinatie met een verdere versobering van de verzorgingsstaat leidt zo gemakkelijk tot een toenemend ongelijke uitgangspositie voor wat betreft participatie in de samenleving.

Met name in het licht van deze ontwikkeling krijgt het motto van de participatiesamenleving ‘om naar vermogen worden deel te nemen’ een zekere onheilspellende betekenis. Te meer omdat volgens Van Bavel te verwachten valt dat maatschappelijke effecten van de versobering van de verzorgingsstaat steeds meer zullen gaan lopen langs lijnen van vermogensongelijkheid. Een bestendiging van die effecten zal vervolgens plaats vinden met het tussen generaties doorgeven van sterke en zwakke uitgangsposities tot deelname aan de samenleving. Hierdoor dreigt er zowel langs materiële als niet-materiële weg weer een soort van erfelijke ongelijkheid te ontstaan, die doet denken aan een 19e-eeuwse situatie zoals ook Piketty die schetst.

Evenals Piketty bepleit Van Bavel een (internationaal, of op zijn minst Europees gecoördineerde) verhoging van de vermogensbelasting, oplopend naar de hoogte van het vermogen. Een paar weken gelden heeft PvdA-voorman Samson in het tv-programma Buitenhof aangekondigd dat hij een meerderheid in de Tweede Kamer aan het zoeken is voor een dergelijke verhoging van de vermogensbelasting, om te beginnen in Nederland. Het is bekend dat de coalitiepartner van de PvdA in de huidige regering dit onderwerp taboe heeft verklaard. Intrigerend is dat Piketty in zijn boek belastingen een politiek-filosofisch onderwerp noemt. Het gaat erbij om je visie op de samenleving en op het algemeen belang. Zonder belastingen geen publieke middelen voor collectieve doelen, maar zonder samenleving ook geen vermogens. Het maatschappelijke debat zal er volgens Piketty vooral over moeten gaan, wat we onder algemeen belang verstaan en hoe we daartoe de verhouding van private vermogens zien. Piketty stelt de vraag of het vanuit die fundamentele relatie van private vermogens tot het algemeen belang, ze komen immers voort uit de omgang met de samenleving, niet ‘normaal’ zou moeten zijn om naar vermogen bij te dragen aan het algemeen belang. En is dat eigenlijk ook niet een heel mooi motto voor de participatiesamenleving, om er ook naar vermogen in financiële zin aan bij te mogen dragen?

Trinus Hoekstra

*Trinus Hoekstra is werkzaam bij Kerk in Actie-binnenland

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.