Sadma hhadarieja – min hona! / Helem tarboetie: ma ha’tzad habaa? [Culture shock, en dan...]

Blog

woensdag 13 april 2016Weblog 26, 13 april 2016 - Ken je dat? Je bent op vakantie en vindt alles even leuk: de mensen, het weer, het eten, de omgeving. Maar dan ineens moet je in je beste koeterwaals aan de campingbaas uitleggen dat je met je tentje toch liever op een vlak stuk gras staat dan halverwege een rotsige helling. Of je hebt al drie dagen last van het sapje dat je tegen beter weten in bij een smoezelig stalletje hebt gekocht. Stiekem verlang je toch een beetje naar huis... Je hebt een mini culture shock.

koptekst%20levant.jpg

Maar wat als je naar een ander land verhuist, bijvoorbeeld voor je werk? Dan zijn er grofweg twee manieren om de megashock van alle op je af komende uitdagingen te bestrijden: je past je leefomstandigheden aan, of jezelf. Denk in het eerste geval aan: vrienden zoeken onder andere buitenlanders die in hetzelfde schuitje zitten en met wie je af en toe lekker kan klagen, een riant huis huren met personeel voor de communicatie met lokale instanties en huishoudelijke klussen als het kopen van halve koeien en die verwerken tot panklare lapjes. En natuurlijk veel uitstapjes maken om het vakantie-idee vast te houden: naar een resort, paragliden of op kamelensafari. In het tweede geval werp je dergelijke luxe verre van je en stort je je vanuit je hutje in een sloppenwijk op de taal, verdiep je je eindeloos in de lokale godsdienst en gewoonten, en verkeer je zo mogelijk 24/7 in dito gezelschap.

Nu de hamvraag: bij welke groep horen wij zelf? Bij geen van beide, helaas. De expat-lifestyle kunnen we ons niet veroorloven en het dagelijks leven is hier zo multiculti dat we continu heen en weer blijven hoppen tussen Joden, Palestijnen, Nederlanders, Duitsers, Engelsen, Amerikanen en vele vele anderen. Meer cultuur-sjokken dan -schokken dus, al blijft het uitzichtloze Israëlisch-Palestijnse conflict ons regelmatig parten spelen.

1e sjok

Hoe enerverend al dat gesjok is, werd ons duidelijk toen we in maart voor presentaties in Nederland waren. We moesten er weliswaar vol tegenaan: onderhandelingen met de koelkastreparateur, de garage, de ziektekostenverzekering en de oude school van de kinderen (inclusief de onvermijdelijke speelafspraken), en ontmoetingen met gemeenten en organisaties. Maar wat heerlijk dat alles in het Nederlands was en we heen en weer konden praten zonder naar woorden te hoeven zoeken of verkeerd begrepen te worden. En dat we precies snapten hoe bepaalde procedures in elkaar staken en we bijna zeker wisten dat het goed ging komen.

Toch merkten we dat we wel wat ontnederlandst zijn de afgelopen twee jaar, de kinderen voorop. Niet alleen spraken ze onder invloed van hun International School een vreemd soort Nederengels (‘dat verhaal had hij zelf opgemaakt’ [verzonnen] of ‘put [zet] dat even op de tafel’), maar ze waren ook de Nederlandse etiquette kwijt. Zo vroeg Niels heel vriendelijk aan de moeder van een vriendje: ‘Mag ik een snoepje mee voor mijn zus?’ Reactie: ‘Wat een rare vraag!’ Hij was er beduusd van en mams keek ons aan met een blik van: ‘Breng dat kind eens wat manieren bij.’ Joden en Palestijnen zouden totaal anders hebben gereageerd. Die vragen bij het eerste uitdelen al: ‘Heb jij broertjes en zusjes? Ja? Neem dan een handje snoep voor ze mee en ook nog een paar voor jezelf.’ Ook op straat of in de bus.

Maar zelf hadden we er ook last van, want we gingen heerlijk beroepsgedeformeerd in gesprek met een ieder die maar even Hollands vriendelijk-belangstellend deed. In Jeruzalem en Bethlehem wordt dat breed gewaardeerd, maar Nederlanders zijn dat van vreemden niet gewend. Bij een zweverige drogist in Arnhem vroegen we de caissičre wat voor hangertje ze om had, waarop ze ongemakkelijk begon te hakkelen over een of ander Indiaas oergeluid. Maar de verbijstering was compleet toen we zeiden dat het ding erg leek op de Arabische letter N die IS op de deuren van christenen (Nasrani) in Syrië en Irak spuit en die medegelovigen in het Midden-Oosten nu soms als teken van solidariteit om hun nek dragen.

2e sjok

Wat we in het kader van het vermijden van extra culturele input natuurlijk niet hadden moeten doen, maar wat achteraf erg verhelderend was, was een uitje naar de LEGO Discovery binnenspeeltuin in Oberhausen. De ontdekkingstocht begon namelijk niet zoals in Nederland met krijsende kinderen die op alle speeltoestellen afstormen, maar met een tien minuten durende uitleg over de fabricage van LEGO-stenen. Ontsnappen was onmogelijk want de deuren van de ruimte werden hermetisch gesloten. Hoewel ludiek gebracht, werd er diep afgestoken voor de gemiddelde vier- tot tienjarige met termen als kunststofgranulaat, smeltproces en kleurbijmenging. Toen pas mochten ze naar de knutselhoek. Opeens drong het tot ons door dat deze aanpak wel heel erg lijkt op die van de Duitse Redeemer Church. Alleen draait het daar om zaken als taakafbakening, detailplanning en kostenraming voor er ook maar enige concrete activiteit plaatsvindt. Precies waar wij met onze pastorale gesprekken en (soms spontane) ontmoetingen met Nederlanders vrolijk tussendoor laveren. Onze baas, de Duitse Propst, lijkt minder happy met deze ad hoc-benadering; het is hem te ongrijpbaar, dus het mag allemaal meer gestructureerd en het liefst vanachter een bureau. Dat brengt ons wel in een spagaat wat betreft de taak die Kerk in Actie ons heeft gegeven. Als tegenzet hebben we daarom aangeboden af en toe mee te helpen in het nieuwe kerkcafé en in het bezoekerscentrum op de Olijfberg. De Propst blij, maar andere collega’s, gewend als ze zijn aan de Duitse hiërarchie, vinden het maar typisch dat wij als ‘Dutch pastors’ de telefoon aannemen of met een vaatdoek rondlopen. Eén van hen heeft al met zachte dwang proberen te voorkomen dat we tafeltjes gingen afruimen. Eigenlijk verwacht je als Europese buren niet zoveel van elkaar te verschillen in een land waarmee de culturele verschillen veel groter zijn. Vooral omdat het allemaal vreselijk aardige mensen zijn met wie we het erg goed kunnen vinden.

3e sjok

Dit waren zo wat bevindingen toen we de afgelopen periode evalueerden met Kerk in Actie. Daar kwam ook het werk in Bethlehem langs. Met elkaar hebben we geconstateerd dat het Bible College veel minder bezig is gegaan met het uitzetten van lange lijnen voor onderwijs, communicatie en capaciteitsopbouw van de staf dan Kerk in Actie had gehoopt. Heel jammer, maar het heeft weinig zin om daarop te blijven hameren als andere dingen wčl lukken en je de goede verstandhouding ook graag goed wilt houden. Daarom is afgesproken dat we doorgaan met het pastoraat onder Nederlanders en het bijpraten van bezoekers (in Jeruzalem), en met lesgeven en het geven van administratieve ondersteuning en advies (in Bethlehem). Nieuw is dat ook andere christelijke organisaties in en om Jeruzalem kunnen aangeven dat ze onze hulp nodig hebben. Dat deden ze al, maar nu hoeven we niet meer bij voorbaat ‘nee’ te verkopen.

Gelukkig is het rustig aan het Anglicaanse schoolfront. Niels en Marieke hebben het ontzettend naar hun zin en hun Engels is zo goed dat wij graag onze mond houden als zij op het schoolplein staan te kakelen met klasgenoten, juffen en ouders. Maar we moeten wel uitkijken met die zwijgzaamheid, want voor veel ouders is het brengen en halen het sociale uitje van de dag waarbij ze graag even gezellig ‘onder ons’ zijn met andere internationals. Vriendelijk knikken en veel glimlachen is dan het devies.

4e sjok

Toen we terugkwamen, bleken we in een tijdsbestek van twee weken toch alweer behoorlijk vernederlandst. Op de eerste de beste dag moesten we de autoverzekering in orde maken/betalen en stak Marleen na een ware dodenrit tijdens de ochtendspits opgelucht haar hand uit naar de vriendelijk knikkende orthodoxe jood achter de balie. Hij ontweek die echter zorgvuldig door de zijne achter zijn rug te verbergen. Daarna schudde hij Ilja wel hartelijk de hand en voerde uitsluitend met hem het gesprek. Helemaal volgens de respectregels in orthodoxe kringen, maar Marleen kon wel door de grond zakken. Nadat een week ervoor de dominee in Harkema haar nog de hand had geschud zodat ze in de dienst iets kon vertellen over de positie van Messiasbelijdende Joden en Palestijnse christenen, was dit een duidelijke wake-up call: ‘Welkom terug in de strijd!'

5e sjok

Tenslotte: geschokt door hetgeen je hierboven hebt gelezen? Nee? Zou je dat de komende tijd wel (meer) willen worden? Bekijk dan eens het aanbod hieronder:

1. Tent of Nations’ 100th Anniversary Celebration

Van maandag 9 t/m donderdag 12 mei viert de familie Nassar het 100 jarig bestaan van hun boerderij onder de rook van Bethlehem. Reden voor een feest met allerlei activiteiten! Daar kun je nog steeds (één of meer dagen) bij zijn.

Voor meer informatie en aanmelding (mag ook in het Nederlands, al is de site in het Engels): http://www.tentofnations.org/celebrations-tent-of-nations-1916-2016

2. Vrijwilligerswerk in Jeruzalem

Ben je tussen de 18 en 23 jaar en wil je een jaar lang in het Heilige Land zijn? Kom dan als vrijwilliger meehelpen in de Duitse Redeemer Church, o.a. bij het ondersteunen van activiteiten en het meedraaien in de kerkcafés in de Oude Stad en op de Olijfberg. Periode van augustus 2016 tot juni 2017, maar korter is ook mogelijk.

Voor meer informatie en aanmelding: https://www.gzb.nl/userfiles/File/2015/vacatures/2015_Vrijwilliger_gezocht_voor_Jeruzalem-2.pdf

Sadma hhadarieja – min hona! / Helem tarboetie: ma ha’tzad habaa? [Culture shock, en dan...] in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.