Jom joethkar / Jom she lo shochachiem [Een dag om nooit te vergeten]

Blog

vrijdag 24 juni 2016Weblog 28, 24 juni 2016 Er zijn dagen dat we zo hard met van alles bezig zijn en zoveel mensen-met-verhalen ontmoeten, dat we blij zijn als we ’s avonds naar bed mogen. Waar we vervolgens met grote ogen liggen te wachten op de slaap die niet wil komen. Zoals afgelopen woensdag – een luchtig doorsneedrama in drie bedrijven.

koptekst%20levant.jpg

Eerste bedrijf

Omdat de jaarlijkse apk-keuringssessie eraan zit te komen en we de afgelopen weken stoeten auto’s met pech langs de weg hebben zien staan, bellen we na het wegbrengen van de kinderen de garage in Beit Jala. Als we daar via een route touristique naartoe ronken, zien we onverwacht een officiële Hyundai-dealer met glimmende pui en dito bolides voor de deur. Wij naar binnen. We worden begroet door een Arabische schone die zwaar in de mascara zit. Zo zwaar dat we ons stiekem afvragen hoe ze haar ogen open kan houden – dat kost ons zonder al die lagen al moeite genoeg op dit moment van de dag.

De dame fluistert in vloeiend Engels verlegen dat ze die taal niet spreekt maar wel verstaat. Blij dat we hier geen last zullen hebben van communicatieproblemen, informeren we naar de welbekende onderhoudsbeurten. Daarop roept ze vertwijfeld een monteur die wil weten wat het probleem is. Hij stevent alvast op onze Getz af, knijpt eens flink in de bandjes en haalt na het openen van de motorkap een bloemenvaas waaruit hij een liter water in het expansievat van de radiateur giet. Dat hoort juist zo leeg mogelijk te blijven – ik lieg dit niet, zou Sylvia Witteman zeggen. Ilja wil desondanks weten wat een beurt kost: vijftig euro voor olie bijvullen, banden oppompen en dergelijke doe-het-zelf handelingen. Marleen ziet de verbijstering in Ilja’s ogen en vraagt snel of voor dat bedrag bijvoorbeeld ook de remmen worden gecontroleerd. Reactie: ‘O ja, dat kan natuurlijk ook nog! Willen jullie de auto meteen achterlaten?’ ‘Eh, we denken er even over na’, is ons laffe maar cultureel (hopelijk) acceptabele ‘nee’.

 

Tweede bedrijf

We leveren de auto in bij onze eigenste olie & smeergrot en begroeten de monteur. Hij zegt dat er door het veranderende klimaat weinig vruchten aan de bomen zitten dit jaar. We hebben het over het gebruik van pesticiden in de landbouw, de geldhonger van mensen en Bijbels rentmeesterschap. Ook spreekt hij zijn zorg uit over de vele christelijke families die uit Bethlehem vertrekken – er is bijna geen werk en mensen zien geen toekomst meer. Zelf wil hij blijven omdat hij van het land houdt, maar het doet hem pijn de leegloop in eigen kring te zien. Bedrukt stappen we in de Audi (19)80 waarmee zijn assistent ons naar het Bible College brengt.

Daar aangekomen ontdekt Ilja dat hij zijn kantoorsleutel kwijt is: &#^$$%@@*+!! Uit zijn broekzak gegleden tijdens het ritje? Omdat zijn naaste collega, de info desk & guesthouse manager, hem direct aanklampt met andere prangende kwesties, belt Marleen de garage. Geen gehoor. Dus snel George, een bevriende taxichauffeur, ontboden. En werkelijk ligt de sleutel in de Audi, nog net zichtbaar ingeklemd tussen de zitting en de rugleuning. Helemaal happy komt Marleen terug en meldt opgewekt dat de auto om twee uur klaar is. Nu paniekt Ilja pas echt, want hij moet tot vijf uur lesgeven. Zijn de monteurs er dan nog wel? Weer geen gehoor en dan het idee maar opgegeven dat er vandaag nog iets terechtkomt van het helpen in het fair trade-winkeltje van het college, Marleens gebruikelijke woensdagochtend-inzet. En George gebeld voor een enkeltje garage/checkpoint, zodat ze met de bus door kan naar Jeruzalem om de kinderen uit school te halen.

Het is inmiddels heet buiten en Marleens agitatie duidelijk zichtbaar. Halverwege de rit stopt George ineens, zegt ‘minuutje’ en komt op een drafje terug met twee ijsjes en een flesje water: om af te koelen. Marleen is er stil van. Met de ijslolly in de hand stapt ze voor de derde keer de garage binnen. De monteur is gelukkig blij met de ruimere reparatiemarge; hij is, bless him, van het grondig nakijken. Dan snel richting checkpoint. Hoewel… George wijst op een berghelling waar flink wordt gebouwd. ‘Allemaal mensen uit Oost-Jeruzalem’, legt hij uit. ‘Die raken hun Israëlische identiteitskaart kwijt als ze in de Westbank gaan wonen, maar doen dat noodgedwongen vaak toch, omdat er aan Arabieren nauwelijks bouwvergunningen worden gegeven. Dit stukje land hoort, hoewel achter de Muur, administratief bij Jeruzalem en is daarmee de betere optie’. Marleen vraagt George hoe hij zijn passagiers eigenlijk altijd op de juiste plaats weet af te leveren. In de Westbank hebben veel straten namelijk geen naam. Hij zegt dat er natuurlijk wel hoofdwegen en gebouwen zijn waaraan mensen zich oriënteren, zoals Hebron Road en de Geboortekerk. ‘Of de Sint Nicolaas Straat – ken je die? Daar woon ik. Hij is de beschermheilige van Beit Jala. Wil je zien waar ik woon?’ Hij keert de auto en sjeest naar het stadscentrum. Voor een oud huis begint hij te toeteren zodat Marleen zijn moeder kan begroeten. Die staat binnen de kortste keren bij het hek te zwaaien of ze koffie komt drinken, maar Marleen piept dat ze nu toch echt naar de kinderen moet. Die zijn het ultieme argument in deze cultuur. George brengt haar tot aan het checkpoint en belooft Ilja om vijf uur bij het college op te pikken.

In de bus belt Marleen de Israëlische autoverzekering. Onze creditcardbetaling is mislukt en vorige week was de financiële afdeling een verjaardag aan het vieren, dus of ze vandaag terug wilde bellen. Als ze de betalingsman aan de lijn heeft, reageert die verrast: ‘Wauw, wat ben je precies, waar kom je vandaan? Uit Nederland? Ah, je bent Jeróppian (Europees)! Daar zijn ze allemaal zo. Wij niet nee, zelfs onze systemen zijn niet precies. Welkom in Israël, dat zal wennen voor je zijn’. Hoe raadt u het…

De opluchting dat ze weliswaar lunchloos maar op tijd op de Anglican School is gearriveerd, verdampt alras. Direct wordt ze door een groep ouders besprongen. Of zij als lid van het schoolbestuur meer weet van het vervelende akkefietje binnen de schoolleiding (nee), en waarom ze die extra informatie niet aan de ouders heeft doorgegeven (huh?). Als ze na een halfuur iedereen heeft uitgeluisterd, mag ze op zoek naar de kinderen, die moegespeeld mee naar huis gaan. Daar poot ze een morrende Niels achter zijn Franse woordjes en helpt Marieke met haar boekbespreking plus powerpointpresentatie. Tussen de bedrijven door probeert ze nog wat mailtjes weg te werken die dringend reactie behoeven vanwege een aanstaand groepsbezoek of pastoraal gesprek.

 

Derde bedrijf

Intussen heeft Ilja zich door alle info & guesthouse-perikelen heengeslagen en kan hij zijn lessen gaan voorbereiden. En lesmateriaal kopiëren. Helaas zijn op één na alle kopieerapparaten stuk en voor die ene staat een lange rij. Dan maar vast zijn lokaal geďnspecteerd, alwaar geen tafels, stoelen en bord… Dus in galop door het gebouw om mensen te charteren die dat tussen nu en nu in orde kunnen maken. Poging twee bij het kopieerapparaat. Wil hij misschien even een Engelse zakenbrief van de directiesecretaresse corrigeren? Twee minuten voor lesbegin is zowel de brief als het kopieerwerk klaar. In het lokaal wordt hij begroet door vijf moslimjongeren die na jaren middelbare school geen woord Engels kunnen uitbrengen, want alleen maar boeken uit hun hoofd moeten leren. Gaaf om ze hun verlegenheid te zien overwinnen. Eindelijk durven ze zelf iets te zeggen, het hoofddoel van zo’n cursus community Engels.

De kennismaking met elkaars leefwereld is echter niet zonder uitdagingen. Vandaag gaat de les over woonplaats en afkomst: I’m from … (London), I’m … (British). Eerst lukt het redelijk: I’m from Bethlehem, I’m Palestinian. You’re from Amsterdam, you’re… Hollandish? Hollandian? ‘En als je uit Haifa komt, wat ben je dan?’ ‘Palestijns natuurlijk’, is het vijfstemmige antwoord. ‘Maar als je Joods bent?’ ‘Eh, ook Palestijns’, klinkt het aarzelend. ‘Waarom niet Israëlisch’, vraagt Ilja. ‘Wisten jullie dat de twee miljoen Palestijnen in Israël officieel de Israëlische nationaliteit hebben?’ Heftig hoofdschudden en een hoop Arabisch waar hij geen touw aan vast kan knopen. Hij probeert de studenten uit hun Engelse tent te lokken. Google Translate komt eraan te pas. Op één van de smartphones leest hij: ‘Wij erkennen Israël niet. Ze hebben het land bezet’. Eén van de meiden in de groep zegt vriendelijk: ‘Ik ben boos’. Ilja (in Nijntje-Engels): ‘De huidige situatie moet ontzettend moeilijk voor jullie zijn, maar veel landen erkennen Israël wel degelijk. Palestijnen hopen ook op erkenning, als volk en als staat. Kunnen mensen even verderop dan Israëlisch zijn?’ Stilte. Dan knikken ze: ‘Ja, dat is wel zo’. Pfff…

Na deze intensieve interactie wacht Ilja vergeefs op zijn taxi. Als hij na een kwartiertje George belt, zegt die het te zijn vergeten en nu druk met iets anders. Zucht… In arren moede de garage gebeld of ze hem alsjeblieft komen ophalen – de lange helling opsjouwen duurt drie kwartier. Gelukkig hebben ze niet op hem zitten wachten; er staan nog twee auto’s op de brug. Die van ons is goed onder handen genomen. Zelfs de al twee jaar lekkende carter is opengemaakt. De monteur wil voor die operatie echter geen geld hebben. Pas als duidelijk is dat de auto echt geen olie meer verliest, mogen we betalen. Als Ilja protesteert dat hij er toch al werk aan heeft gehad, zegt de monteur: ‘Ach, wat is geld tussen broeders?’ En biedt zijn excuses aan dat hij bij het vervangen van de aircofilter het handschoenkastje heeft geopend en daarmee onze privacy geschonden. Beduusd rijdt Ilja naar huis. Tank leeg. Een aardige Westbank-Palestijn/Arabische Israëli/Oost-Jeruzalem Arabier (doorhalen wat niet van toepassing is) gooit ‘m vol en vraagt: ‘Waar komt u vandaan? Nederland? So you’re Dutch! Ik heb vrienden in Groningen – wat een prachtige stad en wat hebben ze er heerlijke kaas’. Hij duwt zijn mobieltje onder Ilja’s neus: ‘Kijk, dat ben ik op de Vismarkt!’ Als hij hoort hoeveel voetstappen wij daar zelf hebben staan, neemt hij afscheid of hij Ilja al jaren kent.

 

Half elf. We liggen in bed. Handschoenkastjes, kopieerwerk en taxiritten flitsen door ons hoofd. Pas als we alles nog eens aan elkaar verteld hebben, vallen we rond middernacht in een onrustige slaap. We zijn aan vakantie toe. Een zwijgretraite op een onbewoond eiland lijkt ons wel wat. Maar voorlopig zitten we sinds gisteravond in Nes Ammim om bekende en nieuwe Nederlandse vrijwilligers te begroeten. En waren we vanochtend vroeg al lekker therapeutisch bezig om de verstopte douche in ons huisje leeg te hozen met veegblik en verfemmertje. Happy holidays!

Jom joethkar / Jom she lo shochachiem [Een dag om nooit te vergeten] in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.