Hamdillah assalama & Broechiem hashaviem ha-bajta! [Welkom thuis]

Blog

vrijdag 19 augustus 2016Weblog 29, 19 augustus 2016 ‘Gaan jullie op vakantie?’ vraagt een mevrouw in het vliegtuig naar Tel Aviv. ‘Nee, naar huis!’ roept Niels blij. ‘Daar is het altijd vakantie.’ ‘Moet je dan niet naar school?’ ‘Ja, maar dat is hartstikke leuk.’ Ze kijkt wat verbluft naar zoveel jeugdig enthousiasme. Wijzelf ook trouwens, want over anderhalve week mogen we er weer vol tegenaan, inclusief het dagelijkse gesoebat om hetzelfde jongetje om half 7 (‘ik ben zo moe-hoe, nog twéé minuutjes’) uit zijn bed te krijgen.

koptekst%20levant.jpg

Voor vandaag – onze eerste dag thuis – hebben we, door schade & schande wijs geworden, een bescheiden planning gemaakt: ons Israëlische rijbewijs vernieuwen en boodschappen doen. Niels en Marieke willen absoluut niet mee en schuiven direct achter de computer, want gisteren de hele dag geen beeldscherm gezien, de stakkers.
De auto piept zwakjes als we op de afstandsbediening voor de centrale deurvergrendeling drukken, en als Ilja het voorportier dan maar met de sleutel opent, gaat het alarm af. Hmm. Hij probeert te starten – doodse stilte. Wat nu? Naar Avi, bij wie we de auto hebben gekocht en die ons al een paar keer heeft geholpen? Maar eerst dat rijbewijs in orde maken op de laatste dag voor het verloopt.

We lopen twintig minuten naar het rijbewijsbureau in winkelgebied/bedrijventerrein Talpiot en voelen de zon op onze bol branden. Oeps, geen zonnebrandcrème mee – die hebben we in Nederland een maandlang niet nodig gehad. Na de tassen- en broekzakkencontrole trekken we een nummertje: dertig wachtenden voor ons. Gelukkig verspringen de nummers soms met vijf tegelijk, dus na twintig minuten zijn we aan de beurt. De dame achter de balie kijkt ons streng aan als ze ontdekt dat op Marleens rijbewijs twee verschillende namen staan: Anthonissen in het Hebreeuws en Van der Louw in het Engels. ‘Ze hebben je naam verkeerd ingevuld! Dat mag natuurlijk niet, ik kan je geen nieuw rijbewijs geven. Je moet naar het ministerie van binnenlandse zaken om een naamswijziging aan te vragen’. Ons argument dat ‘Anthonissen’ Marleens getrouwde achternaam is, dat dit zo in haar paspoort staat en ook al anderhalf jaar op alle eerdere Israëlische rijbewijzen, maakt hoegenaamd geen indruk. Maar door onze heilige verontwaardiging – we worden al aardig Israëlisch – bemoeit de buuf van het volgende loket zich ermee en haalt Miss Onverzettelijk over om Van der Louw in Anthonissen te veranderen. Tot groot genoegen van Ilja, die nu overweegt Marleen om te dopen in bijvoorbeeld Trijntje of Zwanita. Gewoon om te onderstrepen dat je als man de identiteit van je vrouw bepaalt in het Midden-Oosten.

Snel naar het postkantoor om het rijbewijs te betalen: liefst vijftig wachtenden voor ons, heel gemiddeld overigens. Hier gaat het helaas wel nummer voor nummer en tergend traag, dus we zijn waarschijnlijk morgen aan de beurt. Naar Avi dan maar, weer twintig minuten lopen. Ons onbekende autoverkopers zijn met klanten bezig, dus we wachten netjes. Maar als zelfs na een half uur wachten niemand sjoege geeft, breken we in en leggen kort ons probleem uit. Ze kijken vreemd op: ‘Wat kom je hier dan doen? Waarom bel je de wegenwacht niet? En als je een goede garage wilt, moet je maar op internet kijken’. Avi blijkt de zaak aan een ander te hebben overgedaan en nu verkoopt men hier geen service meer. Jammer! Tijdens onze terugtocht stelt Ilja voor om nog even te kijken of we na anderhalf uur al aan de beurt zijn bij het postkantoor. Zo doen locals het ook. En yes, nog maar vijf wachtenden voor ons! Binnen een kwartier hebben we betaald en lopen we zonder boodschappen naar huis. Het is inmiddels half 1 en de kinderen zullen wel honger hebben.

Thuis spoelen we de laatste uit NL meegebrachte boterhammen weg met een glas water. We checken de mail: op veel plaatsen in de Westbank is het onrustig vanwege een honderdtal Palestijnse hongerstakers in Israëlische gevangenissen. Er zijn clashes tussen het leger en demonstranten, en naar auto’s van Israëli’s worden stenen gegooid. Zuchtend klikken we op de link naar een kersvers artikel over Marleen in NRC Next. Onder haar eigen naam dit keer en zonder de storende aanwezigheid van manlief in tekst & foto: http://www.nrc.nl/nieuws/2016/08/14/ik-zweef-hier-niet-op-vleugels-3692179-a1516224. We krijgen ook een rits positieve reacties binnen van mensen die het stuk al gelezen hebben.

Weer een beetje opgemonterd bellen we de autoverzekering en horen dat de wegenwacht daarin inbegrepen is. Nog mooier: de monteur komt over een uur. Van pure dankbaarheid zet Ilja zich achter de naaimachine en (ver)maakt bezigheidstherapeutisch een paar kussenhoezen voor onze nieuwe tweedehands bank. Die grijnsden ons al een tijdje aan vanaf de ‘nog te doen’-berg. Dan haasten we ons naar beneden om de parkeergarage te ontsluiten voor een bebaarde man met overal tatoeages met draken, spinnenwebben en davidsterren. Hij heeft een pick-up vol accu’s bij zich. Goddank krijgt hij de auto meteen aan de praat. We kunnen kiezen: voor 850 shekel een nieuwe accu bij hem kopen of er zelf ergens eentje scoren. Als we vragen of hij een goedkope garage weet, biedt hij aan ons erheen te rijden. In het kielzog van zijn zwaailicht zijn we er in no-time. Het bedrijf blijkt van een neef van hem te zijn die ons breed lachend uitnodigt te gaan zitten, terwijl monteurs zijn kantoor in en uit lopen en een grote orthodoxe familie in de deuropening rondhangt tot hun auto nieuwe banden heeft. Binnen vijf minuten zit er voor 600 shekel (140 euro - wat kost zoiets in NL eigenlijk?) een nieuwe accu in ons autootje. Wie zei er ook weer dat relationele economie unfair is voor buitenstaanders?

Opgelucht rijden we naar de supermarkt. Reeds bij het brood worden we door een Joodse man in onze moerstaal aangesproken: ‘Komen jullie uit Nederland? Ik heb een beetje Nederlands geleerd op de Hebrew University. Kennen jullie Hebreeuws? Nog niet zo goed? Ik wil jullie wel Hebreeuws leren, als jullie mij meer Nederlands leren!’ We wisselen telefoonnummers uit en stapelen daarna de kar in hoog tempo vol met leeftocht voor de komende dagen. We voelen – nee, weten – ons de slechtste ouders ooit, en zeker de meest waardeloze christelijke exemplaren: de kinderen hebben nu echt de hele dag naar YouTube zitten koekeloeren. Weliswaar met reuze educatieve filmpjes als Superdik & Superdun en Air Crash Investigation, maar toch… Dit is niet helemaal wat we ons van een gelovig gezinsleven hadden voorgesteld.

Na het avondeten lezen we ter compensatie extra lang voor. Als de kids in bed liggen, haalt Marleen de post. In de gang vraagt de buurvrouw hoe we het gehad hebben in Nederland. Marleen grist gauw de kaas en de koelkastmagneet-met-Delftsblauw-molentje mee die we op initiatief van Marieke hebben gekocht, omdat ze ons al een paar keer geweldig heeft geholpen toen het internet eruit lag. Onder de thee vertelt ze hoe moeilijk het is om de zomer door te komen als je werkt en kinderen hebt. In Israël hebben de kinderen twee maanden vakantie. Veel ouders sturen hen daarom naar belachelijk dure zomerkampen, maar de laatste twee weken van augustus zijn die er niet. ‘Kan die vakantie dan niet iets korter?’, vraagt Marleen. Ze lacht en zegt: ‘Wij hebben als jong land teveel andere dingen aan ons hoofd om ons daar druk over te maken!’ Ze vraagt naar onze vakantie en als Marleen vertelt dat de kinderen blij waren weer terug te zijn in Jeruzalem, is ze stomverbaasd. Bijna al haar vrienden zijn de laatste jaren weggetrokken uit Jeruzalem, zelfs soms uit Israël, omdat ze het qua sfeer en financieel niet meer konden bolwerken. ‘Het is hier zwaar voor gezinnen. Ze willen een zekerder toekomst voor hun kinderen’. Marleen: ‘Hoe is dat voor jullie?’ Ze zegt: ‘Waar zou ik naar toe moeten? Mijn familie is in 1880 uit Jemen hierheen gekomen en woont al vijf generaties in Jeruzalem. Zelf vind ik financiële zekerheid minder belangrijk en we hebben sinds twee jaar een eigen restaurant dat aardig draait en ons 24/7 van de straat houdt. Dus nee, we gaan nog niet weg!’ Ze vindt het leuk dat wij nog twee jaar willen blijven en van plan zijn binnenkort een keer hun kookkunsten uit te proberen. ‘Beloof je wel dat je ons even laat weten wanneer jullie komen?’ ‘Moeten we reserveren?’ ‘Nee, maar je weet wel, voor de speciale behandeling…’

10 uur ’s avonds.  Een vriend belt om te praten over de problemen op zijn werk. Op straat loeien politiesirenes, op de binnenplaats spelen kinderen en de hond van de benedenburen blaft in de tuin de longen uit zijn lijf. We zijn nog niet eens een etmaal terug, maar het lijkt wel een maand. We kijken elkaar aan en lachen: zo is het leven hier. We zijn er weer helemaal, welkom thuis!

Hamdillah assalama & Broechiem hashaviem ha-bajta! [Welkom thuis] in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.