Ehhtifal joebeel al-tahhbi / Haga’a le-giel ha-eetsa [Abraham zien]

Blog

vrijdag 30 september 2016Weblog 30, 30 september 2016 Jammer dat we niet in Nederland waren toen Ilja afgelopen zondag vijftig werd, want nu is hij zo’n fantastische Abraham in de tuin misgelopen, compleet met spandoek, ballonnen en andere parafernalia. En de bijbehorende party met bier en bitterballen niet te vergeten. Ter compensatie van één en ander zijn we daarom met de bus naar Hebron geweest om de echte Abraham te zien. Gedachteloos hadden we daar haast ‘gezellig’ aan toegevoegd, maar dat dekt toch niet helemaal de lading van dit gezinsuitje.

koptekst%20levant.jpg

Je zou denken dat ‘Abraham zien’ zijn wortels heeft in de cultuur van het Midden-Oosten. Als Jezus tegen Joodse tegenstanders zegt dat hun eigen aartsvader zich verheugde op Zijn komst, is de reactie (Johannes 8:56): ‘Wat – nog geen vijftig jaar oud en je kent Abraham persoonlijk?’ Maar toen we een lokale vriend naar de Hebreeuwse vertaling ervan vroegen, snapte hij niet waar we het over hadden. In Israël zeggen ze namelijk ‘de leeftijd bereiken waarop je advies mag gaan geven’, een uitdrukking uit de rabbijnse traditie, waar ook andere leeftijden een mooi label krijgen. Palestijnen houden het op ‘je gouden jubileum vieren’, de belangrijkste mijlpaal in iemands leven en reden tot nog feestelijker uitpakken dan bij je trouwen. En dat is niet zo gek als je bedenkt dat mensen hier gemiddeld veel jonger in het huwelijksbootje stappen, kinderen krijgen en opa en oma worden. En overlijden, althans aan de Palestijnse kant – slechts 3% is er ouder dan 65 en nu geboren kinderen hebben een levensverwachting van een jaar of 70. In ieder geval lopen wijzelf een jaar of vijftien achter op de gemiddelde Heilige Lander. Die gelooft niet eens dat Ilja, ondanks een duidelijk kalende kop, aan het advies-jubileum toe is. Of komt dat door zijn wat onsnuggere uitstraling?

Hebron dus, waar Abraham begraven ligt in de grot van Machpela, samen met Sara en andere leden van de Joodse koninklijke familie. Voor zowel joden als moslims is dit altijd een belangrijke heilige plaats geweest. Zelfs de plaatsnaam verwijst naar Abraham als vriend van God. Chever (vergelijk ons eigen gabber) is ‘vriend’ in het Hebreeuws. Net als het Arabische Al-Khalil, zoals Palestijnen de stad noemen. Joden en Arabieren hebben hier ruim duizend jaar tamelijk vreedzaam naast elkaar geleefd, tot 1929. Toen werden tijdens een pogrom tientallen Joden vermoord en de overige Joodse bevolking de stad uitgedreven onder toeziend oog van het Britse Mandaatbestuur. Een groot trauma, dat volgens sommigen de basis vormt van het huidige nationale conflict. Sinds de verovering door Israël van de Westbank op Jordanië in 1967 zijn de Joden echter terug in de stad. In het ernaast gelegen Kirjat Arba, een moderne flatwijk, maar ook in het oude centrum rond de Tombe van de Patriarchen, het heiligdom dat boven het graf van Abraham is gebouwd en later omgedoopt tot Ibrahimi-moskee. Dit gedeelte van de stad, met 800 Joodse inwoners te midden van ruim 30.000 Palestijnen, staat onder controle van het Israëlische leger. In de rest van Hebron wonen nog eens 150.000 Palestijnen. De relatie tussen beide groepen is ronduit slecht; in 1994 opende een Israëli het vuur op biddende moslims in het heiligdom. Maar ook daarvoor en daarna ging het regelmatig mis, met bloedige aanslagen door Joodse en Palestijnse extremisten. Meer over de geschiedenis van Hebron lezen? In 'The city of Abraham' (London 2012) laat journalist Edward Platt onder andere Palestijnse en Joodse inwoners hun kijk op de zaak geven.

Vanwege de twee rauwe kanten aan de lokale situatie leek het ons goed om zowel met een Palestijnse als een Israëlische gids op pad te gaan. De Palestijn, Mahmoud, liet ons het moskeegedeelte van het heiligdom zien. Marleen en Marieke moesten ondanks hun enkellange rokken en tot de pols bedekte armen een lichtblauw gewaad met puntmuts aan, waarmee ze eruit zagen of ze net uit de bedstee kwamen. In de moskee kun je één kant van Abrahams graf bewonderen alsmede de massieve metalen scheidingsdeuren en ramen van kogelvrij glas die het joodse gedeelte afschermen. Groepen nakomelingen van Abraham en zijn slavin Hagar uit allerlei landen, tot India toe, verdrongen zich voor het tralievenster bij het graf. Daarna liepen we door de middeleeuwse soek, waar sinds mensenheugenis porselein, aardewerk, glas, olijfhout en leer geproduceerd en verkocht worden. Winkeliers vertelden ons hoe dramatisch hun inkomsten zijn teruggelopen door de opsplitsing van de stad. En hoeveel last ze hebben van het gedrag van sommige Joodse inwoners die vanuit hun huizen boven de soek huisvuil en rioolwater naar beneden gooien. Mahmoud voegde eraan toe: ‘volgens mij is het uiteindelijke doel van dit ontmoedigingsbeleid om alle Palestijnen uit het hele oostelijke deel van Hebron te werken en het dan bij Kirjat Arba te voegen. Maar ons bestaan is ook nu al heel onzeker doordat we onder militair bestuur leven. We kunnen bijvoorbeeld zomaar opgepakt en zonder vorm van proces vastgehouden worden. Palestijnen in de Westbank hebben geen burgerrechten, de Joden die hier leven wrang genoeg wèl’.

Nadat we door de beveiliging waren goedgekeurd en Ilja en Niels een leenkeppeltje opgezet hadden gekregen, betraden we met de Israëlische gids, Shmuel, het synagogegedeelte van het heiligdom. Daar was juist een grote groep ultraorthodoxe nazaten van Abraham en Sara hun gebeden aan het opzeggen, maar niemand keek verstoord op toen wij voorbij banjerden naar de graven. In synagogen kan veel. Daarna liepen we door verlaten Palestijnse winkelstraten langs een Israëlische kazerne, waar soldaten zich klaarmaakten voor een rondje hardlopen na hun dienst. Shmuel vertelde dat dit gebied vijftien jaar geleden tot verboden zone voor Palestijnen is verklaard na een serie dodelijke aanslagen op Joden. Honderden winkels en de erboven gelegen huizen moesten worden ontruimd en vormen, met om de zoveel meter een checkpoint, het spookachtige decor van de vier ‘eilandjes’ waar Joden wonen. Op één daarvan bezochten we het museum gewijd aan de Joodse geschiedenis van Hebron, waar een vrouw ons vertelde hoe haar eigen grootvader hier in 1929 was vermoord. En hoe belangrijk het voor haar is te kunnen wonen waar haar voorouders hebben geleefd. Wat ze ook vertelde, is dat een aantal Arabieren hun huizen had opengesteld voor Joodse buren die gelyncht dreigden te worden door de meute. Sommigen hadden zelfs gezegd: ‘Als je de Joden in mijn huis wilt vermoorden, zul je eerst mij moeten doden!’ ‘Wat jammer’, zei Shmuel, ‘dat dit element ontbreekt in de tentoonstelling, terwijl alle Israëlische schoolklassen hier komen om de achtergrond van het Israëlisch-Palestijnse conflict te leren kennen. Zou het niet mooi zijn als hier een gedenkplaats voor de Rechtvaardigen onder de Arabieren werd ingericht, vergelijkbaar met die in Yad Vashem?’

’s Avonds lieten de verschillende verhalen ons niet los; wat een piJn aan beide kanten. En wat een uitzichtloosheid. Zou het ooit goed komen in Hebron? Ook vroegen we ons af of er in dit wespennest eigenlijk christenen wonen. Hoe zouden zij als Abrahams kinderen door het geloof tegen de situatie aankijken? Weliswaar hadden we ergens gelezen dat de laatste christelijke families in de 16e eeuw naar Jeruzalem vertrokken onder druk van de Ottomaanse overheersing, maar op onze stadsplattegrond van Hebron-West stond wel degelijk een christelijk kruisteken. Lang leve Google – dat kruis bleek van de Russisch-Orthodoxe kerk bij de eik van Mamre te zijn. Vijf priesters bewaken de boom waarnaast Abrahams tent stond toen hij van bezoekers hoorde dat hij op z’n oude dag vader zou worden. Iets voor een volgend bezoek. Mocht je daar niet op willen wachten, dan is hier alvast de link naar een zeldzaam interview met één van de Russen: http://www.yourmiddleeast.com/culture/hebrons-only-church-keeps-the-faith-in-turbulent-city_38163.

Over Palestijnse christenen in Hebron zweeg Google echter in alle talen. Voor de zekerheid legden we daarom onze vraag de volgende ochtend voor aan de religievraagbaak van het Bible College. Hij belde een vriend, die ons even later het volgende vertelde: ‘Ja, die zijn er inderdaad. Enkelingen, die in die zeer conservatieve moslimsamenleving niet openlijk voor hun geloof in Jezus uitkomen. Contact met medegelovigen hebben ze amper en huisgemeentes durven ze al helemaal niet te bezoeken, bang als ze zijn om argwaan te wekken in hun sociale omgeving. De familiedruk is gigantisch. Het zijn mensen die spontaan tot geloof komen, zoals een jongen die ik ken. Via internetforums ging hij met christenen in discussie om hun ongelijk aan te tonen. Tot op een bepaald moment Jezus in een droom aan hem verscheen en Zich bekend maakte. Helaas kan ik hem of andere gelovigen niet aan jullie voorstellen; dat is te riskant. Maar misschien wil je wel bidden voor deze kleine groep die een vergeten leven leidt in de schaduw van het Israëlisch-Palestijnse conflict’. Nou, graag zelfs!

Na dit gesprek maakte Ilja een rondje langs de collega’s met een bakblik blubbervette boterkoek, opgeleukt met Nederlandse vlaggetjes. Zelf trakteren als je jarig bent, zijn ze hier duidelijk niet gewend. De een zei slechts: ‘O, wat lekker’, de ander vroeg: ‘Ter ere waarvan is dit?’ en feliciteerde hem dan een beetje verbluft. En de directeur vulde in: ‘Het is zeker jullie Onafhankelijkheidsdag vandaag’. Ilja legde uit dat we die niet hebben, maar dat Nederland zo vaak door buitenlandse mogendheden bezet is geweest, dat het nog een hele klus zou zijn om één bepaalde dag te prikken. Verheugd riep de directeur uit: ‘Dus er is nog hoop voor ons!’ ‘Absoluut’, reageerde Ilja, ‘En al die eeuwen overheersing hebben het Nederlandse karakter enorm gevormd; het is echt een vrijgevochten volkje’. Waarop de ander wat bedenkelijk keek. Hij had er kennelijk beeld bij, na tweeënhalf jaar samenwerking… Niettemin zette hij Ilja tijdens de lunch uitgebreid in het zonnetje met een toespraak, gebed, het onvermijdelijke verjaardagslied ‘Sana hilweh ma Jasoea’ (Een mooi jaar met Jezus) en tot slot een knetterende vuurwerktaart. Daar kan toch geen Abraham tegenop?

Terwijl we dit schrijven, wordt een paar kilometer verderop Shimon Peres ter aarde besteld, de staatsman die ruim zestig jaar in allerlei hoedanigheden de binnen- en buitenlandse politiek van Israël mede heeft vormgegeven, van 2007 tot 2014 zelfs als president. Wil je meer weten over zijn bijdrage aan het vredesproces in het Midden-Oosten, bekijk dan het (ook kritische) in memoriam in The Guardian: https://www.theguardian.com/world/2016/sep/28/shimon-peres-obituary. Bijzonder om te lezen hoeveel verschil één man aan de top kan maken! De kinderen hebben vandaag vrij van school en de halve stad is afgesloten vanwege alle wereldleiders die de plechtigheid bijwonen. Het is voor ons dus een beetje een ‘mixed bowl’ dit weekend, want morgen hebben we een trouwerij in Ramallah waar Marieke voor het eerst van haar leven bruidsmeisje mag zijn. Een langgekoesterde wens gaat in vervulling. Toen ze de witte jurk paste, leek ze met haar reeds 1,65 meter - het kind is 10 - en opgestoken haar zelf wel de bruid. Maar dat is een ander verhaal. En zondagavond begint het Joodse Nieuwjaar, voorafgegaan door een dagenlange run op de supermarkt. Speciaal onze vrienden en volgers in Israël wensen we daarom van harte shaná tová oe-metoeká toe! Een goed 5777, waarin we hopen dat vrede voor & tussen Joden en Palestijnen na twee decennia van verwijdering weer een stap dichterbij mag komen.

Ehhtifal joebeel al-tahhbi / Haga’a le-giel ha-eetsa [Abraham zien] in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.