Oesboe fil-baas / shavoea ba-otoboes [een week in de bus]

Blog

zaterdag 14 januari 2017Weblog 33, vrijdag 13 januari We zijn niet per budget-bus van Arnhem naar Jeruzalem gekard afgelopen week. Met de auto doe je volgens Google over die 4496 km al 47 uur, exclusief pauzes en grensoponthoud. Om over non-stop jengelende kinderen op de achterbank nog maar te zwijgen. Nee, we willen je meenemen in de wereld van het lokale openbaar vervoer. Veel buitenlanders maken daar nooit gebruik van, omdat ze dat niet mogen van hun organisatie of het makkelijker vinden alles met de auto te doen. Ook hun kinderen worden ermee naar school gebracht, al dan niet door een privéchauffeur. Of ze arriveren met de peperdure VIP-schoolbus. Van die keuzestress hebben wij geen last…

 

koptekst%20levant.jpg

Terwijl we in Nederland zelden de bus nemen, zijn we er vanwege Niels en Marieke hier kind aan huis. Het is een goedkope manier (1,50 euro voor 90 minuten, kinderen de helft) om je te verplaatsen en de ideale plek om mensen te ontmoeten: de mevrouw die in een mengsel van Hebreeuws en Roemeens hele verhalen tegen ons houdt, het meisje met wie Marieke Engels kan kletsen tot zij eruit moet, en de chauffeur die de hele rit geduldig Niels’ vragen over alle dashboardschakelaars beantwoordt. Sommige buschauffeurs kennen ons zo goed, dat ze toeteren en zwaaien als ze ons in de stad zien lopen. Naar school nemen we altijd de Israëlische Egged-bus, een groen geleed gevaarte dat je in bochten alle hoeken van het interieur laat zien als je je niet goed vasthoudt. De halte is op de Haaspromenade tegenover onze flat. Sinds een jaar zijn veel haltes voorzien van palen om te voorkomen dat Palestijnse bestuurders inrijden op wachtende passagiers. Bij deze halte stopt trouwens ook de witte Arabische bus naar de Oude Stad. Handig als het hoost en we droog naar de Redeemer Church willen.

In Arabische bussen zie je eigenlijk nooit Israëli's, in Joodse bussen af en toe wel Palestijnen. Egged heeft zelfs chauffeurs uit Oost-Jeruzalem in dienst. Een aantal van hen is de afgelopen paar jaar mishandeld door agressieve settlers, zoals chauffeurs op de routes door de Westbank naar Joodse nederzettingen te maken hebben met gooiers van stenen en molotovcocktails. Hun gepantserde bussen zitten vol butsen en barsten. Meer in het algemeen worden bussen matig onderhouden. Kapotte achterlichten en fladderende deurstrips zijn aan de orde van de dag, en het interieur vertoont steevast een zekere mate van verwaarlozing. Daaraan zijn we, getuige de verrukking waarmee de kinderen in de Kerstvakantie een Groningse stadsbus bestegen, inmiddels aardig gewend geraakt. Niels schetterde meteen: ‘O papa, deze bus is splinternieuw!’ Puur omdat-ie heel was en ons tegemoet glom van de allesreiniger.

Okay, genoeg algemeen beschouwd. Nu slepen we je (verbaal) een week lang bus in, bus uit:

Dinsdag 3 januari            We zitten in de Nesher, die mensen van het vliegveld naar hun huisadres in Jeruzalem rijdt. Dat betekent dat je met een beetje geluk/pech de halve stad te zien krijgt. Het was al donker toen we landden in Tel Aviv, dus zien we niet goed waar we precies rijden. Marieke vraagt na een dik half uur hardop: ‘Is dit Israël of de Westbank, mama?’ Altijd leuk die onbevangenheid van kinderen. Een aantal Israëli’s is gelukkig al uitgestapt. Dan horen we een medepassagier in het Arabisch tegen de chauffeur zeggen dat hij naar een wijk op de grens tussen Oost- en West-Jeruzalem wil. Huh? Hoe weet hij dat deze onbestemd uitziende, bejaarde man Arabisch kent? Zou dat één van de Joden uit de Arabische landen zijn, de zogenoemde Mizrachim, die na hun gedwongen vertrek in de jaren ’50 en ’60 bij aankomst in Israël te horen kregen dat ze voortaan Hebreeuws moesten spreken? Vriendelijk staat hij de Palestijn te woord en zet hem af waar hij moet zijn. Tien minuten later zijn we zelf thuis.

Woensdag 4 januari      Vandaag moeten de kinderen weer naar school. Te laat lopen we na een kort nachtje naar Hebron Road, omdat daar meer bussen langskomen. Het is ontzettend druk en de busbaan is vol taxi’s. Elke keer als de bus er op het beeldscherm bijna is, springt hij weg en duurt het weer tien minuten voor de volgende komt. Na een tijdje dringt tot ons duffe hoofd door dat de Egged-chauffeurs vandaag waarschijnlijk staken voor meer salaris. Dat zat er al een tijdje aan te komen. Wat te doen? De Arabische bussen rijden wel. Dan die maar aanhouden, ook al betekent dat zo meteen nog twintig minuten heuvelop naar school sjouwen vanaf Jaffa Gate. Als we instappen, komt er schuchter een Ethiopisch-Joods meisje achter ons aan. In ons kielzog lijkt ze te durven: nood breekt ongeschreven wet. Terwijl Niels en Marieke zich druk rebbelend schrap zetten voor hun eerste schooldag en wij vriendelijk knikken naar vertederd kijkende vrouwen-met-hoofddoek, blijft zij doodsbang om zich heen staan kijken tot we bij de Oude Stad zijn. We hebben met haar te doen – in de Israëlische samenleving is ze vanwege haar huidskleur een outsider, hier voelt ze zich onveilig vanwege haar Joods-zijn.

Donderdag 5 januari      De bussen rijden weer en Marleen en de kinderen nemen de bus van tien over 7. Die zit vol met mensen op weg naar hun werk en met Russische dames die naar een seniorendagverblijf gaan om therapeutisch te knutselen. Marleen ploft neer tegenover één van hen, een lieve vrouw met een paarse kleurspoeling. In rap Russisch zegt die dat Marieke al zo’n grote meid is. Hoe oud is ze nu? Elf pas?! Ze kan het bijna niet geloven. Ze weet nog hoe de kinderen eerder weleens met een boterham in de hand de bus inkwamen. Snel vraagt Marleen hoelang zij hier al is. Ze vertelt dat ze 20 jaar geleden uit de Oekraïne is overgekomen. Ze heeft in Donetsk nog een zus die straatarm is maar niet naar Israël wil komen. Terug zit Marleen in de bus met een groep soldaten die bij een trainingscentrum achter onze flat zullen uitstappen, snaterende Filipijnse nanny’s die bij rijke Israëli’s het huishouden doen en drie ultraorthodoxe jongens in het zwart met gehaakte witte mutsjes, een zeldzaamheid op deze lijn; waar zouden ze heengaan?

Ilja is intussen met de bus naar het checkpoint bij de Tombe van Rachel gereden en langs de Muur naar het Bible College gelopen, waar job descriptions voor de staf en een stuk over de Shepherd Society op hem liggen te wachten. ’s Middags neemt hij de Arabische bus van Bethlehem via buurdorp (pardon: -stad) Beit Jala naar het checkpoint op de doorgaande weg van Hebron naar Jeruzalem. Daar moeten alle Palestijnen uitstappen en hun ID-kaart plus Jeruzalem-permit laten zien. Het meisje vóór Ilja kijkt verbaasd achterom als hij mee uitstapt en zegt dat hij als buitenlander mag blijven zitten. ‘Weet ik’, zegt hij en sluit aan bij de rij kleumende jongeren. Hij vraagt waar ze zo goed Engels heeft geleerd. Ze vertelt dat ze vorig jaar eindexamen heeft gedaan aan de Duits-Lutherse Schmidt Schule in Oost-Jeruzalem. ‘Nu studeer ik Engelse Taal & Literatuur aan de Universiteit van Bethlehem’, zegt ze nog en mag dan de bus weer in.

Vrijdag 6 januari              De chauffeur zet de sokken erin. Dat kan vandaag, want vanwege de voorbereidingen voor de shabbat en de vrije dag voor moslims is het op vrijdagochtend rustig op straat. We zijn in een kwartier op school. Dat is anders minimaal een halfuur. ’s Middags komen Ilja en Niels tegenover een oude mevrouw te zitten die hen aanspreekt in het Nederlands. Ze vertelt dat ze als meisje van elf een aantal weken in de kou in een trein heeft vastgezeten. Die was vol Joodse kinderen van Bergen-Belsen op weg naar Auschwitz, maar juist op dat moment bevrijdden de Russen Auschwitz en ontsprong ze de dans. Ze kwam terecht in een verlaten Duits huis vol gestolen Joodse spullen en eten. ‘God heeft een wonder in mijn leven verricht’, zegt ze en dat kunnen we alleen maar beamen. Stil stappen we uit – Marieke is ook elf.

Zaterdag 7 januari          Shabbat, dus geen Egged-bussen vandaag. We maken een wandeling over de Haaspromenade en in het park rond het VN-gebouw, waar het heerlijk stil is. Af en toe ronkt er een Arabische bus voorbij, op weg van/naar Jabal Mukaber aan de andere kant van de heuvel.

Zondag 8 januari             De kinderen willen naar buiten, het is prachtig weer. Als ze een kwartiertje weg zijn, horen we op straat geknetter waarvan je in Nederland zou zeggen: vuurwerk. Hier weten we beter. En inderdaad, vlak daarna langdurig sirenegeloei en helikoptergeronk. Er is een aanslag gepleegd. We zijn opgelucht als de kinderen komen binnenstuiven. Ze hadden schoten en geschreeuw gehoord en dachten dat ze maar beter naar huis konden gaan. Op internet lezen we dat 200 meter verderop, net naast onze bushalte en precies waar we gisteren liepen, een Palestijn met een vrachtauto op een groep net uit de bus gestapte soldaten is ingereden en neergeschoten. Vier jonge mensen zijn door hem uit het leven weggerukt, vijftien gewond. Zouden er soldaten bij zijn van de groep die we donderdag in de bus zagen? Of een zoon of dochter van vrienden? Een aantal heeft kinderen die in dienst zitten. We voelen ons beroerd door het aangerichte leed. Zullen we erheen om degenen te helpen die niet gewond zijn maar in shock? We besluiten het advies uit de veiligheidstraining op te volgen om in geval van chaos binnen te blijven. Ongetwijfeld erg verstandig, maar onze machteloze boosheid blijft. De media geven later het recordaantal huisvernielingen in Oost-Jeruzalem de afgelopen tijd en de nieuwste VN-resolutie over de bouw van nederzettingen de schuld. Daardoor zouden Palestijnen aangemoedigd worden dit soort wanhoopsdaden te begaan.

Maandag 9 januari         Als we instappen in een bijna lege bus, worden we begroet door een Joodse vriendin die meteen begint over de aanslag. Ze heeft gehoord dat Palestijnse voorbijgangers juichten toen ze het bloedbad zagen en kan daar niet over uit. We weten dat ze dit niet makkelijk zegt, want ze heeft Arabische vrienden. De Palestijnen die wij (en zij) kennen, reageren met evenveel afschuw op dergelijke aanslagen als wij, maar dit soort mensen heb je helaas ook. Het enige wat we kunnen doen, is bidden dat God hun hart verandert. Als we uitstappen, wensen we de buschauffeur jom batoeach – een veilige dag. ‘Amen amen, jullie ook’, zegt hij met een brede grijns. Op de terugweg zitten drie Palestijnse mannen naast ons, gezien hun besmeurde werkschoenen op weg naar hun werk in de bouw. Ze hebben hun hoody’s diep over hun ogen getrokken en worden met argusogen bekeken door de rest van de bus. Na twee haltes stappen bewakers met machinegeweren in die door de bus lopen zonder iemand te controleren. Waar letten ze eigenlijk op? De mannen stappen inderdaad uit bij een bouwplaats. Iedereen haalt opgelucht adem, wij ook. Hoe verdraaid moeilijk is het toch om, zoals Jezus van ons vraagt, ieder mens als bij God geliefd schepsel te zien!

Dinsdag 10 januari          We nemen een andere bus van school naar huis; die van ons komt pas over 20 minuten. Deze gaat naar Har Chomá, een wijk in het zuidoosten van de stad tegenover Bethlehem. Tot vijftien jaar geleden was het een beboste heuvel achter de Groene Lijn, de grens tussen Israël en Jordanië na de oorlog van 1948. Er wordt nog steeds gebouwd, maar veel van de goedkope flats staan leeg omdat weinig Israëli’s in zo’n uithoek willen wonen. De bus is afgeladen vol en we zien andere types dan normaal: opgeschoten jongeren die met hun schoenen op de stoel zitten en arme sloebers met grauwe gezichten en voddige boodschappenkarretjes. Als we halverwege willen uitstappen, gaat niemand opzij en moeten we ons naar buiten vechten. In het bushokje op Hebron Road hijgen we uit.

Toch zouden we ‘m voor geen goud willen missen, de lokale bus. Het is één van de dingen die ons leven in Jeruzalem ‘echt’ maken. Daar kan geen VIP-vervoer tegenop! Dat één en ander best impulsrijk is en af en toe ook behoorlijk rauw, nemen we op de koop toe. Heb je zin om een keer live mee te rijden? Laat maar weten wanneer!

Oesboe fil-baas / shavoea ba-otoboes [een week in de bus] in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.