Richard hoopt dat zijn kinderen naar school kunnen

Persoonlijk verhaal

woensdag 12 april 2017Naar schatting 20 miljoen mensen lijden op dit moment honger. Daarom houdt Giro555 een landelijke actie om geld in te zamelen voor hulpverlening. ICCO en Kerk in Actie zijn deelnemer aan die actie. Rieneke de Man reisde voor hen in Noord-Oeganda en sprak met vluchtelingen uit Zuid-Soedan die op zoek zijn naar een veilig onderkomen. Lees hier het verhaal Richard, die met zijn vrouw, drie kinderen en drie wezen naar Noord-Oeganda vluchtte.

‘Geloof in de toekomst’
Voor een tent in het vluchtelingenkamp Imvepi zit een man van midden 30 voor te lezen uit een boek. Zijn vrouw en kinderen luisteren aandachtig. Eigenlijk moet ik het niet hebben over een vluchtelingenkamp. Het is een vluchtelingen ‘settlement’. De tenten liggen ver uit elkaar en de vluchtelingen mogen zelf weten wat ze met de omringende grond doen. Ze mogen het land bewerken of een zaakje opzetten. Ze kunnen ervoor kiezen om te blijven of weg te gaan. De man voor de tent heet Richard. Hij is pastoor, kom ik achter, en leest voor uit de Bijbel.

Richard is van alle markten thuis. Hij is niet alleen pastoor, maar werkte in Yei ook als basisschooldirecteur en enige tijd als veldwerker voor de International Refugee Committee (IRC). Hij spreekt opvallend goed Engels. Toch is hij niet hoog opgeleid. Richard groeide op in de bush, waar hij en zijn ouders zich verscholen voor de burgeroorlog, die destijds het land teisterde. Pas op zijn 12de keerden ze terug naar zijn geboortegrond en ging hij voor het eerst naar school.

Het was geen makkelijke tijd, want Richard moest naast school zorgen voor zijn zieke vader en inkomen voor de familie. ‘Maar God heeft mij de hersens gegeven om te slagen’, merkt Richard lachend op. Ondanks de late start en tijdgebrek rondde Richard de middelbare school met een geweldige cijferlijst af.

Richard staart in de verte. ‘Nu is het opnieuw oorlog. Komt er nooit eens een einde aan al dat bloedvergieten.’ zegt hij zacht. En dan begint hij te vertellen waarom hij is gevlucht uit Zuid-Soedan: ‘Ik werkte samen met drie andere pastoors in een kerk. Het geweld in de regio nam met de dag toe. Plunderingen, verkrachtingen en moorden waren aan de orde van de dag.’

Voedsel werd onbetaalbaar
‘In de kerk vingen we een aantal wezen op die tijdens de gevechten hun ouders waren verloren. Het was lastig om alle monden te voeden. Doordat de wegen waren geblokkeerd, kwam er vrijwel geen voedsel meer ons stadje binnen. Hierdoor heerste schaarste en werd voedsel onbetaalbaar.’

‘Toch wilde ik niet vluchten en de gemeenschap in de steek laten. Dit veranderde toen onze eigen kerk werd aangevallen door de Dinka’s. Ik was op dat moment met de andere pastoors en de wezen in de kerk. Ze gooiden ons op de grond, bonden ons vast en sloegen met stokken. Ze pakten een van de wezen en verkrachtten haar voor onze ogen.’

‘Toen mijn collega pastoor weigerde zijn geld te geven, sneden ze in koele bloede zijn keel door. Ik gaf de plunderaars alles wat ik had: mijn geld, bezittingen, het kleine beetje eten dat we nog hadden, mijn papieren, mijn computer. Zelfs de kleren van mij, mijn vrouw en mijn drie kinderen namen ze mee. Toen ze ook ons huis plat brandden hadden we niks meer. Ik besloot dat we moesten vluchten.’

De zon volgen
Een aantal van de wezen bracht ik onder bij andere families en de overige drie nam ik mee op onze vlucht. We volgden de stand van de zon. We leefden van wilde vruchten uit het bos. ’s Nachts sliepen we zij aan zij in de bosjes, onttrokken aan het oog van de overheidstroepen. De kinderen waren vaak bang. Op dit soort momenten maakte we een vuurtje om onszelf aan te warmen en pakte ik de Bijbel. De woorden uit de Bijbel gaven ons de kracht om door te gaan. We bleven geloven in een toekomst in Oeganda.

Na zeven dagen werd mijn jongste dochter ziek. Ze was ondervoed. Maar ze hield vol. Uitgeput en hongerig bereikten we na tien dagen allemaal de grens van Oeganda. We zijn nu tien dagen in Imvepi en mijn dochtertje begint gelukkig iets op te knappen.’

“Waar hoop je op?”
Richard kijkt trots naar zijn vrouw en zijn familie. ‘Morgen is het zondag. Hier onder deze boom komen we nu met een groepje mensen samen om te bidden. Veel mensen zijn getraumatiseerd door wat ze hebben meegemaakt. Het is heel belangrijk om elkaar in deze barre omstandigheden te steunen en hoop te blijven houden.’ ‘Waar hoop je op?’, vraag ik aan Richard. ‘Op dit moment zijn we straatarm. We hebben alleen nog de kleren aan ons lichaam en deze tent die ons is toegewezen. Maar educatie is de toekomst’, zegt Richard beslist.

‘Ik hoop dat ik mijn kinderen hier in Oeganda de mogelijkheid krijgen om naar school te gaan. Het zal voor mij niet makkelijk zijn om een baan te vinden om dit te financieren, aangezien mijn school- en trainingscertificaten werden gestolen. Maar ik zal alles in het werk stellen zodat mijn kinderen een opleiding kunnen volgen.’

ICCO en Kerk in Actie ontwikkelen in Noord-Uganda een programma om Zuid-Sudanese vluchtelingen te trainen om bedrijfjes in de landbouwsector op te zetten.

Richard hoopt dat zijn kinderen naar school kunnen in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.