Rouba Koury, een Libanese met een groot hart

Persoonlijk verhaal

woensdag 19 april 2017Ruba Khoury (47) is Libanese in hart en nieren en directeur van de christelijke hulporganisatie IOCC in Libanon. Ze houdt kantoor in Beirut, maar daar is ze vaker niet dan wel te vinden. Ze doorkruist het hele land, om met eigen ogen te zien hoe de hulpprojecten van de orthodoxe kerk in de praktijk bijdragen aan nood van vluchtelingengezinnen.

Het valt niet mee optimistisch te blijven
,,Ik probeer optimistisch te blijven, maar ik merk dat het me niet altijd lukt. In de Midden-Oosten regio vindt een demografische verschuiving plaats die zijn weerga niet kent. Zoveel mensen willen weg, omdat ze geen toekomst meer zien. Vroeger kwamen toeristen naar het Midden-Oosten om onze rijke historie en cultuur te bewonderen, nu is het omgekeerd’’.

In het voetspoor van Jezus
,,Het is een vermoeiende baan. Ik maak lange werkdagen, en ik krijg vooral problemen op mijn bordje. In het voetspoor van Jezus probeert IOCC er te zijn voor de mensen die het meest lijden. Dat is onze missie’’.

Gaarkeukens en onderwijs
Haar organisatie zet op grote schaal gaarkeukens op om gevluchtte gezinnen eten en onderdak te bieden. Ze doet moeite om voor gevluchte kinderen uit Syrie en Irak in Libanon een plaats te bereiden in de reguliere basisschool in Libanon. De Libanese overheid heeft zelfs gevraagd aan IOCC om hun overheidsofficials te trainen, om beter in te spelen op de actuele onderwijsuitdagingen. Een verkapt compliment voor de expertise die IOCC inmiddels heeft vergaard. Maar wat ze niet kan, is een lange termijn perspectief bieden aan deze mensen in Libanon.

Mensen die hun hoop verloren
Maar ondanks haar tomeloze energie, loopt Ruba regelmatig tegen de grenzen aan van wat haar organisatie kan bieden. Ze was afgelopen week op bezoek bij een Irakees christelijk gezin. Op de vlucht voor IS in eigen land, waren ze tijdelijk neer gestreken in Libanon. ,,Hun leven was onmogelijk geworden in Mosul, ze hadden hun huis, hun bezittingen, letterlijk alles verloren. Christenen worden brutaal vermoord of verjaagd uit gebieden waar ze al eeuwenlang wonen. Zulke verhalen raken me diep. Dan kan ik spreken over vrede en proberen onderwijs voor hun kinderen te regelen, maar deze mensen hebben hun hoop verloren. Dat is een fundamentele onvrede die mensen tot vergaande keuzes aanzet. Ze zien simpelweg geen toekomst voor hun kinderen in het Midden-Oosten, nadat hun huizen geplunderd zijn door IS. Alle vertrouwen dat ze met hun familie in deze context een nieuw leven kunnen opbouwen is de bodem in geslagen’’.

Kinderen veilig laten opgroeien
Het zijn verhalen die Ruba niet koud laten. De manier waarop ze vertelt over dit gezin, maakt duidelijk dat ze persoonlijk begaan is met de mensen die hulp ontvangen. ,,Dit is de realiteit, en elke keer weer vind ik het erg om dit onder ogen te zien. Dit Irakese gezin heeft een visum aanvraag ingediend bij de Australische ambassade. Ze willen vooral dat hun kinderen op een veilige plek kunnen opgroeien’’. Ze zijn niet de enigen, want afgelopen maand alleen al vroegen 6000 mensen een visum aan bij de Australische ambassade in Libanon, niet alleen Irakezen, ook Libanezen en Syriers.

Families vallen uit elkaar
Ruba kan ook uit haar eigen leven getuigen van de pijn die de diepgaande conflicten in het Midden-Oosten veroorzaken. ,,Ik ben Libanese en ik ben trots op mijn land, ik heb er een diepe emotionele binding mee. Maar veel van mijn vrienden zijn vertrokken. Ik zie dat de ‘’backbone’’ van het Midden-Oosten vertrekt. Artsen, technici, tandartsen en hoogleraren. De meerderheid probeert een nieuw leven op te bouwen elders. Mijn vrienden zijn vooral vertrokken naar Qatar en in Abu Dhabi. Mijn man heeft vier broers. Twee zijn er vertrokken naar de Verenigde Staten, 1 naar Canada, en 1 naar Saudie Arabië. Soms voelen we ons als gezin eenzaam, veel dierbare mensen wonen ver weg. Maar we voelen dat we hier een taak hebben, ook de kerk heeft een taak in deze regio. Daarom willen wij blijven’’.

Ruba’s eigen gezin
Op de vraag wat haar antwoord zal zijn naar haar eigen kinderen als die misschien over een paar jaar weg willen uit het Midden-Oosten, antwoordt ze: ,,Ik zou wensen dat ze hier bleven, want Libanon is een prachtig en rijk land in allerlei opzichten. Maar ik kan het hen niet opleggen, dat zou ik niet fair vinden’’. Ik heb een dochter van 14 en een zoon van 11 jaar. Ik heb bijna twee jaar lang geen enkele vakantie genomen, omdat de nood waar we voorstaan zo torenhoog is.

Bedankt voor uw steun zodat mensen als Ruba Khoury en organisaties als het IOCC hulp kunnen bieden aan Syrische vluchtelingen in Libanon en Jordanië.

Kijk op www.kerkinactie.nl/syrie.