Bissalèmi & Refoeá shlemá! [van harte beterschap]

Blog

vrijdag 11 december 2015Weblog 23, 11 december 2015 Afgelopen week heeft de herfst zijn intrede gedaan in Jeruzalem. Eind september – toen het nog om te stikken was – zagen we op straat al de eerste winterjassen, sjaals en mutsen, maar nu heb je die ook echt nodig. Het is hier overdag nog maar 10-15 graden en het waait en regent af en toe flink. Diverse lokale vrienden en bekenden lopen te snotteren en te buchelen, en melden vrolijk dat ze bij de dokter zijn geweest voor longfoto’s en/of antibioticakuren. Dat wij onze eigen zere keel zien als iets dat vanzelf wel weer over gaat, roept grote verbazing op. Dat we op zonnige momenten onszelf nog steeds vrijwillig te water laten in de Middellandse of de Dode Zee, totaal afgrijzen.

koptekst%20levant.jpg

 

Zorgeloos

Toen we werden uitgezonden, kregen we van mensen in onze omgeving te horen: ‘Fijn dat jullie niet weer naar Centraal-Azië hoeven, waar artsen hun diploma kunnen kopen. In Israël is de gezondheidszorg tenminste goed geregeld!’ Klopt, maar omdat we een expatpolis hebben, vallen we helaas wel buiten het lokale systeem waarin iedereen, net als in NL, een verplichte basiszorgverzekering heeft met goeddeels gratis behandelingen. Wat doe je dan als Niels en Marieke een DKTP-prik moeten hebben? Of als je zelf van al het lopen een ontstoken teen hebt die ook na weken sodabadjes niet wil slinken tot aanvaardbaar formaat? Je vervoegt je bij één van de zogeheten TeReM-klinieken, die in de eerste plaats bedoeld zijn voor Spoedeisende Hulp, maar waar je, in ruil voor een rib uit je lijf, als ‘toerist’ prima terecht kunt. Of je zoekt een (schaarse) dokter die ook privépatiënten aanneemt. Gelukkig hebben we via de school van de kinderen een vreselijk vriendelijke Brits-Joodse huisarts gevonden wie geen moeite teveel is. Jammer alleen dat we op school bij Engels nooit medische terminologie hebben hoeven leren. Dat zou het bespreken van zaken als ‘rijksvaccinatieprogramma’ en ‘zeurende pijn’ een stuk simpeler maken.

De tandarts is een verhaal apart. We hebben er zoals eerder geschreven twee en ze zijn allebei gek op kronen. Het grote verschil is de behandeling. Onze Israëlische tandarts in West-Jeruzalem doet wat we thuis gewend zijn en met gebruikmaking van de modernste apparatuur – efficiënt en bijna pijnloos. Flauwvallen doe je pas bij het contant afrekenen: 150 euro voor het vullen van een gaatje! Onze Arabische tandarts in Oost-Jeruzalem rekent daarvoor slechts 30 euro. Daarvoor moet je, eerlijk is eerlijk, wel enige zelfwerkzaamheid verrichten. Hier geen lente in de ogen van de tandartsassistente, want je bent zelf degene die al liggend de bekende slangetjes met water en lucht op commando door je mond mag bewegen en tangetjes vasthouden/aangeven. Een hele belevenis, vooral omdat één en ander plaatsvindt met je hoofd opzij zodat de tandarts je daardoor scheef openhangende muil vanaf zijn houten krukje beter kan bekijken.

 

Bezorgd

Maar zonder gekheid: het is niet allemaal rozengeur en maneschijn in de lokale gezondheidszorg. De hierboven geschetste kloof tussen hi- en lo-tech houdt zich vreemd genoeg niet altijd aan de Groene Lijn tussen Israël en de Westbank, getuige de ervaring die Ilja had bij de opticiensopleiding van het Joodse Hadassa Ziekenhuis. Het lukte studenten noch docenten daar een leesbril voor hem te maken waarmee hij kranten en beeldschermen beter kon lezen. Drie keer kwamen er honderden glaasjes aan te pas om zijn ogen op te meten, drie keer verzuchtte men dat die uitzonderlijk slecht corrigeerbaar waren, en drie keer kwam hij thuis met een brilletje waarvan hij meteen schele hoofdpijn kreeg. Hij had al angstvisioenen van een toekomst met uitsluitend GROTE LETTER BOEKEN, toen hij een laatste wanhoopspoging deed bij zomaar een gecomputeriseerde brillenboer in Arnhem. Resultaat: binnen een halfuur de perfecte bril!

Er is echter wel degelijk een structureel kwaliteitsverschil tussen de gezondheidszorg in de twee delen van het Heilige Land. Zo is er in de Palestijnse Gebieden geen verplichte zorgverzekering. Je kunt je wel vrijwillig verzekeren, maar dat doen veel mensen niet, omdat ze de premie niet kunnen betalen. En dan hebben we het over 10 euro per maand. Zijn ze ziek, dan lenen ze geld van familie en vrienden om de doktersrekening te betalen. Een andere reden waarom ze onverzekerd rondlopen, is dat er wel ziekenhuizen voor huis-, tuin- en keukenkwalen zijn, maar geen gespecialiseerde medische zorg voor ernstig zieken. Een kennis in Bethlehem met goede contacten binnen lokale liefdadigheidsorganisaties zei onlangs tegen ons: ‘Als je hier echt ziek wordt, ben je in feite ten dode opgeschreven. Je krijgt als zieke Palestijn uit de Westbank wel een permit om naar een ziekenhuis in Jeruzalem te gaan, maar alleen de happy few kunnen zich een behandeling in ‘West’ veroorloven. In ‘Oost’ biedt alleen het Lutherse Augusta Victoria ziekenhuis therapieën als dialyse en bestraling aan. Goedkoper, maar ook minder geavanceerd; voor een openhartoperatie bijvoorbeeld moet je alsnog naar Jordanië…’

Natuurlijk hebben we de afgelopen twee jaar verschillende redenen voor deze trieste situatie genoemd (en ontkend) horen worden, variërend van ‘dit is het resultaat van 19e-eeuws Europees imperialisme’ en ‘de Israëlische bezetting’ tot ‘falend Palestijns zelfbestuur’ en ‘zo gaan alle Arabische regimes met hun mensen om’. Dergelijke discussies, in het bijzonder de kille* manier waarop ze vaak worden gevoerd, staan echter ver af van het persoonlijke leed van mensen. De verhalen die we horen laten ons maar moeilijk los. Wat kun je tegen mensen zeggen? Wat kun je voor ze doen? Veel meer dan een luisterend oor en gebed hebben we niet te bieden.

* Naar aanleiding van dit woordgebruik vroeg dochter Marieke, inmiddels totaal verengelst: ‘Maken ze elkaar dood terwijl ze praten?’

 

Zorgelijk

Wist je trouwens dat men ook anders tegen ziek zijn aankijkt dan in NL? In ieder geval anders dan wij zelf gewend zijn. Pijnlijk duidelijk wordt dat in het verhaal van de door Ilja vervangen vrouwelijke collega tijdens haar raadselachtige afwezigheid van een half jaar. We dachten aanvankelijk (zie weblog 20) dat ze overspannen was, met name omdat niemand op het Bible College antwoord wilde geven op onze vraag wat er met haar aan de hand was. ‘Ze is haar huis aan het schoonmaken’ of ‘ze heeft echt even rust nodig’ was alles wat men tot vervelens toe bleef herhalen. Totdat iedereen op een ochtend ineens liep te huilen en we hoorden dat ze, 37 jaar oud, aan kanker was overleden. Toen bleek een aantal collega’s het wel degelijk te hebben geweten, maar er niet over te hebben willen praten. Kanker is namelijk een zwaar taboeonderwerp in de Arabische cultuur. Men ziet de ziekte als een persoonlijke vloek en kankerpatiënten worden gemeden. Deze collega, een schat van een vrouw, heeft tijdens haar ziekbed dus nooit bezoek of belangstelling van andere collega’s gehad, terwijl ze met een aantal van hen bevriend was. Kun je je voorstellen dat we daarvan even ontdaan waren als van het feit dat ze er niet meer was?

Helaas hebben we een dergelijke houding ook aan de andere kant gezien. Een Joodse vriendin belde ons dit voorjaar op met de wanhopige vraag of wij via de kerk misschien betaalbare woonruimte wisten voor een buitenlands gezin, waarvan de zoon een ernstige afwijking aan de rug had. De Israëlische regering had hem uitgenodigd om in Jeruzalem een zeer specialistische medische behandeling te ondergaan. Onze vriendin, zelf makelaar, kreeg de opdracht een tijdelijk appartement voor ze te zoeken. Dat bleek echter veel moeilijker dan ze dacht: verhuurders vroegen belachelijke bedragen voor hun miniflatjes, en als men hoorde dat een van de gezinsleden hulpbehoevend was, was de reactie: ‘Sorry, maar we zien het niet zitten’. Uiteindelijk lukte het haar toch iets te vinden, zonder inboedel. Die heeft ze toen zelf maar aangeschaft. Later vertelde ze ons dat helemaal niemand uit haar uitgebreide netwerk het gezin had willen helpen met meubels, spullen of een kleine financiële bijdrage. Kennelijk vanuit de gedachte: waar je mee omgaat… Daar was ze nog het meest verontwaardigd over.

 

Zorgzaam

Hierdoor realiseerden we ons weer eens hoe bepalend de eigen cultuur voor het denken & doen van mensen is en hoe moeilijk het is om daar bovenuit te stijgen. Ook voor gelovigen, die zich gewoonlijk toch beroepen op bovennatuurlijke bronnen van wijsheid en kracht. Om maar even de hand in eigen boezem te steken: het klinkt zo simpel als Paulus in zijn brief aan de christenen in Galatië zegt dat het er voor volgelingen van Jezus niet meer toe doet wat hun achtergrond is – Jood of Griek, man of vrouw, baas of slaaf – maar handelen we daar ook naar? Hebben wij onze naaste werkelijk lief? En wie is die naaste eigenlijk? Kijken we echt met Jezus’ ogen naar buitenlanders, zieken, mensen in/buiten de kerk, collega’s, buren, familie? Of stiekem vooral door een lekker kritische Nederlandse bril?

Het besef van cultuurimpact geeft voor ons ook een diepere betekenis aan Kerst. Misschien zijn we wel zo hardleers omdat we niet goed doorhebben wat het voor God betekend moet hebben om in Jezus Zijn hemelse omgeving te verlaten, om tussen zondige en zieke mensen te gaan wonen, en ze verlossing en genezing te bieden door al hun ellende op zich te nemen. Daarom wensen we onszelf en jou niet alleen gezegende kerstdagen, maar ook van harte beterschap!

Bissalèmi & Refoeá shlemá! [van harte beterschap] in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.