Etsauwak la-tishba / tirkosh ad shetikros [Shop till you drop]

Blog

vrijdag 12 juni 2015WEBLOG 18, 12 juni 2015 Gek dat we in het Nederlands geen uitdrukking hebben voor dit populaire tijdverdrijf – het Arabisch en het Hebreeuws kunnen dat beter! Ook in het Heilige Land kun je je namelijk helemaal suf kopen. Op de markt bijvoorbeeld met alle nootjes, broodjes, kaasjes, groenten/fruit/vlees/vis en bergen zoetigheid waarvan je kiezen spontaan beginnen te jengelen. Daarnaast heeft iedere zichzelf respecterende plaats in Israël minimaal één shopping mall naar Amerikaans model: je zet de auto neer op een gigantische parkeerplaats en loopt dan het airconditioned winkelparadijs in. Qua opzet vergelijkbaar met onze meubelboulevards. In de Palestijnse Gebieden heb je een meer traditioneel aanbod van talloze kleine winkels in de oude binnensteden, met potten & pannen, kleding, schoenen en plastic speelgoed van kermiskwaliteit.

koptekst%20levant.jpg

 

Winkel in, winkel uit

Genoeg te koop dus, maar huiswaarts keren met wat je zoekt, is een ander verhaal. Dat vinden wij, maar ook de locals. Zij hebben er zelfs aparte uitdrukkingen voor: etsauwaket koel il-yom al fadhi en kniyoot lashav (zoiets als ‘te vergeefs de hele dag de stad in’. Heb je een fraaier alternatief, zet dat dan onderaan deze blog. De leukste inzender krijgt van ons een ijsje in Ben Yehuda Street – wel even zelf een retourtje Tel Aviv kopen natuurlijk). En dan hebben we het niet eens over het feit dat simpele dingen als appelmoes of kindershampoo soms wekenlang uitverkocht zijn. Of dat het vlees bij de supermarkt om 4 uur ’s middags (en/of om 10 uur ’s ochtends) al op is. Of dat je rond Pesach amper gewoon brood kunt kopen – dat maakt de vier matze-verslaafden in huize Anthonissen namelijk niks uit.

Hoge prijzen vormen een veel groter probleem in een gebied waar veel mensen onder de nationale armoedegrens leven. In Israël is dat 25%, in de Westbank 40% van de bevolking. Bijna alles is hier minstens zo duur als in NL, terwijl de lonen (veel) lager liggen. Veel mensen leven dan ook op de pof, maar ook de voedselbank en gaarkeukens worden druk bezocht. In Bethlehem deelt onder andere de Shepherd Society, onderdeel van het Bible College, voedselpakketten uit aan de allerarmsten, moslims zowel als christenen. Een paar jaar geleden waren er voedselprotesten in Israël, waarna voor bepaalde basislevensmiddelen maximumprijzen zijn ingesteld. Veel producten zijn echter nog steeds erg duur voor de gemiddelde Israëli en Palestijn. En voor ons ook, verwend als we waren met Lidl-brood voor 69 cent en vijf paar sokken voor 3,50 bij de Zeeman.

Daarnaast komen we duidelijk uit een werelddeel met andere gewoonten. Een voorbeeld: soms rol je letterlijk over van bomen langs de straat afgevallen kersen, dadels of mandarijnen. En op de markt nergens zielige bakjes met 250 gram aardbeien of zes keiharde nectarines. Goede jam daarentegen kost al snel 3 euro per potje. Op zoek dus naar pectine/geleisuiker. Ettelijke winkels en verbijsterd winkelpersoneel later (‘waarom wil je in vredesnaam zelf jam maken als er zoveel soorten in het schap staan?’) hebben we onze pogingen gestaakt en tijdens de zomervakantie in NL het spul gescoord bij de eerste de beste supermarkt. Ander voorbeeld: we maken best lange werkdagen en vorige week was het 38°C. Wat is er dan fijner – over lekkerder valt enorm te twisten – dan iets kant-en-klaars? Een bak lasagne uit het koelvak bijvoorbeeld en een trog gemengde sla met van die handige zakjes croutons/geraspte kaas/dressing. Niet te koop! Men maakt hier alles zelf. Veel van de E-nummers die je aantreft in Nederlands gemaksvoer zijn in de koosjere keuken uit den boze. Combinaties als gehakt & kaas trouwens ook…

Als je dan je gammele kar hebt volgeladen met alle toebehoren voor een supergezonde doe-het-zelf-maaltijd, wacht je bij de kassa standaard een stop-over van een half uur. Daarin kun je uitgebreid je zonden overdenken of terug de winkel in voor allerlei vergeten artikelen. Altijd zijn de karren vol, de banden klein, de caissičres in de weer met scannen/afwegen/doorschuiven (met hun ene hand) en hun mobieltje (met de andere), en de klanten vóór je met onvindbare bonuskaarten en de eindeloze plastic zakjes voor ieder itempje. Regelmatig zien we daarom (?) mensen in de rij de tijd doden met uit het dichtstbijzijnde rek gegraaid lekkers – pakje chocomel, appeltje, zakje chips. Om vervolgens, als het meisje achter de kassa wijst op de in de kar achtergebleven verpakkingsresten van hun tussendoortje, doodleuk te zeggen: ‘nee hoor, dat is niet van mij’. Een waarheid als een koe.

 

Garage in, garage uit

Nog zo’n never-ending story: de auto. Vorig jaar hadden we al ontdekt dat je over het algemeen geen tweedehandsje kunt kopen bij de merkdealer. Nu, met de APK in het verschiet, moesten we daar volgens vrienden en bekenden ook niet zijn voor onderhoud; veel te duur. Dat laat men, als de nood aan de man is, doen door algemene garages – meest duistere hallen met plassen op de vloer, stapels oude banden voor de deur en in allerlei stadia van ontbinding verkerende auto’s, wachtend op verdere hulp. Eigenwijs, want opgevoed met zaken als ontvangstbalies, koffieautomaten en gestempelde onderhoudsboekjes, stapten we voor de zekerheid toch even binnen bij de wčl kraakheldere Hyundai-garage om de hoek. En natuurlijk kon onze 8 jaar oude Getz daar een grote beurt krijgen – 600 euro, zonder onderdelen. Kassa! Dan toch maar naar zo’n schimmige schuur? Ons probleem aan een collega op het Bible College voorgelegd en meteen doorverwezen naar ‘een betrouwbare vriend’ van een andere collega in buurdorp Beit Jala. Eerst in het kielzog van die collega op kennismakingsbezoek – zwarte handen schudden en er uilig bijstaan terwijl in rap Arabisch over ‘ons’ wordt onderhandeld. Dan een week later proberen de garage (zo'n zelfde schuur) terug te vinden op het afgelegen industrieterrein en opnieuw overleg: ‘waarom kom je de auto eigenlijk brengen – zijn er problemen?’ ‘Nou nee, maar hij moet gekeurd, dus we willen ‘m graag grondig laten nakijken’. ‘O. Zal ik dan de olie verversen, het luchtfilter vervangen en de remmen controleren? Dat is wel voldoende’. ‘Eh, er zijn ook een paar lampen stuk en de ruitenwisserbladen zijn versleten – kunt u die vervangen?’ ‘Dat is eigenlijk een werkje voor de accessoire-garage, maar ik wil het wel doen als je zelf bij de onderdelenwinkel hier tegenover koopt wat je nodig hebt’. Aldus geschiedde en Ilja is weer een heel stuk wijzer op het punt van lokaal auto-onderhoud. Kosten van de hele exercitie: 100 euro. Een koopje, maar voor de collega van het BBC een flink bedrag. Hij verdient namelijk 600 euro per maand. En dat is weer veel geld voor de mannen die bij het checkpoint tussen Bethlehem en Jeruzalem kauwgum, mineraalwater en geborduurde tassen verkopen aan wachtende automobilisten. Elke dag komen ze in hun antieke Fiatje uit Hebron aanrijden en sjouwen ze van 8 tot 8 in de brandende zon met koelboxen en dozen. Altijd zijn ze belangstellend (‘hoe is het met je nek – beter?’) en mag je de paar cent voor je flesje water ook wel een andere keer betalen. Maar aan het einde van de middag staan hun ogen dof en zuchten ze als je vraagt hoe de zaken gaan: ‘il-hamdillah (God zij geprezen) – we moeten onze gezinnen te eten geven. Dus doorgaan maar’.

Met vlag en wimpel zijn we trouwens voor de tien minuten durende APK, die hier MMM heet, geslaagd. Hartstikke mooi, en eerlijk gezegd ook een klein wonder omdat er volgens de monteur ergens ‘een grote bout’ aan de motor ontbreekt, waardoor we op parkeerplaatsen een Hans & Grietje-achtig druppelspoor achterlaten. Het kan geen kwaad, zegt hij. De tijd zal het leren! Over een week willen we met de auto naar Galilea en als we onderweg stranden, hebben we in ieder geval weer een blog…

 

Etsauwak la-tishba / tirkosh ad shetikros [Shop till you drop] in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.