Geloof is exotisch in het nieuwe China

Blog

dinsdag 5 december 2017Het leek wel nepnieuws, het bericht dat in een arme plattelandsstreek in de Chinese provincie Jianxi christenen voortaan alleen bijstand zouden kunnen krijgen als ze hun kruisen of wandplaten met Bijbelse afbeeldingen en teksten verruilden voor portretten van president Xi Jinping. Maar in het China van na het 19e congres van de Communistische Partij, afgelopen oktober, en de tweede ambtstermijn van de president zou dat heel goed de nieuwe werkelijkheid kunnen zijn. Dit blog verschijnt binnenkort als artikel in CW Opinie, nummer 25, 8 december 2017, https://www.cw-opinie.nl

Het congres bevestigde de eerder door president Xi Jinping begonnen campagne om controle op alle vormen van religie te verscherpen. Daartoe was al in 2016 nieuwe wet- en regelgeving gemaakt. Op het congres werd bovendien het gedachtegoed van de president opgenomen in de partijbeginselen.

Dat betekent in feite dat de wil van de president wet is geworden en dat iedere tegenbeweging kan worden beschouwd als een aanval op zowel de partij als de staat als de president zelf.  Sinds vorig jaar treedt de Chinese overheid steeds vaker en gerichter op tegen religies en de aanhangers van religie en dus ook tegen christenen en kerken. Dat was opvallend, omdat na de periode van regelrechte vervolging (van de communistische machtsovername in 1949 tot aan het eind van de Culturele Revolutie in 1976) juist een periode van dauw, van erkenning en van zelfs voorzichtige samenwerking was ingetreden.

Dat er nu weer meer afstand genomen wordt van alles dat met religie heeft te maken was misschien in de eerste plaats de opmaat naar de nieuwe en versterkte machtsperiode van de president, naar een ‘socialisme met Chinese kenmerken voor de Nieuwe Tijd’. In dat socialisme staat de partij opnieuw centraal en daarbinnen heeft de president het voor het zeggen. De partij bepaalt wat er wel en niet is niet toegestaan, ruimte voor eigen interpretaties, ook van lokale leiders verdwijnt. In principe is er alleen plaats voor religies die loyaal zijn aan het vaderland en haar socialistische kernwaarden.

Erkenning

In China zijn er vijf officieel erkende godsdiensten: boeddhisme, taoïsme, katholicisme, protestantisme (bijzonder genoeg beschouwd als twee aparte godsdiensten) en islam en alle vijf zijn georganiseerd in ‘patriottische’ verenigingen. Erkenning betekent dat de overheid alleen deze verenigingen beschouwt als ‘goede’ religie. Alles daarbuiten kan in feite worden afgedaan als ‘slecht’, als sekte (evil cult), als buiten de wet.

In de praktijk maakt het onderscheid tussen erkend en niet-erkend, goed en slecht, niet zoveel uit. De Chinese overheid controleert alle religie, zoals het de samenleving als geheel controleert.  De erkende godsdiensten vallen onder een afdeling van de Staatsraad, het hoogste orgaan van de volksrepubliek, en worden even nauwlettend gevolgd als niet-erkende religieuze groeperingen, zoals de protestantse huiskerken, de rooms-katholieke kerk onder het gezag van Vaticaanstad, het Tibetaans boeddhisme of modern-inheems spirituele bewegingen als de Falung Gong.

Bijzonder genoeg is ‘religie’ ook deel van het beleidsterrein van het invloedrijke Verenigd Front, het volksfront dat de Communistische Partij verbindt met andere binnenlandse politieke bewegingen én met de Chinese buitengebieden in Taiwan, Macau en Hong Kong. Religie is iets exotisch en hoort niet bij de partij zelf. Partijleden worden dan ook geacht niet-religieus te zijn, al gaat het gerucht dat velen dat wel zijn.

Veiligheid

De boodschap van de president en van het partijcongres is duidelijk: religie moet Chinees zijn of worden, moet het socialisme dienen en mag nooit de nationale veiligheid en eenheid in gevaar brengen.

Christenen worden geacht zich in te zetten voor maatschappelijk werk, zoals opvang van bejaarden, wezen en mensen met een beperking, op dat gebied is samenwerking mogelijk. Maar voor het overige moeten zich vooral onopvallend gedragen, kerkgebouwen mogen nooit groter of hoger zijn dan hun omgeving. Kruisen, hoe roodgekleurd ook, mogen het stadsbeeld niet bepalen. Religie wordt weer tot ‘achter de voordeur’ teruggedrongen en zelfs daar zal worden gecontroleerd of religie onschadelijk en dus goed is.

De meer extreme voorbeelden van het nieuwe beleid zijn dan die wandplaten die moeten vervangen of van dominees die niet meer in het ziekenhuis, maar alleen aan het ziekbed thuis mogen bidden.  Hierin gaat het om politieke overwegingen van een overheid die haar eigen atheïstische overtuiging wil opleggen aan de samenleving.  Maar misschien is de Chinese overheid eerder nog beducht op de groeiende invloed van religie én het feit dat de samenleving, anders dan de partij, wel degelijk religieus is gebleven en gebleken, meer dat men had gedacht of gehoopt. Dat geldt voor de inheems-Chinees godsdienstige bewegingen als de Falung Gong.  Het geldt voor het verband tussen religie en etniciteit en regionaal bewusten in regio’s als Tibet (boeddhistisch) en Xinjiang (Oeigoers en islamitisch). Het geldt voor de sterke groei van het protestantisme, in de officieel en de niet –officieel erkende kerken. Het geldt ook voor de groei van het boeddhisme onder met name jongeren. Al die bewegingen worden van nu af aan beschouwd als mogelijk bedreigend voor het socialisme van president Xi en dus voor de nationale veiligheid en eenheid.

Tot nu toe waren de eerder ingezette strafmaatregelen tegen bepaalde predikanten en bepaalde kerkgebouwen een lokale of provinciale aangelegenheid, nu kunnen maatregelen als het verwijderen van kruisen, het sluiten of slopen van kerkgebouwen en het aanhouden en in detentie houden van predikanten en gemeenteleden meer algemeen constitutioneel worden gerechtvaardigd.

kerk%20Fuzhou.jpg

Seminarie

Het Luthers Theologisch Seminarie heeft een steeds groter wordende groep studenten uit China. De meesten van hen zijn predikant-met-ervaring van de officieel-erkende protestantse kerk. Niemand van hen zal ooit de relatie tot de overheid ter discussie stellen, laat staan bekritiseren. Dat kan ook niet, niet in de les en niet in onderlinge gesprekken. Soms wordt over de kerk en haar werk heel voorzichtig gesproken als óndanks de overheid. Een van de meer populaire onderwerpen is diaconie – een begrip dat in veel gemeenten onbekend, maar wel wordt gepraktiseerd. Het is ook een van weinige manieren van kerk-zijn waarin met de overheid nog altijd op voet van gelijkheid kan worden samengewerkt. Van nu af aan zal die gelijkheid strikter dan voorheen door de overheid worden bepaald, even strikt als het onderscheid tussen wat ook in dienstvaardigheid goed en slecht is.

In het China van president Xi is alleen plaats voorvaderlandsgetrouwe christenen,  boeddhisten, moslims en burgers.

Hong Kong, 5 december 2017

Tjeerd de Boer en Kathleen Ferrier

 

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.