Ali (35): “Mijn droom? ’s Nachts lekker kunnen slapen”

Nieuws

woensdag 9 mei 2018“Afghanistan is als mijn moeder. Als ik kon, dan ging ik terug. Ik zou niets liever willen.” Ali*, 34 jaar, moest zijn land in 2014 verlaten. Hij kwam in 2015 terecht in Nederland. De periode daartussen is een aaneenschakeling van zwerftochten, verhuizingen, spullen die kwijt raken, aanvaringen met autoriteiten, aanvragen van papieren, en wachten. Heel veel wachten.

Vluchtelingen

In zijn woonplaats Herat was het leven mooi. Hij had een goedlopende winkel in reserve-onderdelen van auto’s. Verdiende genoeg om zijn gezin, vrouw en twee kleine kinderen te onderhouden. Hij was vrolijk, speelde graag voetbal en snooker. Probeerde er te zijn voor mensen die het minder hadden door hen af en toe financieel iets toe te schuiven. “Wat ik het meest mis - naast mijn familie - is het alledaagse leven. Dat je op straat loopt en mensen je uitnodigen om met hen een kopje thee te drinken.”

Ali ervoer hoe het in zijn land langzaam steeds onveiliger werd. Hij behoort tot de shia, een moslim-minderheid, waar de taliban jihad tegen voert. Het begon met kleine spanningen; klanten die onterecht geld terug kwamen eisen. Daarna brandstichting in zijn winkel. Op een dag toen hij onderweg was naar Kabul, werd hij door de taliban opgepakt. Ze eisten geld voor zijn vrijlating. Ze wilden weten wie zijn familie is, haalden gegevens uit zijn telefoon. Sindsdien vreesde hij voor zijn leven. Toen hij op een dag een nieuwe bedreiging kreeg, pakte hij zijn spullen en vertrok. Zijn gezin reisde hem later achterna.

Afschuw en ongeloof
Nederland is goed voor hem. Hij wil niet klagen. Maar het leven is zwaar, geeft hij toe. “Ik maak me voortdurend zorgen. Moet de hele tijd maar denken. Slaap slecht. Elke dag is een gevecht om te overleven”. Hij viel zoveel af, dat zijn vrienden hem nauwelijks herkennen. Zijn relatie is op de klippen gelopen en zijn vrouw en kinderen verblijven in een andere locatie in Nederland. Hij vreest dat als het tot een officiële scheiding komt, zijn vrouw naar een ander Europees land vertrekt en hij zijn twee zoontjes niet meer kan zien.

Op de vraag wat er zou gebeuren als hij terug gaat, blijft het even stil. “Het is gewoon geen optie. Hoe kan ik terug naar een land waar altijd gevochten wordt? Waar aanslagen zijn. Waar het leven van mijn kinderen niet zeker is?” Als hij eventjes internet heeft, kijkt hij vol afschuw en ongeloof op zijn telefoon naar beelden van de meest recente aanslag in Kabul, waarbij tientallen doden vielen.

Over de wijze waarop Nederlandse overheid asielaanvragen beoordeelt, is hij kritisch. “Het lijkt volstrekte willekeur. De één kan blijven, de ander niet. Instanties doen nauwelijks moeite om daadwerkelijk te achterhalen waarom iemand is gevlucht. Ze zijn vol wantrouwen, willen gewoon de waarheid niet weten. Ze zouden meer moeite moeten doen om ons te begrijpen.”

Zijn droom? “’s Nachts lekker slapen. Mijn wekker die om 7 uur afgaat. Opstaan. Douchen. Naar mijn werk gaan. En aan het einde van de dag thuiskomen bij mijn gezin.” Symbool voor zijn leven nu is een brandende kaars: ¨Mijn leven is donker. Ik hunker naar licht.¨

* Uit overwegingen van privacy en veiligheid is de naam gefingeerd.

Tekenen petitie #stuurzenietterug
Op deze pagina vindt u meer informatie over het tekenen van de petitie #stuurzenietterug.

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.