‘Ik voel me zo’n ontzettende geluksvogel’

Nieuws

dinsdag 8 januari 2019Afgelopen najaar was het alle hens aan dek bij Kerk in Actie. Sinds januari 2018 is de hulporganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland coördinator van de hulporganisaties die bij rampen samenwerken onder de vlag van Giro 555 – na de aardbeving en de tsunami op Sulawesi moest team noodhulp dus aan de bak. Woord & Dienst interviewde Rommie Nauta (1958), hoofd Kerk in Actie, over haar werk en drijfveren.

‘Kerk in Actie zet zich, in Nederland en wereldwijd, samen met lokale kerken en partnerorganisaties in voor de kwetsbaren in de samenleving. We zijn met ICCO een van de 12 samenwerkende hulporganisaties. Het coördinatorschap wisselt elke 18 maanden. Wij namen het in januari 2018 over van Oxfam Novib. Sommige rampen zijn zo groot dat je ze wel met elkaar móet aanpakken, zoals de ramp op Sulawesi. En zoals we hier als organisaties samenwerken, zo werken we in Indonesië samen met ons netwerk van lokale partners en kerken. Zij kunnen meteen reageren. Kerken kunnen wat we noemen first responders zijn: hulpverleners en reddingswerkers die als eerste ter plekke zijn om te helpen. Hun kerkgebouwen staan vaak nog overeind, van daaruit kunnen ze voedsel en kleding distribueren. Samen met de lokale partners zorgen we, na de eerste noodhulp, ook voor wederopbouw en wel zo dat mensen bij een volgende ramp, een volgende periode van droogte of juist extreme regen, niet meteen wéér over de rand vallen. Bijvoorbeeld door de bouw van aardbevings- of overstromingsbestendige huizen, of met zaden voor gewassen die beter tegen droogte kunnen.’

Romkje en Pius
Waar anders dan in Friesland kan iemand met de naam Rommie Nauta geboren zijn? Als Romkje Nauta werd ze geboren op de boerderij van haar pake en beppe. Haar ouders voeren op een binnenvaartschip. Toen de bevalling naderde, ging haar moeder tijdelijk terug naar haar ouders in Kootstertille. ‘Maar toen er meer kinderen kwamen, kozen mijn ouders voor een leven aan de wal. Mijn vader vond werk bij de Hoogovens en ze gingen in Beverwijk wonen. Deze zomer vierden de Hoogovens hun eeuwfeest, ik herinner me nog dat ze 50 jaar bestonden.’ Ze kreeg een ‘degelijke, gereformeerde opvoeding’. Maar na de protestants-christelijke lagere school, ging ze naar een rooms-katholieke middelbare. ‘Dat gaf wat reuring. Er kwam een delegatie uit de kerkenraad om mijn ouders daarover te bevragen. Maar die waren, hoewel degelijk gereformeerd, ook modern. De christelijke middelbare school stond in IJmuiden, dat was een eind fietsen, je moest met de pont. Dat vonden ze géén goed idee voor hun dochter. Mijn moeder was stellig: “Wij zijn heel wel in staat haar een godsdienstige opvoeding te geven en het godsdienstig onderwijs in de gaten te houden.” Ik heb een geweldige tijd gehad op het Pius X-college. De katholieke kerk was in de jaren zeventig heel vrijgevochten. De godsdienstleraren in Beverwijk waren gehuwde priesters. Alles was bespreekbaar, we kregen veel ruimte om over het geloof en de kerk na te denken en we organiseerden onze eigen diensten. Ik heb ervan genoten. Ik vraag me af of ik in de theologie terecht was gekomen als ik niet op deze middelbare school had gezeten.’

Vrije Universiteit en Buenos Aires
Rommie Nauta koos voor theologie aan de Vrije Universiteit. Dat gaf opnieuw reuring, maar nu in de familie. ‘Dat er iemand ging studeren was nog nooit vertoond en theologie was natuurlijk helemaal geweldig, maar aan de VU?! Waar Kuitert les gaf, en Wiersinga?! Vooral opa Nauta, die héél degelijk gereformeerd was – hij is later christelijk gereformeerd geworden – vond het erg dat ik niet naar Apeldoorn ging. Uiteindelijk verzoende hij zich er mee en gaf hij me de degelijke theologische boeken cadeau die hij zelf ook las: werk van Bavinck en deeltjes uit de serie Korte verklaring der Heilige Schrift.’ Al tijdens haar studie reisde ze voor een jaar naar Buenos Aires, met de medestudent die later haar man werd. ‘We wilden graag uitgezonden worden. De vacatures daarvoor lagen vooral op het terrein van het onderwijs. Daarom haalde ik ook mijn onderwijsakte en heb ik na mijn afstuderen kort vormingswerk gedaan. In 1989 vertrokken we naar Nicaragua, waar we negen jaar zijn gebleven. De periode daar heeft mij sterk gevormd.’

Seminarie
‘Ik werkte er als docent op een seminarie. De meeste studenten werkten al als predikant, of waren als vrijwilliger actief in de kerk. Ik gaf dus les over hun dagelijks werk, zij konden het direct verbinden met hun praktijk. Er waren opleidingen op universitair niveau en cursussen voor predikanten in het land. Eén keer per maand ging ik vanuit Ocotal voor 3 dagen naar het noorden, om er les te geven. Sommige studenten kwamen op paarden, reisden een halve dag vanuit hun dorp in de bergen om naar de lessen te komen. Vanuit hun isolement ontmoetten ze er collega’s. Ze vonden het fantastisch om met elkaar over de Bijbel te praten. We bespraken ook allerhande praktische vragen. Dat was geweldig!’ Ze straalt als ze het vertelt.

Verliezers
‘In Nicaragua heb ik geleerd te kijken vanuit het perspectief van de verliezers. We werkten er met de protestantse kerken – wij zouden het evangelische of pinksterkerken noemen. Daar komen mensen uit de arme lagen van de bevolking – en Nicaragua ís al zo’n arm land. Je raakt betrokken bij hun leefwereld. Ik vond het heel mooi om te zien hoe mensen vanuit hun geloof zichzelf niet als verliezer beschouwden. Leden van die kerken zijn opgegroeid met respect voor de Bijbel. In hun marktkramen hebben ze een bijbel open liggen, net als op hun nachtkastje. Op Hervormingsdag, daar de Dag van de Bijbel, gaan mensen er de straat mee op. Om te laten zien: dit is óns boek. Deels als statement tegenover de katholieken, toch minder “mensen van het boek”, maar ook met een positieve kant: mensen herkennen zich in de bijbelverhalen. De God van de Bijbel staat aan de kant van de verliezers, je vindt er zoveel voorbeeldverhalen van. Degene van wie je denkt “die wordt het niet”, die wordt het wel! Die omkering heeft veel zeggingskracht. Je beseft dat je een kind van God bent, dat God naar je omkijkt, er voor jou is. Mensen hielden ook erg van 1 Korintiërs 1:28, over wat in de wereld onaanzienlijk is, maar in de ogen van God juist heel belangrijk. Dat vergroot je gevoel van eigenwaarde. Het hielp hen ook om het wat beter te krijgen. Want als je arm bent, heb je vaak weinig netwerk. De protestantse kerken daar zijn kleine, hechte gemeenschappen. Ze vormen een soort alternatieve familie, waar mensen elkaar helpen en naar elkaar omzien. In die pinksterkerken geldt bovendien: niet roken, niet drinken, geen werelds vermaak (en voor de mannen: houd het bij je eigen vrouw). Dat is daar wel zó contra-cultureel: veel mannen brachten hun weekenden door met veel alcohol en dan is het fijn als ze op een ander pad komen. De kerk biedt daarbij een morele steun in de rug. Door mijn periode in Nicaragua ben ik gaan beseffen dat het een voorrecht is om kennis te hebben van theologie en van de Bijbel. Als je de verhalen met mensen kunt bespreken en zij ze op hun dagelijks leven kunnen betrekken is dat geweldig! Mede door die ervaring is mijn liefde voor de Bijbel bijzonder groot geworden. We zouden in de kerken in Nederland ook veel meer kunnen doen met de kracht van bijbelverhalen. Kerk in Actie zou daaraan kunnen bijdragen.’

Geloof en cultuur
‘Men zegt wel: “In Latijns-Amerika ligt de theologie op straat”, maar dat is ook echt zo. Op de markt, in een taxi, zodra mensen horen wat je doet, komen ze met vragen: “Hoe zit dit?” “Ik heb nooit begrepen hoe…” “Waarom zeggen mensen…?” Dat heeft veel betekend voor mijn geloof. Toen we nog studeerden, liften we vaak van Amsterdam naar huis. Als je dan antwoord gaf op de vraag wat je studeerde, keken mensen je aan alsof je een museumstuk was. De referentiekaders waren zó verschillend. Net als de culturen trouwens. Toen we in Nicaragua arriveerden, noemden ze ons los jóvenes, de jonkies. Hadden we op onze leeftijd nog geen kinderen?! Ze waren erg verheugd voor ons dat er in de periode dat we daar werkten kinderen kwamen – toen gingen we iets meer meetellen. De eerste was een dochter, heel leuk. De tweede was weer een dochter, oké, maar ze vonden dat we door moesten gaan voor een zoon – hebben we niet gedaan hoor. Terwijl het, zoals overal ter wereld, ook daar de vrouwen waren die de kerk overeind hielden. Hoewel ze het maar zelden voor het zeggen hebben, vinden ze wegen om van betekenis te zijn. De pinksterkerken boden veel goeds, maar waren niet altijd even vrouwvriendelijk – een afspiegeling van de samenleving en de machocultuur. De predikanten waren toch vooral mannen. Ik heb veel bewondering en respect voor de vrouwen die daar gewoon blijven doen wat nodig is.’

Van betekenis zijn
Na Nicaragua ben ik bij Kerk in Actie gekomen. Nee, ik lig zelden wakker van de ellende in de wereld, want met Kerk in Actie zitten we in een bevoorrechte positie. We hebben een groot netwerk van mensen die iets goeds willen doen voor anderen. Dat geldt hier in Nederland, waar we werken met plaatselijke diaconieën, met mensen die zich de benen uit het lijf lopen voor de voedselbank, voor mensen met schulden, voor vluchtelingen. En dat geldt ook in het wereldwijde werk. Ook in heel moeilijke situaties kun je iets betekenen voor mensen, ook waar de kerk klein is en niet zo veel middelen heeft. Dat horen we ook terug van partners in landen als Nicaragua, Pakistan, of in het Midden-Oosten. Ik voel me een ontzettende geluksvogel. Via mijn studie ben ik in een wereld gekomen waar ik me thuis voel, de wereld van de theologie en van de kerken, die bovendien wereldwijd verbonden zijn. Het heeft mij heel veel gebracht, en vanuit die rijkdom kan ik in mijn huidige werk veel bijdragen.’


Tekst: Nelleke de Jong-van den Berg

Dit interview is te lezen in het december (2018) nummer van Woord & Dienst



www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.