Een nieuw begin in Rwanda

Nieuws

vrijdag 1 maart 2019Gruwelijke massamoorden, verwoestingen door het hele land en een getraumatiseerde bevolking. Hoe kun je dan ooit verder met elkaar? Die vraag is na 25 jaar nog steeds actueel in Rwanda. Een nieuw begin is altijd mogelijk, is de overtuiging van de kerk. Maar het kost veel tijd. Vandaag verschijnt het Kerk in Actie Magazine 'Een nieuw begin' met een artikel over Rwanda.

Bestel het Kerk in Actie Magazine 'Een nieuw begin' met interessante verhalen en tips voor de 40dagentijd.

In een vitrine ligt het roerloze bewijs van Rwanda’s zwarte bladzijde: rijen schedels, keurig opgestapelde botten, sommige met beschadigingen. Hier is met een brute slag een einde gemaakt aan een leven. Nog indrukwekkender zijn misschien de rijen fotootjes in het Genocide Herdenkingscentrum in Kigali: pasfoto’s, kiekjes in een tuin, trouwfoto’s. Dit waren mensen die leefden, die feest vierden, die liefhadden. De gruwelijke slachting, die op 7 april 1994 begon, duurde honderd dagen en had tussen een half en één miljoen slachtoffers als gevolg. Hutu-rebellen vermoordden in hoog tempo Tutsi’s, maar ook gematigde Hutu’s en Twa kwamen om in de uitbarsting van geweld. Met hakmessen en vuurwapens werden mensen vermoord, talloze vrouwen werden verkracht, huizen en kerken werden in brand gestoken.

In puin
“Drie van mijn vier kinderen liggen begraven bij het herdenkingscentrum”, zegt Justin Hakizimana. Hij is adviseur van de Commissie voor Eenheid en Verzoening van de Presbyteriaanse Kerk, een partnerkerk van Kerk in Actie. Iedereen bleef na april 1994 getraumatiseerd achter, getekend door verdriet óf schuld. Huizen en kerken moesten worden herbouwd, voor 400 duizend weeskinderen moest een nieuw thuis worden gevonden. Talloze mensen waren gevlucht, en meer dan 100 duizend daders kwamen terecht in de gevangenis. En, minstens zo slopend voor een samenleving die opnieuw wil beginnen: mensen wantrouwden elkaar. “Veel mensen wilden niet meer naar de kerk”, noemt Justin als voorbeeld. “Stel je voor dat je naast een dader zou zitten?”

De Presbyteriaanse Kerk zag al snel in dat ze iets moest doen. De generale synode stak in 1995 de hand in eigen boezem: ze gaf toe dat de kerk niets had gedaan om de massaslachtingen te voorkomen, en mensen ook niet had beschermd. En nu waren honderdduizenden Rwandezen zwaar getraumatiseerd. De kerk besloot om predikanten te trainen op het gebied van traumaverwerking, en om een boodschap van verzoening te reken. De kerk bracht ook boekjes uit en organiseerde activiteiten “om verzoening bij iedereen op de agenda te krijgen”, aldus Justin.

Strakke hand
Rwanda wordt met ferme hand bestuurd door Paul Kagame, die als leider van het RPF-leger (Rwandees Patriottisch Front) mede een einde maakte aan de massaslachting. Dit mocht nooit meer gebeuren, zo stelde hij na de gewelddadigheden. Voortaan moesten Rwandezen één volk vormen. Om dit voor elkaar te krijgen, leidt Kagame het land met strakke hand. Té strak, luidt de kritiek, want politieke tegenstanders wordt de mond gesnoerd. Vergeleken met andere landen in de regio gaat het Rwanda sociaal-economisch voor de wind, maar 40 procent van de mensen leeft wel in armoede. Het land telt relatief veel jongeren: 60 procent van de bevolking is jonger dan 25. De Presbyteriaanse Kerk organiseert overal in het land activiteiten om mensen verder te helpen: praktische hulp voor mensen in armoede, training en scholing om jongeren meer kans op werk te geven, spaargroepen en landbouwprojecten waardoor dorpsgenoten samen hun inkomsten vergroten en hiv/aids-voorlichting.

Verzoening is de rode draad bij alles. “Als kinderen niet kunnen lezen enschrijven, als jongeren geen werk hebben, zullen ze meer vatbaar zijn voor manipulatie van mensen die de haat in stand willen houden”, legt ds. Pascal Bataringaya uit, voorzitter van de Presbyteriaanse Kerk. “Dat is het verband tussen gisteren, vandaag en morgen.”

Schuld
In het plaatsje Remera richtte de predikant van de Presbyteriaanse Kerk een verzoeningsgroep op. De Light Group, die twee keer per maand bij elkaar komt, bestaat uit mensen die geliefden verloren hebben én daders. In de kerk, aan tafel met alle dertig leden van de groep, vertelt Anastasie Nyirakanyamanza hoe bang ze was toen ze hoorde dat een aantal daders vrijkwam. Haar hele familie was vermoord: man, kinderen en ouders. Wat als ze ons weer iets aandoen?” vroeg ze zich af. Elkaar vermijden was onmogelijk, maar vreedzaam samenleven ook.

Veel tijd
De leider van de groep is Jean Bosco Kalisa. “Ik heb mensen vermoord in 1994”, zegt hij om zichzelf te introduceren. Hij heeft jaren in de gevangenis gezeten, de schuld drukte voortdurend op hem. “In de gevangenis realiseerde ik me pas wat ik had gedaan. We baden in de cel dat we op een dag om vergeving zouden kunnen vragen.” Die kans kwam toen de predikant een aantal overlevenden én daders vroeg om af en toe met elkaar te eten en te praten. Hij liet beide groepen hun verhaal vertellen. Hij las de Bijbel met ze, sprak over vergeving en verzoening, en bleef aanhouden. Inmiddels praten ze niet alleen met elkaar, maar bezoeken ze ook dorpsgenoten en organiseren ze bijeenkomsten om te praten over verzoening.

Vergeving is niet eenvoudig, daar zijn ze het allemaal over eens - zelfs niet als je gelooft dat God hierom vraagt. Maar ze realiseerden zich ook: we móéten wel, want we leven hier samen. Het proces kostte heel veel tijd. Ze hebben eindeloos gepraat. “Boosheid en verdriet kunnen je vergiftigen. Als je het los kunt laten, ben je vrij”, vertelt een van hen. “Maar dat vraagt wel om een keuze, vergeving komt niet vanzelf.”

Bestel het Kerk in Actie Magazine 'Een nieuw begin' met interessante verhalen en tips voor de 40dagentijd. Wilt u meer lezen over de gebeurtenissen in 1994, het verzoeningsproces en de rol van de kerk in Rwanda? Vraag dan gratis het boek Mensen van Hoop, christenen in Rwanda aan. 

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.