Het Chinese christendom door de eeuwen heen

Nieuws

woensdag 22 mei 2019Het christendom in China heeft een lange historie. Het heeft ervaring hoe de machthebbers omgaan met de religies en hoe elke golf omhoog ook weer een golfslag omlaag bracht. Overheden hadden de eeuwen door steeds weer een diep wantrouwen tegen de invloed van de religies. Er is een lange traditie van overheidscontrole, reguleren en inperken van de godsdiensten. Het is dus niet nieuw dat president Xi Jinping vanaf zijn aantreden in 2012 steeds meer greep op de godsdiensten wil hebben en die wil modelleren naar zijn ideologie.

Golven van christendom

In de wereldgeschiedenis is de geschiedenis van de zending in China uniek. Verliep de kerstening van Europa in een betrekkelijke continue stroom van verbreiding over het hele continent, dat was in China totaal anders. Vanaf de 7e eeuw zijn er vier perioden geweest waarin christenen duidelijk aanwezig waren. Opvallend is dat elke keer een ‘christelijke golf’ weer met een fase van afwijzing, verval en (gehele of gedeeltelijke) verdwijning eindigde.

De Syrische missionarissen

In de zevende eeuw (± 635) maakten de Chinezen voor het eerst kennis met het christendom door intellectuele Syrische missionarissen die op de intellectuele en bestuurlijke elite grote indruk maakten. Zij hadden dialogen met het boeddhisme en taoïsme en kregen een gewaardeerde plek aan het hof en konden op allerlei plaatsen kerkjes bouwen. Toen er echter een nieuwe keizerlijke dynastie kwam die meer nadruk legde op de eigen Chinese cultuur, verdwenen langzamerhand de christenen uit het land.

Enkele eeuwen later gebeurde hetzelfde toen de Syriërs tot de 14e eeuw goede contacten hadden met de Mongoolse elite waaronder de familie van de Khans. Het was veelbelovend: het hof vroeg zelfs om honderden missionarissen uit Europa (die echter niet kwamen). Door de opkomst van de islam veranderde het getij en verdween langzamerhand de christelijke presentie.

Rooms Katholieke missie

In de 16e eeuw begon de derde golf met de Portugese/Spaanse Jezuïeten, Franciscanen en Dominicanen. Geleerden als Matteo Ricci en Franciscus Xaverius maakten grote indruk. Ook zij hadden nauwe relatie tot het hof. Helaas ontstond na enkele decennia onder de katholieke orden een strijd over de vraag of het christelijk geloof zich kon aanpassen aan de verering van de voorouders, of moesten vooral de riten van de Westerse Rooms Katholieke Kerk overgenomen te worden? Keizer Kangxi dreigde de kerken te sluiten als zij zich niet zouden aanpassen aan de Chinese cultuur Toen in 1715 paus Clemens XI stelling nam tegen die aanpassing werden de missionarissen het land uitgezet en de meeste kerken gesloten. Het had rampzalige gevolgen voor de tamelijk succesvolle missie en opbouw van de kerk.

De Protestantse zending

De vierde golf was die van protestantse zendingscorporaties. Zendelingen uit Europa en de Verenigde Staten ontwikkelden vanaf het begin van de 19e eeuw een groot netwerk van christelijke organisaties op het gebied van taalstudie (Bijbelvertaling), evangelisatie en diaconaal en educatief werk. Er werd een indrukwekkend aantal scholen (o.a. universiteiten) en ziekenhuizen gesticht.

Deze inspanningen vielen echter samen met de Westerse expansionistische koloniale politiek in China. Er kwamen Opiumoorlogen en een vernederende onderwerping van delen van China. Zo werden er openingen afgedwongen voor Westerse goederen (o.a. drugs) en voor ‘Westerse’ culturele en godsdienstige activiteiten. Zendelingen kregen nu de kans om in heel China ongehinderd hun werk te doen: als westerlingen vielen ze niet onder de Chinese wetten. Tot op de dag van vandaag is deze Westerse vernedering een open wond in de Chinese ziel. Door de verbinding met de koloniale machten riep de zending vanaf het midden van de 19e eeuw in intellectuele kringen vaak agressie en aversie op. Het was volgens hen duidelijk dat het christendom een voor China wezensvreemde, Westerse, godsdienst is.

Ondanks de grote inspanningen van veel goedwillende zendelingen was de oogst van het Westerse zendingswerk tamelijk klein. In 1920 waren er in geheel China niet meer dan 500.000, en in 1949 623.000 protestanten, terwijl er bijvoorbeeld in 1920 23.000 zendelingen vanuit 130 Europese en Amerikaanse zendingsorganisaties actief waren. In die anderhalve eeuw zending werd vaak duidelijk hoezeer de Chinese samenleving afkerig was voor een vorm van (koloniaal en feodaal) christendom. Er waren geregeld felle geweldsconflicten (bijvoorbeeld de beruchte Boxer-opstand, 1899-1901). In de jaren twintig van de 20e eeuw zette de Anti Christian Movement veel Chinezen aan tot gewelddadige acties tegen de kerken, waarbij men de leus hanteerde dat ‘één christen meer, één Chinees minder’ betekende.

De tijd van het communisme

Er kwam een abrupt einde aan de zending na de communistische machtsovername. Na 1949 beknotte het nieuwe marxistische bewind op alle mogelijke manieren het christendom. Ook Mao Zedong zag het christendom als een Westerse, imperialistische religie. Hoewel de nieuwe grondwet ‘vrijheid van godsdienstig geloof’ garandeerde leidde het na 1950 tot een grote onderdrukking van de religies.

Er werd nieuwe organisatie opgericht die de Protestantse zaken moest regelen en controleren onder de wat duistere naam ‘Drie-zelf Patriottistische Beweging’. Tot op heden is dit nog de aanduiding van de ‘officieel geregistreerde’ kerken. Deze naam verwijst naar de ‘drie-zelf’ principes die de missiologen Henry Venn en Rufus Anderson gebruikten om aan te geven wanneer een kerkplanting een zelfstandige kerk kon worden, namelijk als die voldeed aan drie – GPS – principes: self governing, propagating en supporting. Het typeert het Chinese christendom en de communistische overheid, dat onafhankelijkheid van (buitenlandse) partners zo’n belangrijke kernwaarde is, dat de kerk dit in haar naam heeft staan. Op die manier is het ook een soort waarschuwing dat buitenlandse invloeden niet kunnen samengaan met het Chinese patriottisme. In de jaren vijftig werden de kerken gedwongen een Protestantse Kerk te worden en werden alle godsdienstige denominaties opgeheven. In deze eenheidskerk moesten alle protestantse kleuren met elkaar één kleur worden: die van een Chinese, door de staat gecontroleerde kerk.

Alle educatieve, medische en publiciteit-instellingen die door de zending waren opgericht, werden in die tijd geconfisqueerd en alle buitenlandse missionaire werkers moesten het land verlaten. Predikanten die niet meededen met de eenheidskerk werden geïnterneerd en hun gemeenten zochten op verborgen plaatsen een goed heenkomen. De druk nam steeds meer toe: vele christenen werden gearresteerd vanwege ‘rechtse ideeën’ en ‘eschatologische leerstellingen’. In 1958 werden 20.000 kerken gesloten en bleven er minder dan 100 in heel China open. Bij het begin van de Culturele Revolutie in 1966 werden ook die nog gesloten, uitgezonderd één kerk voor het gehele land. Duidelijk was dat de Communistische Partij van mening was dat alle godsdiensten weggevaagd moesten worden. Vele kerkleiders en honderdduizenden christenen vonden de dood of zaten jarenlang in werkkampen. Alle religies gingen in die tijd ondergronds. Het atheïsme werd de enig toegestane levensbeschouwing en het geloof in God en de goden werd gezien als subversief. China seculariseerde in enkele decennia tot het land met de meeste niet-gelovigen. In de jaren zestig werd in het Westen gevreesd dat het christendom, voor de vierde keer in de geschiedenis van China, was verdwenen

De wederopstanding van de kerk

Na het overlijden van Mao en het aantreden van de nieuwe leider Deng Xiaoping (1978) veranderde de situatie voor de religies. Ook de christenen kwamen weer in de openbaarheid en vanaf dat moment ontstond er een ‘christelijke koorts’, die resulteerde in het zendingswerk van Chinese christenen door het gehele land. Naar schatting zijn er op dit moment tussen de 80 en 100 miljoen christenen waarvan er 12 miljoen Rooms Katholiek zijn. Het christendom in China heeft een zeer protestants karakter.

Officieel bestaat er slechts één protestantse kerk, de Drie-Zelf-Kerk met ongeveer 30 miljoen leden. Daarnaast zijn er echter ook vele autonome, vrije, kerken die meestal niet (hoewel op sommige plaatsen ook weer wel) in kerkgebouwen bijeenkomen. Zij hebben zich bij de overheid niet laten registreren en koesteren hun vrijheid en zelfstandigheid als ‘huiskerken. Er zijn schatting dat er ongeveer vijftig miljoen Chinezen bij deze huiskerken behoren.

 

Het Chinese christendom door de eeuwen heen in beeld

scroll of swipe door foto's en videomateriaal

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.