Verscherpt toezicht op religie in de Chinese samenleving

Nieuws

dinsdag 4 juni 2019Sinds 1 januari 2018 geldt in China nieuwe wet- en regelgeving ten aanzien van religie. Als gevolg daarvan treedt de Chinese overheid steeds vaker en gerichter op tegen de aanhangers van religie en religieuze organisaties, en dus ook tegen christenen en kerken.

Dat is opvallend, omdat na de periode van regelrechte vervolging, die duurde van de communistische machtsovername in 1949 tot aan het eind van de Culturele Revolutie in 1976, juist een periode van ‘dauw’, van erkenning en zelfs van voorzichtige samenwerking was ingetreden.

Chinees socialisme

Dat er nu weer meer afstand genomen wordt tot alles wat met religie te maken heeft komt door het feit dat het Volkscongres een door president Xi Jinping zelf geschreven ‘socialisme met Chinese karakteristieken’ heeft aangenomen. In dat socialisme staat de Communistische Partij opnieuw centraal en daarbinnen heeft de president, die voor het leven benoemd is, het voor het zeggen. De partij bepaalt wat een harmonieuze samenleving is, hoe die bereikt kan worden en wat er wel en niet is niet toegestaan. Ruimte voor eigen interpretaties, ook van lokale leiders verdwijnt. In principe is er alleen plaats voor religies die loyaal zijn aan het vaderland en haar socialistische kernwaarden.

Vijf erkende godsdiensten

In China zijn er vijf officieel erkende godsdiensten: boeddhisme, taoïsme, islam, katholicisme en protestantisme (bijzonder genoeg beschouwd als twee aparte godsdiensten). Alle vijf godsdiensten zijn georganiseerd in ‘patriottische’ verenigingen. Erkenning betekent dat de overheid alleen déze verenigingen beschouwt als ‘goede’ religie. Alles daarbuiten kan in feite worden afgedaan als ‘slecht’, als sekte (evil cult), als onrechtmatig.

Praktijk

Hoe streng dit ook klinkt: in de praktijk maakt het onderscheid tussen erkend en niet-erkend, goed en slecht, niet zoveel uit. De Chinese overheid controleert alle religie, zoals het de samenleving als geheel controleert. De erkende godsdiensten vallen onder een afdeling van de Staatsraad, het hoogste orgaan van de Volksrepubliek, en worden even nauwlettend gevolgd als niet-erkende religieuze groeperingen, zoals de protestantse huiskerken en de rooms-katholieke kerk onder het gezag van het Vaticaan.

Bijzonder genoeg is ‘religie’ ook deel van het beleidsterrein van het invloedrijke Verenigd Front, het volksfront dat de Communistische Partij verbindt met andere binnenlandse politieke bewegingen én met de Chinese buitengebieden in Taiwan, Macau en Hong Kong. Religie wordt beschouwd als exotisch en achterhaald en hoort niet bij de partij zelf. Partijleden is het dan ook niet toegestaan religieus te zijn.

Religie wordt getolereerd, maar hoort eigenlijk niet thuis in de openbare ruimte van China, religieuze gebouwen en kenmerken en vooral georganiseerde religieuze bijeenkomsten mogen niet opvallen. Daarom moeten alle religieuze organisaties zich laten registreren, anders dreigt sluiting van (kerk-)gebouwen en kunnen strenge sancties worden opgelegd aan personen.

De controle gaat steeds verder, ook tot achter de voordeur: zo mogen ouders hun kinderen niet godsdienstig opvoeden.

Sinificatie

Onder president Xi is ‘sinificatie’ een belangrijk woord en doelstelling geworden. Alle godsdiensten van niet-Chinese afkomst, zoals met name christendom en islam en ook boeddhisme, moeten worden ‘verchineest’. De boodschap is duidelijk: religie moet Chinees zijn of worden, alleen dan kan er plek voor zijn in China. Religie moet het socialisme dienen en mag nooit de nationale veiligheid en eenheid in gevaar brengen.

Met begrippen als ‘socialisme met Chinese karakteristieken’ en ‘de harmonieuze samenleving’ wil de overheid haar onderdanen in het gelid krijgen en houden. Daarmee rechtvaardigt zij ook het steeds frequenter gebruik van zeer geavanceerde technologie om te controleren. Dat betekent dat iedere meningsuiting die afwijkt van de gestelde norm, vroeg of laat wordt afgestraft, of, nog erger, wordt voorkomen. Het gaat dan om kritische burgers in het algemeen en om etnische en religieuze minderheden in het bijzonder, individueel en in groepsverband.

Maar misschien is de Chinese overheid eerder nog beducht op de groeiende invloed van religie én het feit dat de samenleving, anders dan de partij, wel degelijk religieus is gebleven en gebleken, meer dat men had gedacht of gehoopt.

Al die religieuze bewegingen en hun groei, inclusief die van de kerken, worden als mogelijk bedreigend beschouwd voor het Chinees socialisme van president Xi en dus voor de nationale veiligheid en eenheid, bedreigend voor de harmonie van de samenleving.

 

 

www.kerkinactie.nl maakt gebruik van cookies.
De website van Kerk in Actie gebruikt cookies van Google Analytics om de eigen kwaliteit te verbeteren. Deze gegevens zijn anoniem gemaakt. Soms wordt echter inhoud getoond van Facebook, YouTube of Twitter; deze social media gebruiken hun cookies ook om advertenties te tonen. Lees meer over ons cookiebeleid.